Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Het goede leven van Paul van Geest
Paul van Geest, Friesch Dagblad, 29-05-10

De katholieke theoloog Paul van Geest (45) is hoogleraar Augustijnse studies aan de VU in Amsterdam en de Universiteit van Tilburg. Hij studeerde theologie in Rome, promoveerde op Thomas à Kempis en schreef het boek Stellig maar onzeker. Hierin betoogt hij dat Augustinus veel voorzichtiger was in zijn uitspraken over God dan vaak gedacht. Door Jurgen Tiekstra.

Doen

"Op de middelbare school was ik gewaar geworden dat het vóór de Verlichting geen issue was om te
geloven in een God die je niet ziet. God wás, de goden wáren. Ik dacht toen: als ik toch op aarde ben ik, kan ik mij daarin gaan verdiepen. Ik wilde kijken of het waar was dat Iemand bestaat die we niet kunnen zien, maar uit wie mensen toch hoop putten. Bovendien kreeg ik de kans om naar Rome te gaan. Dat vond ik geweldig. In Rome heb ik begrepen wat het is om ‘katholiek’ te zijn: dat woord stamt van het Griekse ‘kat’holon’: alles omvattend. Er waren driehonderd eerstejaars uit tachtig tot negentig landen. Mijn Italiaans was nog niet geweldig, dus ik vroeg aan een student of ik zijn aantekeningen van het college over Paulus kon lenen. Maar het was een Japanner, hij had ze in karakterschrift geschreven. Ik besefte dat de kerk zich uitstrekt tot de uiteinden van de aarde en alle wereldtalen erin gesproken worden. De kerk beweegt zich in tijd en ruimte voort en houdt mensen een blijvende
boodschap voor; niet alleen de rooms-katholieke kerk, maar ook de syrisch-orthodoxe en de oostersorthodoxe. Ik ben een Nederlander, maar zie mijzelf als een katholiek in die wereldkerk.
De studie voldeed volstrekt niet aan mijn verwachting. Ik zocht zekerheid over Gods bestaan, maar die
krijg je natuurlijk niet. We deden onderzoek naar de verrezen Christus, maar die kun je niet meten,
je kunt geen vivisectie op Christus na diens verrijzenis plegen. Met het mysterie van de verrijzenis
zijn mensen heel verschillend omgegaan. Een van de stromingen waarin ik mij kon vinden was die van kardinaal Nicolaas Cusanus. Hij zei: wij moeten heel hard nadenken om het wezen van God op het spoor te komen. Maar als we het mysterie door spitsvondig speculeren op het spoor zijn - ‘zo ziet de verrijzenis er precies uit; dít zou verlossing kunnen zijn’ - dan moeten we dat weer loslaten. Want God is groter dan onze speculatie. Je moet tegelijkertijd spitsvondig over God praten, maar dat ook weer loslaten.”

Denken

"Ik had laatst een gesprek met een gereformeerde hoogleraar in Delft, een bèta dus. Hij zei: de grap
is dat wij proberen de waarheid in modellen te vatten. Maar wij vatten daarmee niet de hele werkelijkheid, ook al denken mensen dit wel vaak. Dat vond ik een fascinerende parallel met de negatieve theologie. Gelovigen en niet-gelovigen proberen ‘God’ in woorden te vatten. Maar woorden zijn ‘kaders’ waarin het hele wezen van God natuurlijk niet ‘gevat’ kan worden. Maar we kunnen ook niet alleen maar zwijgen. Dus gebruiken we ontoereikende woorden om ‘iets’ van God op het spoor te komen. En toch: de spanning in het spreken en het zwijgen voor God rekt je horizon op. Ik probeer mijn studenten te laten zien dat om ons zelf te begrijpen in deze pluriforme, zo je wilt seculiere,
samenleving, het heel handig is om te weten wat de kerkvaders hebben gezegd over God, de mens en de maatschappij - of je gelovig bent of niet. Na de Verlichting zijn waarden als solidariteit, individuele
vrijheid, opkomen voor armen en bedrukten, door de verlichtingsfilosofen bestempeld als umanistische waarden. Maar ze zijn mooi wel ontwikkeld door Christus zelf. De kerkvaders hebben daar over nagedacht. Ik durf Augustinus de ontdekker van de menselijke wil te noemen, maar ook van de dubbele wil. Wij willen het goede, maar tegelijk ook wat niet goed is. Als ik wereldvrede wil, maar dit niet ten koste van mijn carrière moet gaan, zit in mijn wil iets dubbels. Volgens Sartre is de mens de baas over zijn project: ik bepaal mijzelf. Dat is waar, maar ook niet waar. Want wat Michel Foucault zegt, geldt ook. De vrijheid om mijzelf te ontwerpen is beperkt: we zijn geconditioneerd door systemen en discipline. Zelfs al door verkeersborden word ik gereguleerd en gedisciplineerd. Ook Augustinus zegt dat de wereld niet maakbaar is. Wij moeten ons realiseren dat wij nooit gelukkig worden in de samenleving die wij met elkaar maken. Omdat wij een dubbele wil hebben, maar ook omdat er altijd iets tragisch is. Wij worden ziek en gaan dood. Je hebt meer niet dan wel in de hand. Dat moeten we verdisconteren in ons levensbesef. Leef vanuit het besef dat het leven een gave is. Iedere dag opnieuw.”

 

"Mijn ouders zijn katholiek, maar kritisch. Mijn grootvader was weliswaar katholiek, maar in zijn familie
zat ook Joods bloed; er zaten ook intellectuele atheïsten in. Achternichtjes van mij lopen nu met mitrailleurs door de Negev-woestijn. Ik praatte wel eens met mijn ongelovige ooms en merkte dat ik van huis uit met een bepaald basisvertrouwen was opgevoed dat zij niet deelden. Dat is een basisvertrouwen dat dieper zit dan het niveau van meningen en opinies. Ik ben opgevoed met een spanning: tuurlijk, je bent katholiek, maar mijn ouders bleven kritisch tegenover de hogere legerleiding
van de kerk. De priesters zijn priesters, maar ook mensen. Zij werden bij ons thuis niet op een voetstuk gehesen. Tegelijk waren mijn ouders heel loyale katholieken. Ook in Rome heb ik gemerkt dat een kritische houding tegenover de kerk kan samengaan met een grote loyaliteit. Dat heb ik geleerd van mgr. Tiny Muskens, die ongeloofl ijk loyaal en ongeloofl ijk kritisch was. In deze tijd hebben wij thuis veel discussies. Mijn vrouw, die van huis uit katholiek is, zegt ook tegen geestelijken die hier wel eens langskomen: die organisatie van de kerk spoort gewoon niet. Zelf kom ik nog in Rome en zie dan ook dat bepaalde dynamieken in de Romeinse Curie niet tot heil en zegen strekken.
Maar ik leef meer uit het besef dat de wereldkerk, die zich uitstrekt tot de randen van de aarde, veel meer behelst dan de hiërarchische structuur. De kerk is niet alleen wat je ziet; dat is de meer mystieke beleving van de kerk. Ik vind het heel mooi wat de paus doet. Volgens mij heb je twee stromingen in Rome als het gaat om de misbruikaffaires. De ene zegt: het is genoeg geweest met de aanvallen op de kerk, dit moeten we achter ons laten. Dat vind ik laakbaar. Maar je hebt ook de stroming waar de paus toe behoort: omdat wij het slachtoffer centraal moeten stellen, moeten wij heel snel openheid van zaken geven. Transparantie in de kerk is absolute noodzaak, heeft ook Augustinus gezegd. De kerk is een corpus mixtum, zei hij: het is kaf en koren in kerk. Dat moet je laten zien. Ik hoop daarom dat de paus de overhand zal krijgen.”

Genieten

"Ik ben nu een artikel over Athanasius aan het schrijven, over het leven van de heilige Antonius, over het monastieke leven. Dan merk je dat de kerkvaders de contemplatie in hun actie hadden ingebouwd. In alles wat zij deden, zat de refl ectie. Mensen hebben refl exieve ruimte nodig, zodat je je kunt bezinnen op je drijfveren, hoe je prestatiedrang zich verhoudt tot altruïsme, hoe je naar anderen toe wilt zijn. Als je ergens die refl exieve ruimte tegenkomt dan is dat in het leven van de kerkvaders. Je moet
voeling hebben met je goede, maar ook met je duistere kanten, anders kun je heel vreemde dingen doen. Mensen doen soms heel domme dingen, omdat ze zichzelf niet in het perspectief van anderen zien. Ze nemen anderen de maat, terwijl ze niet doorhebben dat zij zich aan dezelfde ondeugden schuldig maken. Mijn drijfveer was om een proefschrift te schrijven. Dat getuigt van ambities. Van gezonde ambitie? Ja, als ik anderen er niet mee schaadt. Het is de hang naar iets groots. Dan kom je snel tegen een grens aan. Die grens heb ik ook gevonden. Ik ben ook hoogleraar geworden, dat word je niet door onder een apenbroodboom te zitten. Maar het lukt steeds beter om de rust te vinden als je
ouder wordt. Je moet jezelf relativeren. Dat gaat goed als je kinderen hebt. Het is geweldig om vader te zijn. Het zijn leermeestertjes. Studeren kan een geweldige stimulans zijn, maar opgaan in je kinderen is geweldig. Studeren is zuiverend, vader-zijn is vervullend. Word vader, dat is het mooiste dat je kunt
doen. Het is heel mooi dat kinderen jou onvoorwaardelijk vertrouwen. Dat wil je niet beschamen. Ik had toen mijn dochters jonger waren hun box in mijn studeerkamer staan. Ik kon dan uren naar ze kijken als zij aan het slapen waren. Nu zijn ze zes en acht en ik doe dat nog steeds: dat is zo zuiverend en verruimend. Dat is het Mattheüs 6-scenario, als Jezus zegt: Waar maken jullie je zorgen over? ‘Kijk naar de vogels aan de hemel. Zij maken zich nergens druk over, maar zij zijn mooier dan koning Salomo in al zijn pracht.’ De wereld kan je titels toekennen - doctorandus, doctor - , maar het moment dat je je vader ervaart, geeft dat een onuitwisbaar merkteken op je ziel.”

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.