![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Invoelend leiderschap De eerste marskramers die in de middeleeuwen hun waar
op jaarmarkten gingen verkopen, beseften waarschijnlijk
niet dat zij aan het begin van een maatschappelijke
omwenteling stonden. In de agrarisch-feodale samenleving
trokken zij met hun waar van hof naar hof. Maar hun
jaarmarkten werden een succes omdat de kopers uit hun
hoven kwamen. De houten huizen rondom de markt Daarmee veranderde ook het religieuze leven. In de agrarisch- feodale samenleving kwam een orde als de benedictijnen tot grote bloei. Deze monniken waren de stabilitas in loco toegedaan: zij bleven hun leven lang in het klooster waar ze intraden, om in een leven van bidden en werken hun balans en weg naar God te vinden. De abt leidde als een vader iedere monnik op diens levensweg. In de verstedelijkende samenleving kwamen bedelorden op, zoals de franciscanen en de dominicanen. Hun kloosterlingen waren niet gebonden aan één plaats. Zij reisden rond, om te studeren, te doceren of te preken. Elk klooster behield wel een overste. Aan deze episode in de geschiedenis moest ik denken toen ik onlangs in Het Financieele Dagblad een artikel las van Erik van de Loo – psychoanalyticus, organisatiedeskundige en hoogleraar aan de Vrije Universiteit – over het ‘nieuwe werken’. Door de opkomst van mobiele telefoon, laptop en internet draait het in het bedrijfsleven nu om flexibiliteit, creativiteit, snelheid en productiviteit. Leiders moeten niet meer stap voor stap aangeven wat er moet gebeuren. Ze blijven wel verantwoordelijk voor een gezamenlijke richting – aandacht voor een nieuwe doelgroep bijvoorbeeld. Maar leiders moeten ook juist dan over verbindende kwaliteiten beschikken. Mensen houden behoefte aan richting, veiligheid en binding, ook als zij geen vaste werktijden en -plekken meer hebben, en het kantoor veel meer een plek van uitwisseling en ontmoeting wordt. ,,Wie die behoeften loochent maakt organisaties nodeloos kwetsbaar.’’ Ook Augustinus ontwikkelde een visie op goed leiderschap,
die in elk maatschappelijk bestel beklijfde. In 397
schreef hij het Praeceptum voor de leefgemeenschap die
hij in Hippo had gesticht. Zijn doel was het een groep
mensen die qua afkomst en ontwikkeling behoorlijk verschilden,
tot een eenheid te smeden. Augustinus werkt
richtlijnen uit met betrekking tot het delen van materiële In Augustinus’ model moeten leiders vooral empathische
mensen zijn. Zij dienen zich in te leven in de situatie en
eigenheid van de ander. Verder dienen zij randvoorwaarden
te scheppen voor een amenleven waarin mensen
zich kwetsbaar kunnen opstellen, en waarin eerlijke kritiek
eerder helend en bevrijdend werkt dan agressie of
woede wekt. Onder geen beding mogen zij besluiten
nemen uit heerszucht; hun beslissingen moeten doordesemd
zijn van onbaatzuchtige betrokkenheid op mensen. Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk. |
||
| |