![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Afhankelijkheid Alweer enige tijd geleden mocht ik de cursus academisch
leiderschap van de Universiteit van Tilburg volgen. Dat
was leerzamer dan ik in al mijn eigengereidheid aanvankelijk
dacht. Door ‘begeleide intervisie’ en in rollenspelen
met echte acteurs kreeg je echt beter zicht op je kwaliteiten
en onhebbelijkheden. Op een gegeven moment ontspon
zich in mijn groep een discussie over vier soorten De vraag was natuurlijk hoe je met degenen uit de eerste drie groepen moet omgaan, om hen tot de vierde groep te laten behoren. Hierop bleek geen eenduidig antwoord mogelijk. We moesten zelf eerst maar eens beducht zijn voor het gevaar niet goed en ook niet aardig te zijn. Vorige week liep ik door een samenloop van omstandigheden binnen enkele dagen drie etenschappers tegen het lijf, uit Berlijn, Delft en Utrecht, van wie onomstotelijk vaststaat dat zij zeer goed zijn in hun vak. Maar zij bleken ook ongekunsteld en ongeveinsd, sympathiek. Klaarblijkelijk behoeven lef, ambitie of eerzucht een sympathieke bejegening van anderen niet uit te sluiten. Sinds de profeet Jesaja tot en met paus Benedictus XVI
klinkt een waarschuwing voor de gevaren van het streven
naar roem, rijkdom en eer. Mensen kunnen daardoor in
een krachtenveld raken waarin ze van zichzelf en van de
rest van de wereld vervreemden. Dit is zeer indringend
verwoord door Prediker, die ik me zo voorstel als een
geslaagde vijftiger. Hij wijst erop dat mensen die al te zeer
streven naar luxe, rijkdom en eer, streven naar zaken die
evenveel problemen veroorzaken als zij oplossen. Angst Maar deze drie wetenschappers wekten geen van alle de indruk dat ze vervreemd waren van zichzelf en anderen. Integendeel. Zij wekten zelfs niet de indruk dat ze aardig waren geworden omdát zij erkend waren of de eerzucht bevredigd was. Hoe dan wel? Natuurlijk weet ik dit niet. Maar bij één van hen heb ik
wel een vermoeden. In een terloopse bijzin liet hij zich
ontvallen dat er veel was in zijn leven waar hij niet om
had gevraagd en dat hij ook zijn verstand niet zelf ‘geregeld’
had, zoals onderzoekssubsidies te regelen zijn.
Toen realiseerde ik mij dat het maar goed is voor de mensheid
dat Augustinus’ visie in de zogenaamde genadestrijd
die van Pelagius is gaan overheersen. Hoewel een nu al
aardige en binnenkort zeer goede collega in zijn promotieonderzoek
mooi op weg is het beeld van Pelagius te
verfijnen, heb ik nog steeds grote moeite met diens denkbeelden.
Toen Augustinus’ Confessiones vanaf 400 begonnen
te circuleren, schrok Pelagius, een Britse monnik te
Rome, zich wezenloos vanwege een zin die Augustinus in
het tiende boek maar liefst drie keer in een gebed herhaalt:‘Geef wat U beveelt en beveel wat U wilt’. Pelagius Pelagius’ gedachten zijn hoogst aantrekkelijk voor mensen
die niet lui of defaitistisch willen zijn. Maar ze hebben ook
een kwalijke keerzijde, die Augustinus al bestreed voordat
zij goed en wel in de genadestrijd rond 418 was uitgesproken.
Mensen die ervan uitgaan dat zij alles aan zichzelf te
danken hebben, kunnen al snel vervreemd raken van
zichzelf en van de werkelijkheid, omdat hoogmoed de kop Op deze gedachten werd ik gebracht door de terloopse opmerking van mijn collega. Wie de orthodoxie ter harte neemt, heeft dus grote kans aardig en sympathiek te worden. Maar die gedachte heb ik voor me gehouden tijdens de genoemde ontmoetingen. Het uitspreken ervan is misschien wel helemaal niet aardig of sympathiek. Dit is de elfde in een reeks columns op dinsdag over de vroege kerk. Prof.dr. P.J.J. van Geest is hoogleraar patristiek aan de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit Amsterdam. |
||
| |