![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Geest en letter Heel lang geleden heb ik een tijd in een parochie gewerkt. Een geweldige periode omdat mensen binnen en buiten de muren van de kerk je op grond van je zending zo onvoorwaardelijk in de vreugdes van hun leven, maar ook in hun zorgen en verdriet toelaten. Dat kerken een belangrijke maatschappelijke functie vervullen, is voor mij eigenlijk in deze tijd pas echt vast komen te staan. Hoe amateuristisch zaken er soms ook toegingen/gaan; hoe kwetsbaar een parochie of gemeente ook is en hoe onvolkomen sommige individuen hierin ook zijn: van een lokale kerkelijke gemeenschap kan een heel genezende werking uitgaan in een bepaalde wijk. Daar was ik in mijn studietijd in Rome soms wel aan gaan twijfelen. Als jong, naïef en ook wel stellig studentje heb ik mij tegenover de toen nog kersverse kardinaal Simonis wel eens negatief uitgelaten over de verwijfdheid en hypocrisie van sommige geestelijken in de Eeuwige Stad. Hij gaf toen ten antwoord, dat dit in zijn tijd al zo was en we ons er maar op toe moesten leggen koren te blijven in plaats van kaf te worden. En we moesten het uit zien te houden in de kerk. Tot op heden is ons dat beiden gelukt. In mijn geval kwam dit zeker ook door mijn tijd in de parochie. Een bezoek aan twee voormalige parochianen brachten deze gedachten
weer naar boven. Zij hadden mij uitgenodigd in hun
nieuwe aanleunwoning. Zoals vroeger ook, voerde de vrouw des
huizes het woord. Het was een plezierig gesprek voor ons allemaal.
Maar in haar discours waren tal van boodschappen vervlochten
voor haar echtgenoot. Tussen neus en lippen door werd
hem telkens iets geboden of verboden. Zo merkte ze op dat hij
toch nog steeds te veel rookte, dat te veel koffie voor hem niet
goed was en dat hij geen koekje meer kreeg omdat hij te dik
werd en eigenlijk meer moest bewegen en zo voorts. Die laatste
opmerking miste overigens ieder doel. Unverfroren nam de Door deze laatste handeling dwaalden mijn gedachten af. In De spiritu et littera (De Geest en de letter) schrijft Augustinus dat een wet waarin iets verboden wordt, juist het verlangen naar de verboden zaken doet toenemen. Hij schrijft letterlijk: ‘Ik weet niet hoe het komt, maar op de een of andere manier maakt het verbieden van iets begeerlijks het begeerde aantrekkelijker’ (5.6.). Het was een inzicht dat uit zijn eigen ervaring was ontsproten.
Als kind stal Augustinus ooit eens peren, terwijl hij wist dat hij
dit niet mocht. Toch genoot hij ervan. Zijn uitspraak in De spiritu Het ‘slechte verlangen’, dat toeneemt door het te verbieden, vergelijkt Augustinus vervolgens met een tomeloze watervloed die de verkeerde richting in blijft stromen. Als daar een dam tegen wordt opgeworpen, wordt op een gegeven moment het punt bereikt waarop de stroom te krachtig is voor de dam en er doorheen breekt. Verwoestender dan ooit zal het water dan langs de hellingen naar beneden storten. De conclusie van Augustinus dat het volgen van de letter van de Wet doodt. Het ziet er dus somber uit voor de oude mensen in hun aanleunwoning, al hebben ze het misschien niet eens door, zoals het er ook somber uit moet zien voor ouders die hun kinderen alleen maar verbieden. Of toch niet? Augustinus voegt aan zijn woorden toe dat als de Geest ‘de liefde in ons hart uitstort’, het slechte verlangen in een verlangen naar iets goeds wordt omgevormd. Slecht verlangen groeit als wij het verbieden; het goede verlangen neemt toe als wij ons realiseren dat wij worden liefgehad en zelf liefhebben. Dan pas heeft het zin wetten uit te vaardigen. Zo bezien, maakte ik me geen zorgen meer in de aanleunwoning, zeker niet toen ik wegging en de echtelieden zo vertrouwd naast elkaar stonden bij het uitzwaaien. ‘De letter doodt, maar de Geest maakt levend’, zei Paulus al en Augustinus met hem. Wonderlijk eigenlijk dat een bezoek aan een getrouwd stel leert, dat de woorden van deze kerkleiders, die beiden in Rome zijn geweest, zo ongelooflijk waar zijn. |
||
| |