Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Innerlijke conflicten
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 20-07-10

Het gebeurt niet vaak dat RTL Z en Spits aandacht besteden aan de resultaten van medisch psychologisch onderzoek direct nadat deze in een toonaangevend hoogwetenschappelijk tijdschrift zijn gepubliceerd. Toch is het een aantal wetenschappers aan de Vrije Universiteit gelukt. In het Amerikaanse tijdschrift Social, Cognitive and Affective Neuroscience beschreven zij wat zij hadden waargenomen in de hersenen van hun mannelijke en vrouwelijke proefpersonen bij het zien van foto’s van mensen met respectievelijk een aantrekkelijk, onaantrekkelijk en een gebruikelijk uiterlijk. Uit de reactiesnelheid van de hersenen, die de mannelijke proefpersonen bleken te bezitten, werd duidelijk dat mannen ‘geprogrammeerd’ zijn om sterker te reageren op aantrekkelijke vrouwen dan op minder
bekoorlijke. Vrouwen daarentegen reageerden minder sterk op aantrekkelijke mannen; zij vertoonden een meer intense reactie bij het zien van mannen van wie ambitie en status afstraalde.

De reacties op de website van Spits wezen uit, dat deze conclusies als behoorlijke open deuren worden opgevat. Opmerkingen als: ‘Wat is het toch met al die onderzoeken waarvan iedereen van tevoren al de uitkomst weet’, of:‘Hallo, dat had je mij ook kunnen vragen. Geld en tijd weggooien en niets wijzer worden’ waren niet van de lucht. Voor een enkele man (waarschijnlijk) bleek het VUonderzoek als een spiegel te werken: ‘En dan heb je ambitie en wat status en dan krijg je weer dat gezeur dat je nooit thuis bent’.

Nu zijn dergelijke reacties best heilzaam voor wetenschappers omdat prikkels die aanzetten tot enige zelfrelativering altijd welkom zijn. Maar in dit geval was onderbouwing van de conclusies toch meer de moeite waard dan de snelle reacties betreffende de uitkomst van het onderzoek suggereerden. De wetenschappers concludeerden namelijk dat onze hersenen klaarblijkelijk niet alleen zijn ‘geprogrammeerd’ om in a split second gevaren voor ons voortbestaan te onderkennen. Het mannelijk brein was er in de loop van de evolutie op gespitst geraakt zich het voortbestaan van de soort te
garanderen. Daarom richtten zij zich onbewust al vooral op vrouwen, die op grond van hun aantrekkelijkheid als mogelijke moeders van hun kinderen werden gezien. Vanuit evolutionair oogpunt zou dan ook te verklaren zijn waarom het vrouwelijk brein heviger op mannen met status reageert. Deze mannen worden gezien als degenen die veiligheid bieden aan dit mogelijke nageslacht. Menselijke hersenen reageren dus niet alleen onmiddellijk op mogelijke gevaren voor ons voortbestaan maar ook op mensen,die juist kunnen bijdragen aan de instandhouding van de soort.

Wat Augustinus zo bijzonder invloedrijk gemaakt heeft in de loop der eeuwen, is de beschrijving van het menselijke subject. Als geen ander wist hij de complexiteit van de menselijke ervaringen en van het proces tot beslissingen onder woorden te brengen. Redelijk uniek is hij ook omdat hij als eerste bewuste en onbewuste reacties, verlangens, angsten, woede, innerlijke conflicten en neigingen in hun samenhang heeft proberen te beschrijven. Niet alleen in zijn Belijdenissen maar ook in zijn preken voor
het volk. Vriend en vijand erkenden gedurende de eeuwen zijn talent, onder woorden te brengen hoe iemand indrukken van buiten verwerkt in geest en geheugen.

Nu maakte Aristoteles een onderscheid tussen enerzijds de inspanningen die tot zelfcontrole leiden en anderzijds het welbevinden dat mensen ervaren als zij er in slagen evenwichtig te zijn door gematigdheid te betrachten. Zoals andere Griekse filosofen benadrukte hij ook dat de gematigde mens vrij is van prikkels en beproevingen. In tegenstelling tot Aristoteles stelde Augustinus dat zelfs in
een deugdzaam mens zich voortdurend een strijd afspeelt tussen geest en vlees, tussen drijfveren die een mens als goed onderkent en drijfveren die hem naar een isolement voeren en dus slecht zijn.

Miskende Augustinus de klassieke deugd van de gematigdheid, zoals Aristoteles deze zag? Ik vermoed het niet. Het lijkt er veel meer op dat hij in zijn herformulering van de deugd van de temperantia (gematigdheid) rekening houdt met de onbewuste en bewuste prikkels die tot innerlijke
conflicten leiden en die door het VU-onderzoek herleid zijn tot de menselijke drang de soort in stand te houden. Het is natuurlijk hoopvol dat wij de soort in stand willen houden. En het is minstens zo hoopvol dat wij een kerkvader hebben die zo realistisch is dat hij onder ogen ziet dat deze drang klaarblijkelijk nooit teloor zal gaan, of wij nu deugzaamheid nastreven of niet. Maar juist in het licht van
het VU-onderzoek begrijp ik nu wel beter waarom hij eveneens de genade als goddelijk mysterie voorhield, waardoor de mens boven de alledaagsheid van zijn bewuste en onbewuste prikkels en drijfveren kon worden uitgetild. Zonder momenten van genade is het leven behoorlijk vermoeiend.

Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.