Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Invoelend leiderschap
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 06-07-10

De eerste marskramers die in de middeleeuwen hun waar op jaarmarkten gingen verkopen, beseften waarschijnlijk niet dat zij aan het begin van een maatschappelijke omwenteling stonden. In de agrarisch-feodale samenleving trokken zij met hun waar van hof naar hof. Maar hun jaarmarkten werden een succes omdat de kopers uit hun hoven kwamen. De houten huizen rondom de markt
maakten plaats voor huizen van steen: de opkomst van de steden in Europa was een feit. Later verrezen rondom de markt ook vleeshallen, een waag, een Latijnse school en een machtige kathedraal. Vooral de gotiek werd tot uitingsvorm van een zelfbewuste burgerij, die de maatschappij
van agrarisch-feodaal naar stedelijk en kapitalistisch deed veranderen.

Daarmee veranderde ook het religieuze leven. In de agrarisch- feodale samenleving kwam een orde als de benedictijnen tot grote bloei. Deze monniken waren de stabilitas in loco toegedaan: zij bleven hun leven lang in het klooster waar ze intraden, om in een leven van bidden en werken hun balans en weg naar God te vinden. De abt leidde als een vader iedere monnik op diens levensweg. In de verstedelijkende samenleving kwamen bedelorden op, zoals de franciscanen en de dominicanen. Hun kloosterlingen waren niet gebonden aan één plaats. Zij reisden rond, om te studeren, te doceren of te preken. Elk klooster behield wel een overste.

Aan deze episode in de geschiedenis moest ik denken toen ik onlangs in Het Financieele Dagblad een artikel las van Erik van de Loo – psychoanalyticus, organisatiedeskundige en hoogleraar aan de Vrije Universiteit – over het ‘nieuwe werken’. Door de opkomst van mobiele telefoon, laptop en internet draait het in het bedrijfsleven nu om flexibiliteit, creativiteit, snelheid en productiviteit. Leiders moeten niet meer stap voor stap aangeven wat er moet gebeuren. Ze blijven wel verantwoordelijk voor een gezamenlijke richting – aandacht voor een nieuwe doelgroep bijvoorbeeld. Maar leiders moeten ook juist dan over verbindende kwaliteiten beschikken. Mensen houden behoefte aan richting, veiligheid en binding, ook als zij geen vaste werktijden en -plekken meer hebben, en het kantoor veel meer een plek van uitwisseling en ontmoeting wordt. ,,Wie die behoeften loochent maakt organisaties nodeloos kwetsbaar.’’

Ook Augustinus ontwikkelde een visie op goed leiderschap, die in elk maatschappelijk bestel beklijfde. In 397 schreef hij het Praeceptum voor de leefgemeenschap die hij in Hippo had gesticht. Zijn doel was het een groep mensen die qua afkomst en ontwikkeling behoorlijk verschilden, tot een eenheid te smeden. Augustinus werkt richtlijnen uit met betrekking tot het delen van materiële
zaken, schriftlezing en bezinning, instinctbeheersing, transparantie, duidelijkheid, rechtvaardigheid en zachtmoedigheid, en empathie. Klaarblijkelijk bewerkten deze richtlijnen niet alleen eensgezindheid maar ook productiviteit. En klaarblijkelijk bewerkten zijn richtlijnen ook productiviteit. In de tijd van de gotiek namen de dominicanen de Regel van Augustinus aan. In de onzekere tijden na de Industriële Revolutie deden de talloze ziekenhuisen scholencongregaties dit ook. In beide tijdsgewrichten
ontwikkelden deze organisaties een enorme slagkracht.

In Augustinus’ model moeten leiders vooral empathische mensen zijn. Zij dienen zich in te leven in de situatie en eigenheid van de ander. Verder dienen zij randvoorwaarden te scheppen voor een amenleven waarin mensen zich kwetsbaar kunnen opstellen, en waarin eerlijke kritiek eerder helend en bevrijdend werkt dan agressie of woede wekt. Onder geen beding mogen zij besluiten nemen uit heerszucht; hun beslissingen moeten doordesemd zijn van onbaatzuchtige betrokkenheid op mensen.
En vooral: leiders moeten zich bewust worden van onbewuste patronen die in hun denken en emoties zijn ingesleten, of van (valse) motieven en drijfveren die aan een besluit of bejegening van anderen ten grondslag liggen. Zij moeten bij uitstek de reis naar binnen durven maken. Toch mooi, dat een oude kerkvader en een moderne psychoanalyticus en organisatiedeskundige dezelfde klare wijn schenken. Of je nu werkt in een reële of virtuele samenleving: klaarblijkelijk is het werkelijke afstemmen op elkaars golflengte nuttig en noodzakelijk tot in de eeuwen der eeuwen.

Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.