Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Geleerde onwetendheid
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 10-08-10

Met een boodschappenbriefje naar de markt in ons dorp gestuurd, belandde ik op een gegeven moment in de rij voor de kraam van groenteman Peter. Daar moet je lang wachten, omdat hij goede vruchten verkoopt. Dat wachten is overigens geen straf: er is veel te zien en te overdenken in om het even welke rij. Toen ik bijna aan de beurt was, hoorde ik Peter aan een oudere dame uitleggen hoe een bepaalde soort appel smaakt. Hij sprak over de vrucht in termen van vlezig, zoet en sappig. Hij besloot zijn toelichting met de woorden: ,,Als u deze appels hebt geproefd, dan wilt u niet meer anders!’’ De vrouw knikte en kocht een kilo.

Maar wat wist zij er nu precies van, hoe de appel smaakte? Hoe kun je eigenlijk de smaak van een vrucht uitleggen aan iemand die deze nog nooit geproefd heeft? Over smaken die we niet geproefd hebben, geuren die we niet geroken hebben, of aanrakingen die we niet ervaren hebben, weten we eigenlijk niets – ook al worden zij nog zo beeldend en indringend onder woorden gebracht. Een beschrijving of getuigenis van een ander kan ons voorstellingsvermogen prikkelen. Maar een smaak, een geur, de ervaring van een omhelzing wordt pas echt begrepen als de spreker en de luisteraar, de auteur en de lezer de ervaring delen waarover de eerste de ander onderhoudt. Dan zijn woorden zelfs niet meer nodig.

Taal is een gevolg van de zondeval, het vertoont als communicatiemiddel gebreken – het zijn gedachten die Augustinus waarschijnlijk zijn ingevallen toen hij op de markt een vrouw aan een man de smaak van een appel hoorde uitleggen. Verbale communicatie heeft voor hem iets tragisch, omdat in woorden nooit de essentie van iets of iemand kan worden uitgedrukt. Die tragiek weerklinkt ook in een lange en mooie brief die hij in 420 aan Proba schrijft. Zij was een gefortuneerde Romeinse weduwe en moeder van drie consuls. Na de val van Rome was zij naar Noord-Afrika gekomen en had Augustinus gevraagd haar te leren bidden.

Augustinus schrijft haar dat het Onze Vader het ijkpunt is van alle gebeden. Veel meer dan Tertullianus en Cyprianus in hun commentaren bij het Onze Vader, benadrukt hij dat de zeven bedes in dit gebed beden om vergeving en volharding zijn: deugden die de mens niet alleen op eigen kracht ontwikkelt, maar die ook geschonken worden (De dono perseverantiae 2(3)-7(15)).

Bovendien maakt hij haar deelgenoot van zijn gedachte dat mensen eigenlijk niet weten waarnaar zij verlangen. Iemand kan verlangen naar een bepaalde soort appel op grond van de beschrijving van de smaak die de groenteman geeft. Mensen kunnen naar de eeuwigheid verlangen op grond van de beschrijving die er, bijvoorbeeld in de Schrift, over gegeven is. Maar er is een verschil. Als mensen zeggen naar de eeuwigheid te verlangen, gebruiken zij een woord waarvan zij de betekenis hier op aarde nooit zullen kennen. Wij weten niet wat ‘eeuwig’ is en als ‘eeuwigheid’ een eindeloze monotonie zou impliceren, dan verlangen wij er eigenlijk helemaal niet naar.

Zo komt Augustinus in zijn brief aan Proba tot de slotsom dat er bij mensen sprake is van ‘geleerde onwetendheid’ (docta ignorantia; Epistula 130, Ad Probam 15.28). Wij weten niet wat de eeuwigheid behelst, omdat wij hier op aarde nu eenmaal niet in de eeuwigheid leven. En toch voelen wij ons tot de eeuwigheid aangetrokken, omdat wij erover hebben gelezen, erover zijn beleerd. Maar het onbegrijpelijke zal niet begrijpelijk worden zoals de smaak van een appel ‘begrijpelijk’ wordt als je er eenmaal in gebeten hebt. Proba wordt duidelijk gemaakt dat de wijze waarop het onbegrijpelijke ‘gevat’ wordt, eigenlijk al even onbegrijpelijk is. Sterker nog: hij lijkt te veronderstellen dat hoe meer zij zich van haar onwetendheid bewust raakt, des temeer zij zich de eeuwigheid bewust wordt.

Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.