![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Augustinus of Mandela "Wie heeft nu gelijk? Augustinus of Nelson Mandela?’’ Deze vraag kwam aan het einde van een misschien nogal saai college over Augustinus’ visie op de genade. Er lag wellicht ook enige irritatie in besloten. Aan de studenten was uitgelegd dat genade nooit door goede werken of op basis van verdiensten wordt gegeven. Genade heeft voor Augustinus met de liefde gemeen, dat zij niet kan worden afgedwongen en in beginsel onvoorwaardelijk is. Dat is nog wel te volgen, zeker voor de studenten die al oudere kinderen hebben. In hun ogen doet het nageslacht soms dingen die eigenlijk niet door de beugel kunnen. Maar ouders laten kinderen niet vallen",al doen ze er alles aan om jou dit te laten willen’’, zoals een andere student tijdens college opmerkte. Maar de lastigste gedachtegang bij Augustinus is dat hij de
genade ook een herscheppende en helpende kracht
noemt, die onontbeerlijk is om überhaupt het goede te
willen. Is er dan niets goeds in de wil die de mens op
eigen kracht ontwikkelt? Augustinus suggereert van niet.
Al aan het begin van de geschiedenis der mensheid
gebruikte Adam zijn verstand niet en wilde hij iets wat
niet goed was voor hem. Dat was niet alleen funest voor
hem, maar ook voor zijn nageslacht. Alleen God kon de De vraag van de begaafde student bleek de opmaat tot een
mooi tegen-college. "Kijk’’, zei hij",bijna dertig jaar nadat
Nelson Mandela was beschuldigd van hoogverraad, kwam
hij vrij uit zijn piepkleine cel op Robbeneiland. Daar had
hij het kunnen uithouden omdat hij, zolang het tegendeel
niet was bewezen, altijd van het goede in mensen bleef
uitgaan. Hij weigerde in de slechtheid van zijn bewakers De docent dacht meteen even hardop na over Michel Foucault
en diens boek Discipline, toezicht en straf, over de
geschiedenis van het gevangeniswezen. Foucault ziet de
strikte dagorde, de regels en de bevelen als onderdelen
van een systeem waarin mensen onderworpen raken. Zo
worden mensen ook in de moderne maatschappij in een
keurslijf geperst, zegt hij, door instituties zoals scholen, Daar waren de bewakers van Mandela dus niet in geslaagd. Maar voor Mandela wordt niemand als racist of als slecht mens geboren. Het wordt ons aangeleerd. Spreken mensen ‘vijanden’ op het goede aan, dan doorbreken zij dit patroon. Voor Augustinus kan de mens niet op eigen kracht het goede in mensen en in zichzelf bewerkstelligen, omdat hij bepokt en bemazeld is door de zonden die mensen voor hem gedaan hebben. Zij lijken lijnrecht tegenover elkaar te staan. Of toch niet? Augustinus overzag in zijn Stad Gods de
wereldgeschiedenis en zocht een verklaring voor oorlogen
en onrecht. Uiteindelijk stelde hij met betrekking tot de
hele mensheid vast wat Mandela wat betreft concrete
individuen constateerde. De mensheid is niet wreed of
slecht begonnen. Maar sinds Adam het verkeerde wilde,
conditioneren mensen elkaar en zichzelf door aandriften
en gedragingen te belonen die geen goede gevolgen hebben
voor anderen. Voor Augustinus is de menselijke
natuur in principe goed. Zij is goed, maar bepokt en
bemazeld door slechtheid die generaties lang is aangekoekt
en aangeleerd. Mandela stelde een soortgelijk proces
vast bij de directeur van zijn gevangenis. Beide grote
Afrikanen zitten op één lijn. Beiden leren de mensheid Blijft alleen de vraag waarom Augustinus de genade als hulp hierbij zo nodig vindt. Daarover later meer. Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Tilburg en Amsterdam, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk. |
||
| |