![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Antenne Voor een aantal directeuren van een groot bedrijf werd
een tijdje geleden een reeks gesprekssessies belegd. Doel
hiervan was hen te laten bezien of het leiderschapsmodel
van dit bedrijf wel aansloot bij hun eigen ideeën en drijfveren.
Aan een van de facilitators maakte een deelnemer
na de eerste sessie een compliment, dat deze moeilijk kon
plaatsen. Zij was hem dankbaar dat hij in het ‘drijfverenpalet’ Dit ‘gelukkige misverstand’ gaf hem te denken. Kennelijk had de directeur uit zijn woorden iets gehaald wat hem volstrekt niet voor ogen had gestaan. Voor Augustinus staat vast dat een spreker of een predikant duidelijk moet zijn. Maar uit preek 23 valt af te leiden dat hij de plank volledig misslaat: een deel van zijn gehoor kan hem niet volgen. Er ontstaat geroezemoes, omdat het begrijpende deel van het kerkvolk het andere deel de kern van Augustinus’ betoog gaat uitleggen. Daarom haast hij zich te zeggen dat hij opnieuw begint. Maar hij ontwikkelt ook een andere gedachte. Woorden uit de mond van de predikant of leraar, schieten tekort. Het is Christus, als innerlijke leermeester (magister interior), die in de ziel van de toehoorder vruchten voortbrengt die de predikant of facilitator niet heeft voorzien of beoogd (sermo 102, 153 etc.). Is dit geen retorische strategie? Schuift Augustinus de verantwoordelijkheid
voor zijn eigen woorden hier niet van
zich af? Of verheft hij zich juist niet, omdat hij zichzelf
regelrecht in het verlengde van God als leraar duidt?
Dat de kracht van uitgesproken woorden relatief is en bij
iedereen een ander proces in werking zet, was geen nieuw
inzicht. Socrates had al tegen Meno gezegd dat het geen
zin heeft als twee mensen naar de betekenis van een
woord zoeken dat zij beiden niet kennen. Mensen kunnen Mensen uit ons verleden werken in ons innerlijk door. Wie goede leermeesters heeft gehad en op hen is afgestemd gebleven, krijgt ingevingen bij het horen van bepaalde woorden, die voor anderen niet zijn weggelegd, al horen zij hetzelfde. De filosoof en musicus Ervin Laszlo heeft eens geschreven dat het brein werkt als een antenne. Wie zijn antenne bijstelt, kan ook andere zenders ontvangen dan de in het dagelijkse leven gebruikelijke. Als hijzelf piano speelde, raakte hij anders ‘afgesteld’ dan wanneer hij studeerde. Er ontstond een vrije stroom van gedachten, ideeën en ingevingen. Als Augustinus over Christus als innerlijke leermeester spreekt, dan stelt hij geen bipolair, maar een driehoekig communicatiemodel voor. In de tijden van Schriftlezing en gebed raakt men ook ‘afgesteld’ op de innerlijke leermeester. Dan blijven er ook in het dagelijks leven inzichten mogelijk die door uitgesproken woorden zijn ingegeven en die men voorheen voor onmogelijk hield. Maar er is meer. Als Augustinus spreekt over Christus als de eigenlijke leermeester, wil hij vooral duidelijk maken dat de inzichten waartoe de predikant of facilitator een aanzet geeft, geschonken worden. Mensen verlichten zichzelf niet, maar worden verlicht, soms op wonderlijke wijze. Als het goed is, stemt dit inzicht hen tot deemoed en dankbaarheid tegelijk. Als de kerkvader de werkzaamheid van de predikant dus
relativeert ten gunste van die van de magister interior,
weerspiegelt dat zijn overtuiging dat alles – inzicht en
vermogen tot inzicht – te herleiden is tot Gods ondoorgrondelijke
genade.
En de facilitator? Om de groepsdynamiek niet te zeer te
verstoren, moet hij wellicht in de volgende sessies niet
alles in Augustinus’ geest willen verklaren. Maar je weet Paul van Geest, hoogleraar patristiek in Tilburg en Amsterdam, schrijft wekelijks op dinsdag een column over de vroege kerk. |
||
| |