Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Geluk en levensduur
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 04-01-11

Waarom volgen mensen elkaar toch altijd met argusogen? En waarom is het gras van de buurman altijd groener? Uit observaties van een aantal economen aan de Britse Warwick University valt af te leiden dat dit te maken heeft met een soort overlevingsmechanisme.

Zij vergeleken de leeftijd waarop de Nobelprijswinnaars in hun vakgebied waren gestorven met de
levensduur van degenen die ‘slechts’ voor deze prijs genomineerd waren. De winnaars werden gemiddeld twee jaar ouder dan de genomineerden. Wie dus veel waardering krijgt, wordt daar ouder van. En wie vindt dat de (ultieme) erkenning uitblijft, moet dit met een kortere levensduur bezuren.

Nu kan het verband tussen levensduur enerzijds en waardering en erkenning anderzijds in het geval van de Nobelprijswinnaars een toevalstreffer zijn. Toch zit er een kern van waarheid in de conclusie. Aan de University of California schreef psychologe Sonja Lyubomirski een boek, The How of Happiness, waarin zij stelt dat sociale vergelijkingen eigenlijk altijd kwaadaardig zijn en leiden tot stress, ongeluk en tot een korter leven. Ongeacht hoe succesvol, rijk, of beroemd je ook bent: er is altijd wel iemand die nog succesvoller, rijker of beroemder is dan jij. En omdat iemand niet tegelijkertijd zowel gelukkig als jaloers kan zijn, stond voor haar vast dat mensen langer leven en
gelukkiger zijn als zij niet al hun aandacht laten uitgaan naar hoe anderen het doen.

Thomas a Kempis, de geniale auteur van de ontelbare malen gedrukte en in meer dan tachtig talen vertaalde Navolging van Christus, was zich meer dan vijf eeuwen voor Lyubomirski al van het funeste verband tussen jaloezie en ongeluk bewust. Hij schroomt dan ook niet zijn lezer hierop te wijzen in een taal die meteen binnenkomt. Kort en hevig schrijft hij bijvoorbeeld dat de paus, de koning en imposante akten waar rijkdommen mee verdeeld worden of waarmee grote titels worden toegekend,
werkelijk helemaal niets voorstellen. Jaloezie stond voor hem gelijk aan onvrijheid. Overigens is hij er waarschijnlijk van verschoond gebleven. Hij werd ongeveer 91 jaar, in een tijd waarin de gemiddelde leeftijd tussen de 40 en 50 lag.

Nu heeft Augustinus geen systematische doctrine ontwikkeld over het verband tussen vrijheid en geluk en levensduur enerzijds en de funeste uitwerking van jaloezie op de lengte van het leven anderzijds. Toch heeft hij in zijn Belijdenissen gedachten verwoord, die koren op de molen van Sonja Lyubomirski
zijn. Hij omschrijft vrienden als mensen die samen praten, lachen, vreugde en verdriet delen. Maar in echte vriendschap blijft het daar niet bij. Echte vrienden zijn niet jaloers, maar zelfs verheugd en plaatsvervangend trots als de ander bijvoorbeeld een promotie maakt die zij misschien zelf ook wel hadden nagestreefd. Dat is nog niet zo eenvoudig. Een vrouw vertelde me eens dat het over was met de vriendschap tussen haar en haar vermeende beste vriendin, toen zij uit haar schulp was gekropen en een aardige man had ontmoet. Deze beste vriendin verdroeg eenvoudig het geluk van haar
aanvankelijk ondergeschikte vriendin niet en verbrak de vriendschap.

In dezelfde passage schrijft Augustinus ook dat echte vrienden zo uit zichzelf vertrokken zijn, dat zij niet stiekem blij zijn als het de vriend slecht gaat, maar met haar of hem oprecht verdriet hebben. Ook dat is niet zo simpel. In de vriendschappen tussen jonge cocollega’s in het bedrijfsleven of op de universiteit is soms veel ruis, die bijna uitsluitend altijd wordt veroorzaakt door jaloezie.

Augustinus wist waar hij het over had, toen hij vriendschap omschreef als een soort verwantschap tussen mensen, waarin iedere vorm van jaloezie is uitgebannen. In zijn jonge jaren vergeleek hij zich met alles en iedereen en was hij niet in staat zich te verheugen over het succes van anderen. Toch bereikte hij de respectabele leeftijd van 76 jaar. Ook al werd Thomas a Kempis ouder: de gemiddelde leeftijd van zelfs Nobelprijswinnaars is niet zo hoog.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.