Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Religieuze symbolen
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 15-06-10

Op 3 november 2009 verbood het Europese Hof voor de Rechten van de Mens religieuze symbolen in de publieke scholen in Italië. Ook een kruis aan de muren van klaslokalen werd dus niet langer toegestaan. Een aantal landen, variërend van Rusland tot San Marino, tekenden bezwaar aan. Sommige vonden dat de rechten van autonome staten niet gerespecteerd werden. Andere konden er niet mee leven dat vanuit Straatsburg een dictaat werd opgelegd om culturele en religieuze uitingen te verbieden, waarin nu juist de identiteit van een bepaald land weerspiegeld werd, die door de eeuwen was gegroeid. Toch lijkt de uitspraak van het hof op het eerste gezicht wel te begrijpen. Een regering mag niet aan één religieuze groepering het privilege schenken haar religieuze symbolen in publieke ruimten te bevestigen. En een regering mag al helemaal niet de indruk wekken te missioneren
vanuit een godsdienstige overtuiging. Zij zou de scheiding tussen kerk en staat in gevaar kunnen brengen. Maar bij nader inzien is de uitspraak vreemd. Een religieus symbool in een klaslokaal wil natuurlijk niet zeggen dat degenen die zich hierin bevinden, het christendom moeten omarmen. Anders zouden ook alle tuincentra in Italië waar Boeddhabeelden verkocht worden, moeten worden gesommeerd deze subito te verwijderen. In Nederland zagen wij dat Sinterklaas afgelopen jaar te
Amsterdam geen kruis meer op zijn mijter droeg. Men had de drie kruisjes uit het gemeentewapen op dit liturgische (!) hoofddeksel geborduurd – waarschijnlijk niet wetend dat deze kruisjes eveneens religieuze symbolen zijn. Het diagonale kruis staat voor het kruis waaraan Andreas stierf, een van de eerste leerlingen van Christus. Zo is Andreas dus weer wat meer in het nationale geheugen gekomen. Het kan verkeren.

De verklaring van het Europese hof geeft te denken. Moet het kruis, door Mahatma Gandhi een universeel symbool genoemd, niet juist wat prominenter in Europese samenlevingen zichtbaar worden? In het boek Saeculum (1970) bestudeert professor Robert Markus Augustinus’ opvatting
van het saeculum, de wereld waarin wij leven. Augustinus raakte er steeds meer van overtuigd dat de klassieke filosofen geen raad wisten met het tragische karakter van dit saeculum, maar christenen wel. Zij aanvaardden hun kruis bij voorbaat, in navolging van Christus. Als zij het daadwerkelijk te dragen kregen, konden zij dit eerder aanvaarden en plaatsen. Dit is een voordeel, als je niet ongelukkig en wanhopig wilt worden, zo stelt ook de psycholoog Jonathan Haidt in The Happiness Hypothesis (2006). Klassieke filosofen en de Romeinse politieke ideologen meenden dat de staat – via vorming en discipline – aan burgers vervolmaking en geluk kon bieden. Augustinus vond dit een vreemde opvatting. Hij verweet hun dat ze geen rekening hielden met de tragiek in dit bestaan: de spanningen in mensen zelf, twisten, oorlog en chaos, ziekte, lijden en dood. Volgens hem kon een staat niet veel méér dan randvoorwaarden scheppen voor een vrede, die tot stand komt op basis van overeenstemming over de verdeling van de noodzakelijke levensbehoeften (De civitate Dei 19.6). Zo
kan de staat díé rechtvaardigheid bewerken die voortvloeit uit het opofferen van het eigen winstbejag ten behoeve van het gemeenschappelijke goed. Honger naar macht en rijkdom maakt dan in het ideale geval plaats voor een besef dat God de hoogmoedigen weerstaat, maar nederigen ontvankelijk maakt voor Gods genade. Meer dan dat vermag de staat niet.

Juist omdat ‘het’ – in de woorden van Harry Mulisch – ‘altijd slecht afloopt’, gaf Augustinus naarmate hij ouder werd, veel aandacht aan het kruis. Verdisconteert men het kruis bij voorbaat in het leven, dan is men beter opgewassen tegen tegenslagen en eerder dankbaar. Maar het kruis was voor hem meer dan dat. Hij ziet ook de bestaanswijze van de christen erin samengevat én de verborgen nabijheid van God. De horizontale balk van het kruis staat voor de handen van Christus, die zich uitstrekken naar de uiteinden der aarde om goede werken te doen. De verticale balk dient het lichaam en symboliseert de volharding tot het einde. De balk waarop het hoofd rust, staat voor de hoop op het hoogste goed. Maar het fundament van de rechtopstaande balk, waarop alles rust, is verborgen in de grond. Dit fundament symboliseert de verborgen wil van God en zijn ondoorgrondelijke oordelen. In het kruis ziet Augustinus dus de samenhang van alles in het leven. Het leven, lijden, de nood en de vragen van ieder mens zijn in dit teken samengevat. Ook in een rechtsstaat. Toch jammer dat Augustinus niet als pater Europae, vader van Europa, is geboekstaafd.

Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Amsterdam en Tilburg, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.