Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Augustinus of Mandela
Paul van Geest, Nederlands Dagblad, 01-06-10

"Wie heeft nu gelijk? Augustinus of Nelson Mandela?’’ Deze vraag kwam aan het einde van een misschien nogal saai college over Augustinus’ visie op de genade. Er lag wellicht ook enige irritatie in besloten. Aan de studenten was uitgelegd dat genade nooit door goede werken of op basis van verdiensten wordt gegeven. Genade heeft voor Augustinus met de liefde gemeen, dat zij niet kan worden afgedwongen en in beginsel onvoorwaardelijk is. Dat is nog wel te volgen, zeker voor de studenten die al oudere kinderen hebben. In hun ogen doet het nageslacht soms dingen die eigenlijk niet door de beugel kunnen. Maar ouders laten kinderen niet vallen",al doen ze er alles aan om jou dit te laten willen’’, zoals een andere student tijdens college opmerkte.

Maar de lastigste gedachtegang bij Augustinus is dat hij de genade ook een herscheppende en helpende kracht noemt, die onontbeerlijk is om überhaupt het goede te willen. Is er dan niets goeds in de wil die de mens op eigen kracht ontwikkelt? Augustinus suggereert van niet. Al aan het begin van de geschiedenis der mensheid gebruikte Adam zijn verstand niet en wilde hij iets wat niet goed was voor hem. Dat was niet alleen funest voor hem, maar ook voor zijn nageslacht. Alleen God kon de
oorspronkelijke natuur, de wil en het intellect van mensen herstellen door de gave van de genade ter vergeving van de zonden. Juist deze laatste gedachte is lastig. Waarom toch al die somberheid over de menselijke natuur na de val van Adam? En waarom acht Augustinus het onmogelijk dat mensen zichzelf verlossen met hun talenten? Waar is de menselijke autonomie?

De vraag van de begaafde student bleek de opmaat tot een mooi tegen-college. "Kijk’’, zei hij",bijna dertig jaar nadat Nelson Mandela was beschuldigd van hoogverraad, kwam hij vrij uit zijn piepkleine cel op Robbeneiland. Daar had hij het kunnen uithouden omdat hij, zolang het tegendeel niet was bewezen, altijd van het goede in mensen bleef uitgaan. Hij weigerde in de slechtheid van zijn bewakers
te geloven omdat hij wist dat hun onmenselijkheid hun was opgedrongen. Mandela beschouwde mensen altijd als beter dan zij zich in hun gedrag tonen. Daarom kon hij een soort vriendschap sluiten met zijn bewakers. Als hij in zijn cel zo had zitten somberen over de menselijke natuur als Augustinus, dan had hij het waarschijnlijk niet gered!’

De docent dacht meteen even hardop na over Michel Foucault en diens boek Discipline, toezicht en straf, over de geschiedenis van het gevangeniswezen. Foucault ziet de strikte dagorde, de regels en de bevelen als onderdelen van een systeem waarin mensen onderworpen raken. Zo worden mensen ook in de moderne maatschappij in een keurslijf geperst, zegt hij, door instituties zoals scholen,
ziekenhuizen, kantoren, gerechtshoven. Foucault acht het van belang dat mensen zich juist verzetten tegen de machtspraktijken en beloningsstrategiën waardoor zij werden geconditioneerd.

Daar waren de bewakers van Mandela dus niet in geslaagd. Maar voor Mandela wordt niemand als racist of als slecht mens geboren. Het wordt ons aangeleerd. Spreken mensen ‘vijanden’ op het goede aan, dan doorbreken zij dit patroon. Voor Augustinus kan de mens niet op eigen kracht het goede in mensen en in zichzelf bewerkstelligen, omdat hij bepokt en bemazeld is door de zonden die mensen voor hem gedaan hebben. Zij lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Of toch niet? Augustinus overzag in zijn Stad Gods de wereldgeschiedenis en zocht een verklaring voor oorlogen en onrecht. Uiteindelijk stelde hij met betrekking tot de hele mensheid vast wat Mandela wat betreft concrete individuen constateerde. De mensheid is niet wreed of slecht begonnen. Maar sinds Adam het verkeerde wilde, conditioneren mensen elkaar en zichzelf door aandriften en gedragingen te belonen die geen goede gevolgen hebben voor anderen. Voor Augustinus is de menselijke natuur in principe goed. Zij is goed, maar bepokt en bemazeld door slechtheid die generaties lang is aangekoekt en aangeleerd. Mandela stelde een soortgelijk proces vast bij de directeur van zijn gevangenis. Beide grote Afrikanen zitten op één lijn. Beiden leren de mensheid
door menselijke mechanismen heen kijken om de goede natuur op het spoor te komen.

Blijft alleen de vraag waarom Augustinus de genade als hulp hierbij zo nodig vindt. Daarover later meer.

Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Tilburg en Amsterdam, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.