![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
| Loopt de paus op het juiste pad?
Paul van Geest, Herman de Dijn, Nederlands Dagblad, 24-04-10 Vandaag vijf jaar geleden is Benedictus XVI aangetreden als paus. Hij stelt de juiste vragen, zeggen Herman De Dijn en Paul van Geest, maar geeft hij wel de juiste antwoorden? Hij moet uitkijken de mysteries van het geloof niet al te rationeel voor te stellen. Is een glimlach niet meer dan een bepaalde configuratie van vlees en botten? Of gunt iemand met zijn glimlach de ander een blik op zijn ziel? De rationalist zal het bij het eerste moeten houden. De waarheid is voor hem slechts wat zichtbaar, meetbaar en beredeneerbaar is en dat is een ziel niet. In dit voorbeeld wordt evident dat rationalisme niet hetzelfde is als redelijkheid. De Dijn voert het aan om de meerwaarde te onderstrepen van denkwijzen, zoals het christendom, die ontvankelijk zijn voor een bestaan buiten het zichtbare. Dat is volgens hem een rijpere, meer doordachte manier om tegen het leven aan te kijken dan het ‘meedogenloze’ rationalisme, dat alles ontkent wat het niet wetenschappelijk kan verklaren. De Dijn wil met dit betoogje ook kritiek uitoefenen op paus Benedictus XVI. In zijn ogen reageert Benedictus te defensief, met te weinig vertrouwen in de kracht van het eigen verhaal, op de waarheidsclaim van rationalisten en hun aanval op het geloof. Hij zegt dat de paus weliswaar de juiste vragen stelt over de moderne tijd, maar geen juiste antwoorden geeft. De Dijn is bevreesd, kortweg gezegd, dat de paus zich niet slagvaardig genoeg teweer stelt tegen het rationalisme. Sinds zijn aantreden, vandaag vijf jaar geleden, komt de paus in het geweer tegen het relativisme, de opvatting dat alles mag en alles kan omdat niemand de waarheid in pacht heeft. Hij schrijft het ontstaan van het onbeteugelde kapitalisme aan dit verschijnsel toe, met de milieucrisis en de rechteloosheid van miljoenen mensen als gevolg. Ook de wetenschap kan ingrijpende, soms rampzalige effecten op milieu en leven hebben, zeker nu zij het waagt genetisch te sleutelen aan planten, dieren én mensen. Het relativisme heeft het moreel besef over dit soort ontwikkelingen uitgehold, is zijn repeterende boodschap. De Dijn: "De paus heeft volkomen gelijk als hij zich keert tegen het relativisme. Want wat betekent dat? Dat iets goed of kwaad is als ik vind dat het dat is. Maar dat geeft niet, zegt de rationalist dan, want de wetenschap gaat alles oplossen. Die is superieur en maakt andere interpretaties van het leven, zoals de religie, eigenlijk overbodig. Een goede toekomst is gegarandeerd, niet meer door het marxisme, maar door de wetenschap. Er is, met andere woorden, geen tussenweg meer tussen een puur subjectivistische ethiek en de wetenschappelijke rationaliteit. Het ethisch redelijke wordt als iets voorbijgestreefds gezien, als flauwekul haast.’’ Theoloog Paul van Geest reageert: "Als de wetenschap alleen maar bestaat uit toetsen, meten en verifiëren, dan verlies je andere kenwegen uit het oog, zoals de liefde, de intuïtie, de affectie. Dit durf ik niet hardop te zeggen in kringen van biologen, maar mijn schoonmoeder is een ouwe verpleegster en als zij aan mijn schouders komt, dan weet ze meteen: ‘Joh, Paul, je bent moe!’ Dat toetst ze niet, dat meet ze niet, dat voelt ze. En ze heeft gelijk.’’ "Als de paus in zijn uitleg van Augustinus spreekt over caritas, liefde, dan laat hij iets van die andere kenwegen zien. Dat vind ik prachtig. Blaise Pascal, wiskundige én filosoof, zei al dat mensen hun waardigheid ontlenen aan hun verstand. Daarmee kunnen zij de fysieke werkelijkheid bestuderen. Maar behalve het verstand zag Pascal de ervaring en het ‘hart’ als wegen die toegang verschaffen tot de werkelijkheid. Dat is een lijn die de paus ook uitwerkt in zijn geschriften.’’ De Dijn: "Ik werd ooit uitgenodigd om te spreken op een conferentie van neurowetenschappers over Spinoza. Van te voren gaf ik als thema op: ‘God en de ziel bij Spinoza.’ Ik had het niet slechter kunnen doen, in hun ogen, want in mijn titel stonden nota bene twee taboewoorden, ‘God’ en ‘ziel’. Mijn bijdrage werd dan ook geweigerd door de baas van het tijdschrift dat de redes uit die conferentie zou publiceren. ‘Dat komt mijn tijdschrift niet in!’ zei hij.’’ De Dijn: "Als Benedictus spreekt, dan wil hij dat niet alleen als paus doen maar ook als rationeel wezen. Hij wil op die basis de dialoog met de cultuur aangaan. En dat obsedeert hem. Hij vindt het klaarblijkelijk belangrijk dat het geloof, dankzij godsbewijzen en de natuurwet, verenigbaar is met de zuivere, neutrale rationaliteit. Dat is typisch voor de katholieke leer zoals deze zich de afgelopen eeuwen heeft ontwikkeld. En dat onderscheidt dit katholicisme van de hoofdstroom van het protestantisme.’’ Van Geest: "Dat is inderdaad de ontwikkeling die het katholicisme de afgelopen eeuwen heeft doorgemaakt. Door de onzekere tijden waarin de Verlichting en de Industriële Revolutie ons stortten, ontstond destijds de behoefte aan een samenhangend systeem waarin wereldbeeld, mensbeeld en godsbeeld netjes geordend waren. Katholieke denkers gingen op zoek naar een theoloog die hun zo’n heldere wijze van denken over God en mens kon verschaffen. Op het spoor gezet door paus Leo XIII in zijn encycliek Aeterni Patris uit 1879, vonden zij die theoloog in Thomas van Aquino, een van de meest ordelijke denkers van de katholieke theologie. In dat neo-thomisme van die dagen werd de werkelijkheid een coherent geheel, waarin alles zijn plek kreeg. Een schitterend bouwwerk, als een kathedraal. Alles was in evenwicht en alles klopte. Het probleem is nu dat het natuurlijk niet klopt. Die kathedraal van het neo-thomisme, hoe briljant ook, is in werkelijkheid een menselijk bouwwerk. En een mens kan zich vergissen, niet?’’ "Neo-thomisten waren gekant tegen een afstandelijke benadering van de waarheid, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat formules altijd historisch zijn bepaald. Het zou mensen maar aanzetten tot twijfel. De paus is zeker geen neo-thomist, integendeel, maar het pausschap brengt kennelijk met zich mee dat hij religieuze en ethische kwesties toch in coherente beelden formuleert. Zo draagt hij bij aan het ontwerpen van een systeem dat me iets te sluitend overkomt. Laat de paus deze weg niet gaan! Dat ben ik met De Dijn eens. Het risico is anders dat hij probeert het mysterie van God rationeel te verklaren. Aan de andere kant beklemtoont juist deze paus in zijn eerste encycliek dat hoe wij ook over God spreken, het altijd ontoereikend zal zijn om Zijn mysterie te vatten. En als wij denken het wel begrepen te hebben, dan is één ding zeker: met God heeft dat niets van doen.’’ De Dijn: "De paus wil een geloof dat verenigbaar is met rationaliteit, ook op ethisch gebied. Met alle gezag van een kerkvorst verdedigt hij deze verenigbaarheid. Wat hij blijkbaar niet door heeft is dat rationaliteit vandaag wetenschappelijke rationaliteit betekent. Het resultaat is wederzijds een dovemansgesprek.’’ Van Geest: "De paus zit in een merkwaardige spagaat. Als hij spreekt als theoloog, doet hij dat subtiele, intelligent en hoor je dat hij de teksten van Augustinus en andere kerkvaders integraal en zorgvuldig heeft gelezen. Hij is dan de laatste die zich aan systeemdenken zal bezondigen. Maar als paus gunt hij zichzelf die ruimte soms niet. Hij moet dan, denkt hij, zekerheid uitstralen, de juiste weg tonen. Dat is blijkbaar toch een lastige, een hoogleraar die paus wordt.’’ Van Geest: "Isolationisme. Dat de kerk op zoek gaat naar een zuivere leer, een dogmatisch systeem. Dat is de beweging die her en der in de katholieke kerk gaande is. Daar trekken kerkelijke leiders zich terug binnen de eigen muren en zoeken naar de heilige rest, weg van het vuile water van de wereld. Maar daar komen wij, katholieken niet mee weg. Ik laaf mij graag aan de wijsheid van de kerkvaders. Zij bieden geen antwoorden op de concrete vragen die wij nu, in deze tijd hebben, maar hun denken bevat wel pareltjes die nu nog schitteren. Zij leren ons dat de kerk zich nooit in het isolement moet terugtrekken. Want dan kan zij de blijde boodschap niet naar de uiteinden van de wereld dragen en zal zij nooit het zout der aarde zijn.’’ "Dus bij die terugtrekking op de heilige rest komt mijn augustijnse geest in opstand. Augustinus moest niets hebben van christenen die menen dat de muren de kerk maken. Wat u zich als lid van de christengemeenschap moet realiseren, zei hij, is dat u niet kunt zeggen dat u integer bent en de anderen niet, alleen omdat zij geen deelgenoot zijn aan de sacramenten. In uw gemeenschap zit kaf en koren, en niemand kan weten of hij kaf of koren is.’’ De Dijn: "Het lijkt erop dat de paus zijn hoop heeft gesteld op elitebewegingen die zeer gezagsgetrouw zijn. Zij voelen zich het zout der aarde. Wij tegen de rest. Aan de andere kant schijnt in de curie ook een stroming aanwezig die net zo redeneert als traditionele katholieken in Vlaanderen. Komaan, zeggen zij, er zijn nog heel veel gewone gelovigen. Die zijn niet altijd echt goede katholieken, zij gaan niet altijd naar de kerk. Maar ze horen er wel bij! Gaat ge die nu allemaal afdanken?’’ Van Geest: "Het grote gevaar is dat de kerkleiding zich concentreert op de heilige rest en ondertussen iedereen verliest. Dat zou catastrofaal zijn. Ik heb, na mijn proefschrift, een week aan één stuk doorgebracht in Nederlandse bedevaartkerken en –kerkjes, soms in mijn slaapzak op de grond. In bepaalde parochies was het zondagse kerkbezoek minimaal, maar wie er door de week allemaal een kaarsje kwam opsteken! Jong, oud, goedgesoigneerd, naar alcohol ruikend… Honderden mensen! Die volkskerk is overal. In Brabant, in de Randstad. Er zijn in Nederland zo’n 1000 bedevaartplaatsen, waarvan 300 boven de Moerdijk.’’ Wat is het alternatief? De Dijn: "De kerk moet niet bij rationalisme maar bij redelijkheid haar heil zoeken. Er is een redelijkheid ingebed in de omgang die wij met elkaar hebben, ouders en kinderen, mannen en vrouwen. Dat is wat mensen tot mensen maakt. Door te analyseren hoe mensen met elkaar omgaan, kun je begrippen naar boven brengen die onmisbaar zijn in het dagelijks leven. En de godsdienst geeft ons die woorden! Dat zijn woorden die wij niet kunnen missen, zoals ‘ziel’ en ook ‘erfzonde’. Het merkwaardige is nu dat Benedictus toen hij nog kardinaal Ratzinger was, boeken schreef waarin hij dat ook betoogde. Daarin leunde hij wel aan bij de filosofen van de leefwereld. Je hebt gelijk, Paul, een hoogleraar die paus wordt, dat is lastig.’’ Erfzonde als onmisbaar woord in de omgang tussen mensen? De Dijn: "Erfzonde, het laatste oordeel. Die woorden zijn in dit verband uitermate belangrijk. Een begrip van het laatste oordeel is in het leven van mensen onmisbaar. Niet in de betekenis dat er een precies te voorspellen bepaalde dag zal zijn waarop God Zijn oordeel over jou zal voltrekken. Nee, daarover gaat het niet. De notie van het laatste oordeel houdt in dat je je in de omgang met mensen moet gedragen alsof je ooit geoordeeld gaat worden. Zó moet je leven.’’ Herman de Dijn (1943) is emeritus hoogleraar filosofie van de Katholieke Universiteit Leuven |
||
| |