![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Over de katholieke kerk De Rooms-Katholieke Kerk in Nederland verkeert in zwaar weer. Welke kant zal het opgaan? Is het een opmaat naar uitzuivering of keert de kerk zich nog meer naar binnen? „De kerk bevindt zich in een hervormingsfase. Er vindt nu uitzuivering plaats", zegt Paul van Geest, hoogleraar patristiek aan de universiteit van Tilburg. Peter Nissen, hoogleraar kerkgeschiedenis in Nijmegen ziet eerder het omgekeerde. „Ik voorzie een kerk die zich nog verder naar binnenkeert, dat de leegloop in versterkte mate zal toenemen." Ze hebben het beiden over de huidige onrust binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Die kerk bevindt zich in zwaar weer, met de stroom onthullingen over seksueel misbruik door priesters en religieuzen. De kwestie over het weigeren van de hostie aan homo’s was nog niet geluwd of er brak ruzie uit over het gebruik van de liederen van Huub Oosterhuis in de liturgie. Censoren in twee bisdommen achtten de liederen niet geschikt. „Die zaken staan inhoudelijk los van elkaar", zegt Peter Nissen, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, „maar het werkt wél door in de beeldvorming, waar het wordt gecombineerd." Van Geest ziet in de huidige onrust „een kans voor de kerk om te doen waar ze goed in is. Namelijk radicaal kiezen voor de slachtoffers, het kleine. Daar is de kerk groot door geworden in de eerste eeuwen na Christus. Naastenliefde, de diaconie - dat komt allemaal daarvandaan. De trajecten die ze nu doorlopen, dat zal heilzaam zijn." Van Geest ziet hoopvolle tekenen, zoals de commissie- Deetman, die slachtoffer van seksueel misbruik centraal stelt. Zover is het nog niet. Nieuw hoogtepunt van de interne onmin is een vorige week uitgelekte ‘dolksteekbrief’ van aartsbisschop Eijk aan de bisschoppen, waarin hij ongekend fel uithaalt naar bisschop De Korte van het bisdom Groningen. Van De Korte mogen de liederen van Oosterhuis nog wel in zijn bisdom worden gezongen. Dat had hij volgens Eijk op „stuitende" wijze aan de orde gesteld. Afgelopen dinsdag is de brief besproken op de bisschoppenconferentie, waar Eijk ontbrak. Hij was in Brazilië. In de persverklaring na afloop leek alles weer gladgestreken. Volgens Nissen past de hele kwestie-Oosterhuis naadloos bij conservatieve stroming in de leiding van de kerk. „Er zijn niet eens meer behoudend katholieken, er zijn vooral ‘vrijzinnig’ gelovigen weggegaan. Dat is ook zo onder protestanten. Met name in de steden, waar zo veel alternatieven voor geloofsgemeenschappen zijn. De mensen die overblijven zijn conservatief." Erik van Goor, hoofdredacteur van de katholieke website Catholica is één van hen. Hij was blij met de boze brief van Eijk. „Dit is tenminste een brief. Ha, die man heeft emotie, dacht ik, hij is in staat tot irritatie." Van Goor, een bekeerling, vindt dat er nog altijd geen substantieel debat plaatsvindt binnen de katholieke kerk. „Ontstellend hoeveel reacties zo’n liederenkwestie oplevert. Je mag kennelijk eerder foute woorden zeggen over Jezus dan over Huub Oosterhuis." „Persoonlijk" vindt ook hoogleraar Van Geest „de liederen van de 'vroege' Oosterhuis mooier dan de 'latere'. Ik ken mensen die geraakt zijn door het feit dat de liederen niet langer zijn opgenomen in de bundel. Die liederen betekenden een bevrijding voor gelovigen, destijds in de jaren zestig en zeventig. Maar voor mijn generatie - ik ben van 1964 - is dat weer anders; die zingen 'Oosterhuis' niet, omdat ze minder naar de kerk gaan. Dan hoef je liederen dus ook niet te verbieden." Deze tendens van een meer behoudende kerk is decennia geleden ingezet, maar voor veel mensen was het niet zichtbaar, zegt Nissen. „Nu is het op het niveau van de parochies gekomen. De priesters, vroeger een dwarsdoorsnede van wat in de kerk leefde, zijn nu behoudend.Zij voelen zich daartoe aangetrokken, al dan niet bekeerlingen die zich met 200 procent inzetten." Met het aantreden van aartsbisschop Eijk zou „een nieuwe ijstijd" aanbreken, voorspelde kerkhistoricus Peter Nissen eind 2007 op televisie. „Dat is me toen niet in dank afgenomen, maar zo denk ik er nog steeds over", zegt hij. „Ik voorzie een kerk die wereldvreemder wordt. Een beetje zoals Eijk eigenlijk, die mijdt ook contacten. Hij spreekt zich niet uit – en als hij dat doet, in die brief aan De Korte, dan is het een harde aanklacht. Uitgerekend tegen de man die de kastanjes voor hem uit het vuur moet halen in de kwestie-seksueel misbruik. Heel onhandig. Dat koele, dat is niet goed. Dat maakt het makkelijker om de kerk te verlaten." Er zijn officieel 4 miljoen katholieken, slechts 7 procent gaat nog regelmatig naar de kerk. „Dat is eentiende van 1966", zegt Nissen. „En ieder jaar is het een half procent minder." Nissen vermoedt dat een kleine, hechte, naar binnen gekeerde kerk zal overblijven. „Met orthodoxe priesters, desnoods uit het buitenland. Ik ben het eens met oud-bisschop Bär die deze week in De Groene Amsterdammer zegt dat de rooms-katholieke kerk steeds meer sektarische trekken zal krijgen, met alle kenmerken die een sekte heeft." Van Goor wijt de onrust binnen de kerk aan een gebrek aan inspirerend voorbeeld. „Er moet duidelijk worden waar het omgaat in de kerk – en dan niet alleen de cijfertjes. „Als je mij vraagt wat een kerk nodig heeft, dat zijn dat in de eerste plaats bisschoppen. Vaders. En ze moeten dat ook zijn, vaderlijk. Dat ze het ook uitstralen." |
||
| |