![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Voetbal en emoties Onvoorstelbaar is de aantrekkingskracht van wereldkampioenschappen
voetbal op ons. Dat is de afgelopen weken
wel bewezen. Zelfs op faculteiten der godgeleerdheid werden
op momenten dat Nederland speelde, televisieschermen
opgesteld en staakte de intellectuele arbeid. Al even
wonderlijk is de wijze waarop wij als het ware in de wedstrijden
werden ‘gezogen’ om vervolgens momenten van De kracht van voetbal oefent zelfs invloed uit op mensen van wie je totaal niet zou verwachten dat ze er bevattelijk voor zijn. Tijdens het vorige WK was ik met bisschop Tiny Muskens in Rome. Bij uitzondering mocht ik logeren in het Domus Sanctae Marthae, het huis waar bisschoppen logeren als ze in Rome zijn, en kardinalen als zij in conclaaf een nieuwe paus moeten kiezen. Het was daar buitengewoon rustig, behalve in de televisiekamer als er een voetbalwedstrijd aan de gang was. Dan waren vele bisschoppen daar in hemdsmouwen bijeen en juichten alsof hun leven ervan afhing. In zijn boek Gladiatoren. Volksvermaak in het Colosseum constateert Fik Meijer eenzelfde dynamiek in het Romeinse rijk. De zuigkracht van de gladiatorenshows, gevechten van mens tegen dier en de terechtstellingen van misdadigers moet destijds immens zijn geweest. Geleerden konden geen verklaring vinden voor die donkere kant van de Romeinse beschaving. De arena’s waren martelkamers, menselijke slachthuizen. Hoe konden mensen hierdoor zo in vervoering komen? De fascinatie voor voetbal bewijst dat er een civilisatieproces heeft plaatsgevonden. Op enkele hooligans na, zijn wij andere criteria ten aanzien van menselijk leven gaan hanteren. Het christendom gaf hieraan overigens de belangrijkste impuls. Schokkend is dan de observatie die Augustinus in zijn
Belijdenissen (6.8.13) heeft opgetekend. Zijn geletterde en
kuise vriend Alypius ging volledig op in de gladiatorenspelen.
Eerst slaat hij de uitnodiging van vrienden deze
spelen bij te wonen nog af. Als hij toch meegaat, houdt hij
zijn ogen gesloten. Maar dan valt de latere bisschop van
Thagaste een schokkende gewaarwording ten deel. De Na een subtiele berisping van Augustinus verandert Alypius onmiddellijk en zonder morren zijn gedrag. Maar Augustinus maakt zijn punt: zelfs beschaafde mensen van goede wil zijn gemakkelijk in vervoering te brengen door de invloed van omstanders. Daar wist Augustinus zelf alles van. In het tweede boek van de Belijdenissen vertelt hij hoe hij in zijn jeugd met een aantal vrienden – hangjongeren – peren stal. Alleen zou hij dat nooit hebben gedaan. Maar de kracht van de groep sleepte hem mee. De goede wil alléén blijkt niet genoeg. Mensen zijn overgeleverd aan de genade van elkaar. Stemmen zij elkaar af op de golflengte waarin het goede doen en het goede willen samenvallen, dan raken zij bevangen door een Schoonheid in het leven die zijn weerga niet kent. Augustinus zou aan het voetbalspel als uitlaatklep zeker
de voorkeur hebben gegeven boven de gladiatorenstrijd.
Maar zowel in de Belijdenissen als in De Stad Gods houdt
hij zijn publiek wél voor dat handelingen die uitsluitend
voortkomen uit emoties als woede, uitzinnige vreugde of
triestheid, niet goed zijn. Vaak veroorzaken zij ravages. Pas
als ze door de ratio zijn ingeordend, kunnen zij vruchtbaar
zijn: dan wordt triestheid de opmaat tot zelfreflectie bijvoorbeeld.
Tristitia, zegt Augustinus zelfs, wordt geschonken
door God opdat de mens zich voor verder kwaad
behoedt en er zelfs niet even aan denkt.
Augustinus is dus geen stoïcijn. Hij vindt juist niet dat alle
emoties moeten worden uitgebannen opdat de rede kan
regeren. De overwinning op de pathè, de apatheia, acht hij
later een anomalie (of onregelmatigheid). Dat is goed
nieuws voor voetballiefhebbers. Wie gevoelloos naar een Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk. |
||
| |