![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Vrijheid Hoewel de colleges nog niet zijn begonnen, diende zich vorige week al een student aan die ervan overtuigd was geraakt zich in zijn studiekeuze vergist te hebben. Hij voelde zich aan zijn lot overgelaten omdat er relatief weinig college-uren waren gepland. Hij had ook grote vragen gekregen bij de inhoud van zijn studie. Bij zijn ouders ontmoette hij weinig begrip. Zij hadden altijd hard gewerkt in hun eigen zaak en zo goed en zo kwaad als het ging, geld voor zijn studie en die van zijn zusje opzij gelegd. En, zo hielden ze hem verwijtend voor toen hij hen deelgenoot maakte van zijn twijfel, hij had toch kunnen kiezen wat hij wilde? De student woonde nog thuis; de sfeer daar was om te snijden. In arrenmoede stond hij op de stoep, daartoe door zijn ouders aangezet. Ik onderdrukte de neiging hem over te halen theologie te gaan studeren. Zo’n al te concrete suggestie zou geen licht aan het eind van de tunnel brengen. Het probleem bleek dieper te zitten. De Grote Vraag van de student was, hoe het kon dat de vrijheid om te kiezen hem juist het tegendeel had opgeleverd van wat hij zocht. Hij had zoals iedere sterveling bij het maken van zijn keuze het geluk nagestreefd; gevonden was een gebrek aan eetlust, een angst te mislukken en – nu al – een besef dat eigenlijk niemand op hem zat te wachten. Zonder het te weten bracht de jonge student een eeuwenoud probleem op noemer: het probleem van de vrije wil. De vrijheid van wil is voor Augustinus de mogelijkheid die mensen hebben zelf hun keuzes te maken: op elk gewenst moment en om wie of wat het ook gaat. Deze vrijheid wordt in onze tijd en samenleving bij uitstek op prijs gesteld. Zij houdt verband met het recht op zelfbeschikking en dient dus altijd en voor iedereen gewaarborgd te zijn, tenzij iemand een gevaar voor de samenleving is. Maar is de vrijheid die aan persoonlijke keuzes ten grondslag ligt, wel de hoogste vorm van vrijheid? Augustinus viel al snel een andere laag in de betekenis van ‘vrijheid’ in. Vrijheid blijft voor hem een noodzakelijke voorwaarde voor mensen bij het maken van hun keuzes. Pas door vrije keuzes komen zij tot hun recht. Maar deze vorm van vrijheid raakte bij de kerkvader ingebed in een andere, hogere vorm van vrijheid. Die valt mensen ten deel als zij ervaren hebben en steeds ervaren dat zij gewaardeerd of geliefd blijven, ongeacht de keuzes die zij maken. Vrij is iemand die zich veilig, geborgen, geliefd weet. Vrij is ook degene die zich, in het verlengde hiervan, voorbestemd weet tot het Eeuwig Geluk. Vrijheid wordt mensen dus eerst en vooral geschonken, in Augustinus’ idee. Door mensen die elkaar vrijheid gunnen, maar ook door God aan mensen. In zijn commentaar op de eerste brief van Johannes gaat Augustinus in op de zinsnede dat mensen God moeten liefhebben aangezien God‘ons het eerst heeft liefgehad’ (4:19). Hij geeft allereerst aan dat God onbegrijpelijk is – ontoegankelijk, één grote vraag. Maar vervolgens benadrukt hij dat de bewustwording liefgehad te zijn, bij mensen toch zou moeten leiden naar deze hoogste vorm van vrijheid. De ware vrijheid groeit voor hem door het besef dat je ontmoet bent door mensen die naar je geluisterd hebben, die zich door jou hebben laten raken. Die vrijheid wordt je geschonken door mensen die verdriet hebben als jij verdriet hebt, en die, ongeveinsd en niet verkapt jaloers, zich verheugen met jou om je voorspoed. Op deze golflengte wil Augustinus ook God – hoe onbevattelijk en mysterievol Hij ook is– vooral begrijpen, als Degene die de mens het meest zijn vrijheid gunt. Voor hem wijst de geschiedenis in het Oude en het Nieuwe Testament dit uit. Wie over dit alles meer wil weten, moet natuurlijk theologie gaan studeren. Maar dat heb ik aan de student niet hardop gezegd. Het tegendeel van de hoogste vrijheid zou hem ten deel gevallen zijn. Dat heb ik liever niet op mijn geweten. Paul van Geest is hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg.Hij schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk. |
||
| |