Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Laat het verleden los
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 24-08-10

Als mensen oud zijn geworden en geen maatschappelijke verantwoordelijkheden meer dragen, dan spreken zij vaak de waarheid – meer dan toen zij nog een al dan niet prominente rol in het maatschappelijk verkeer vervulden.

Eerlijkheid lijkt een deugd die vooral in de herfst van het leven doorbreekt. Dat is een goede reden om oud te willen worden. Over het algemeen spreken ouderen niet alleen over hun successen, maar ook over hun mislukkingen. Zij hebben onwaarachtigheid goeddeels laten varen. In de vakantie mocht ik een oudere man ontmoeten die zijn masker had laten vallen. Behalve glashelder was hij goudeerlijk geworden en had hij de behoefte in zich gevoeld mensen in zijn omgeving een eerlijk beeld van zichzelf te geven. Mij viel de eer te beurt, het verhaal van zijn grote liefde te horen.

Lange tijd was hij vrijgezel geweest. Zijn vrienden hadden zich daar zorgen over gemaakt, temeer omdat hij ook nog eens opgeleid was in de wiskundige economie en eerder opging in zijn mathematische modellen dan in de wederwaardigheden van het leven, die toch niet aan zijn modellen voldeden. Op een dag moest hij een pakje afgeven bij zijn huisarts. Diens dochter deed open in een blauwe jurk en hij wist: dit is ze. Hij was in de zevende hemel geraakt. Ook later, toen de psychopathologische aandoening die verliefdheid nu eenmaal is, ingebed was geraakt in genegenheid en liefde, was hij zeer gelukkig gebleven. Antoine de Saint-Exupéry, piloot, mysticus en schrijver van De kleine prins, heeft eens gezegd dat het leven van verliefden niet bestaat uit elkaar aanstaren, maar samen dezelfde richting uit kijken. Het was zijn motto geworden, zijn leven lang.

Toen hij in een donker pak de hand van zijn uitverkorene had gevraagd, bleek zijn toekomstige schoonvader er geen flauw benul van te hebben dat zijn dochter een paar jaar een soort dubbelleven had geleid. Onder tranen had zij haar wiskundige econoom op een gegeven moment verteld dat zij een verboden relatie had gehad, en min of meer gedwongen was geweest een primitieve abortus te ondergaan. Verbijstering, ontreddering, onmacht hadden zich toen van hem meester gemaakt. Maar die waren weggeëbd. En in het verdere leven met haar speelde deze episode uit haar verleden geen enkele rol meer.

In zijn Belijdenissen wil Augustinus al rond zijn veertigste een open boek zijn voor zichzelf en voor anderen. Hij herinnert zich tot in detail gebeurtenissen uit zijn leven. Weliswaar streeft hij ernaar de innerlijke belevingen van zijn lezers te (her)scheppen. Hij wil hun een zingevend kader aanduiden waarin zij hun eigen zoektocht kunnen plaatsen. In zekere zin is hij dus minder te vertrouwen dan mijn oude man. Niettemin verwoordt Augustinus een inzicht dat tijdloos is, en dat de oude wiskundige econoom zich volledig eigen had gemaakt.

Hoewel Augustinus in de Belijdenissen diep graaft in zijn geheugen, houdt hij in het negende en het tiende boek zijn lezer voor, het verleden te vergeten. Mensen die hun hart willen hechten aan elkaar of aan God, moeten zich erop richten het verleden los te laten. Het is een cruciale stap in een hechtingsproces. Wie, aldus Augustinus, het verleden van de geliefde vergeet, is niet langer afgeleid en beter in staat zich helemaal op de ander te concentreren.

Mensen die opgaan in degene aan wie zij hun hart willen verpanden, zonder hun verleden te laten drukken, begenadigen de ander, volgens Augustinus. En over henzelf wordt een diepe rust vaardig, waarin hun een voorproef van de eeuwige rust ten deel valt. Want zij gaan dan mogelijk onderkennen hoe God aan gene zijde de mensheid zal begenadigen: namelijk door hun verleden te vergeten. Dat belijden, vergeten en liefhebben tezamen gepaard gaan met gevoeligheid voor wat het is uit genade te leven, ontdekte Augustinus al vroeg in zijn leven.

Mensen die het verleden van hun geliefde vergeten en met haar of hem opgaan in het hier en nu, brengen de ander en zichzelf volgens de kerkvader dus op een hoger plan. En, heel paradoxaal, gerichtheid op het heden brengt dus een bewustzijn mee van de wijze waarop God later mogelijk zijn mensheid zal bejegenen. En dus is het voor mensen met een slecht geheugen makkelijker een goed christen te zijn dan voor hen die zich werkelijk alles van anderen herinneren, en dit vooral ook zo willen houden.

Paul van Geest is hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg. Hij schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.