Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Vrouwenhater
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 18-01-11

Af en toe word ik, en niet alleen door lezers van Opzij, erop attent gemaakt dat er over Augustinus weliswaar aardige dingen te zeggen zijn, maar hij toch echt een vrouwenhater was. Hij moet er ook verantwoordelijk voor worden gehouden dat in het christendom een grote en ongezonde afkeer van seksualiteit is gegroeid. Deze visie lijkt onuitroeibaar.

Alweer twintig jaar geleden verwoordde de rooms-katholieke theologe Uta Ranke-Heinemann deze opvatting wel heel extreem. In haar veelgelezen en vertaalde boek Eunuchen voor het Hemelrijk beschouwt zij Augustinus als de vader van de nu al meer dan vijftien eeuwen durende vijandigheid tegenover al het lichamelijke in het christendom. Dit oordeel werkte ook in meer populaire boeken door, bijvoorbeeld in Jostein Gaarders Vita Brevis. Dit is een heel onderhoudend geschreven boekje,
waarin de auteur in de huid kruipt van de door Augustinus weggestuurde concubine, en de kerkvader in de vorm van een brief allerlei verwijten maakt in voornoemde richting.

Het is verbazingwekkend dat geleerden tot dergelijke oordelen kunnen komen. Je zou het vertrouwen in hen opzeggen. Een globale lezing van enkele van zijn werken alleen al maakt duidelijk dat Augustinus hier onrecht wordt aangedaan. Zijn gezaghebbende positie in de geschiedenis van het denken heeft er klaarblijkelijk toe geleid dat hij de zondebok is geworden voor latere ontwikkelingen, waar hij zelf niet voor verantwoordelijk kan worden gehouden. In zijn traktaat over het huwelijk, De bono coniugali, noemt hij namelijk het huwelijk als eerste en meest fundamentele expressie van de sociale natuur van de mens. En in deze band kent hij seksualiteit een belangrijke rol toe. Zo vermoedt hij dat Adam en Eva al in het paradijs gemeenschap hebben gehad. Het verwekken van kinderen en
seksualiteit is voor hem dus niet het trieste gevolg van de zondeval. Het behoort tot de oorspronkelijk, door God voor de mens gewilde staat. Sterker nog: zelfs als het de echtelieden niet echt voor ogen staat kinderen te verwekken, maar plezier te beleven, is hun dat toegestaan, zoals zij ook van een goede maaltijd mogen genieten. Genot is goed, als het maar niet tot excessen leidt, schrijft Augustinus in hetzelfde werk.

Zijn visie is revolutionair, omdat het huwelijk in zijn tijd in laag aanzien stond. Hieronymus zag in al het lichamelijke gedoe hierin (en daarbuiten) alleen maar onheil. Hij omschrijft het huwelijk dan ook als braaksel waar geen weduwe naar terug wil keren, temeer omdat deze levensstaat pas na de zondeval
zou zijn ontstaan.

In zijn preken besteedt Augustinus overigens nauwelijks aandacht aan seksualiteit. Hij is er nauwelijks mee bezig. Een enkele maal beschrijft hij een al te uitbundige beleving ervan in het huwelijk, misschien wel gekscherend, als een dagelijkse zonde, die in alle overmaat ook weer een druk kan leggen op de relatie. Veel meer spreekt hij over hoogmoed, omdat deze grondkracht tot ernstiger calamiteiten leidt. Strenger is hij voor zijn eigen seksegenoten, die er op basis van een misplaatst
maar maatschappelijk geaccepteerd superioriteitsdenken een dubbele moraal op nahouden en vrouwen regels opleggen die zij zelf niet van zins zijn te volgen. Als Augustinus het einde van zijn leven nadert, schrijft hij aan een pelagiaan dat seksualiteit in het paradijs een ‘ordelijker’ verloop kende. De ongehoorzaamheid van de mens tegenover God had die van het lichaam, in het bijzonder de voortplantingsorganen, ten opzichte van de geest tot gevolg. Maar in De nuptiis et concupiscentia
geeft hij in dezelfde tijd ook weer aan dat seksualiteit binnen het huwelijk zelfs eervol kan zijn.

Wie had dit toch allemaal gedacht? In elk geval mevrouw Uta Ranke-Heinemann niet, vermoed ik. Vertrouw wetenschappers dus nooit helemaal. Zelfs als zij het oprecht nodig vinden de bevindingen van anderen te weerleggen en er bewijzen genoeg zijn voor een tegengestelde conclusie: iedereen is
vooringenomen.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.