![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Mens en dier: verbonden
en verschillend De verhouding van de mens tot het dier is in onze samenleving nogal uit balans. Enerzijds is er de industriële manipulatie van het dier in de bio-industrie. Anderzijds is er de notie dat de mens niet meer is dan een dier. Tijd voor een grondige filosofische bezinning. Kunnen we spreken van de rechten van het dier? Of
gaat het in de omgang met het dier feitelijk om het respect
dat we onszelf als mens betuigen? Het is echter helemaal de
vraag of de mens wel zo in het centrum van alles geplaatst
kan worden. Zoveel is zeker dat de omgang van de mens
met het dier een ethische kant heeft. Nu is het andere
uiterste: de mens elke bijzonderheid ontzeggen, niet
minder problematisch. De gedachte dat de mens ‘ook maar
een dier is’ – populair in sommige kringen van milieuactivisten– schiet tekort. Deze uitspraak komt voort uit
bezorgdheid voor het welzijn van de dieren en wil
verhinderen dat de mens zich superieur waant. Dat is een
typisch menselijke bezorgdheid! Het is evident dat een
biologisch perspectief tekortschiet om de verhouding
tussen mens en dier volledig te doorgronden. Sterker nog,
een ethiek die op de biologie is geënt, is gevaarlijk. De Radicale scheiding Voor een grondige filosofische bezinning stel ik voor om de
Bijbel te raadplegen. Soms wordt de uitbuiting van de aarde
en de onderdrukking van het dier geweten aan het
scheppingsverhaal, dat de mens een onbeperkte macht
over het dier zou geven. Ik denk dat hier andere inzichten
te halen zijn: een basis voor een spirituele visie op de
verhouding tussen mens en dier die recht doet aan de Waar is het dan fout gegaan? Vaak wordt gewezen naar
Descartes die als vader van de moderne filosofie geest en
lichaam radicaal scheidt en voorrang geeft aan de eerste.
Daarmee wordt het dier tot niet veel meer dan een
bewegende machine. Ik denk dat de problemen veel eerder
zijn ontstaan – feitelijk vanaf het moment dat filosofen in
de rede het typisch menselijke hebben gedefinieerd en de Schepping: daar blijf je altijd deel van uitmaken. Theologen benadrukken vaak de unieke positie van de mens, maar is dat bijbels of wellicht een product van de westerse filosofie, waar de mens tegenover de natuur is gesteld? Kroon In de Bijbel sluit God een verbond met Noach als hij uit de
ark komt. Dit verbond is echter niet alleen met hem, ook
niet alleen met zijn familie, zelfs niet alleen met de
mensheid, maar met alle levende wezens. Alle dieren zijn
verbondspartners. Het wordt Noach verboden om bloed te
nuttigen, want het bloed is de zetel van het leven. We zijn
hier ver af van een theologie (of filosofie) die meent dat
alles louter om de mens draait. De talrijke verhalen over een
dier dat geofferd wordt in plaats van een mensenleven
(zoals de ram in plaats van Izaak) zijn geen uiting van
wreedheid jegens het dier. Deze verhalen erkennen dat het
dier werkelijk als plaatsvervanging van de mens kan
dienen, omdat het een levend wezen is net als de mens en
deelt in het mysterie van heiligheid. We zouden allicht
kunnen denken dat het in de Bijbel louter om een primitieve
voorstellingswijze gaat; de waarheid is dat hier een
visie op het dier spreekt die in de westerse denkwijze maar
moeilijk een plaats kan krijgen. Wie staat er bij stil dat na de
profetie van de profeet Jona over Ninive niet alleen alle
mensen in zak en as zitten, maar ook de dieren?
Hetzelfde zien we bij het gebod om de rustdag te houden:
opdat mens en dier op adem kunnen komen. De sociale
motivatie voor dit gebod is de bevrijding uit de slavernij “U zult geen werk verrichten (…) uw rund niet, uw ezel niet,
uw overige vee niet en ook niet de vreemdelingen binnen
uw poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten,
evenals uzelf. Bedenk dat u slaaf bent geweest in Egypte”
(Deuteronomium 5,12). God zelf rustte op de zevende dag
en heiligde die (Exodus 20,8). En dit brengt ons op een
ander fundamenteel bijbels inzicht: niet de schepping van
de mens op de zesde dag is het hoogtepunt, maar de
zevende dag, de sabbat, waarop heel de schepping op adem
kan komen is kroon van de scheppingsdagen. Volgens
Jezus mag een schaap dan ook op sabbat uit de put gehaald
worden, om die goddelijke rustdag werkelijk eer te Het slechte in de mens Intussen heeft de mens wel een bijzondere status volgens het scheppingsverhaal: alle dieren zijn geschapen naar hun soort, de mens echter naar Gods beeld en gelijkenis. Pas in na-bijbelse interpretaties komen ideeën op dat het goddelijk gebod tot de mens om vruchtbaar te zijn geestelijk bedoeld is, vruchtbaar in morele daden, talrijk in deugden, enzovoort. Hoe nobel deze gedachte ook, die we zowel bij de filosofische jood Philo als bij kerkvaders vinden: de prijs die betaald wordt, is een radicaal dualisme tussen geest en lichaam waar de Bijbel geen weet van heeft. Welnu, het is ditzelfde dualisme dat het dier aan de kant van de irrationele lichamelijkheid doet belanden, waardoor het dier komt te staan voor het slechte in de mens. Toch benadrukt ook de Bijbel het principiële onderscheid tussen mens en dier, op voor ons verrassende wijze, en gezien de vloedgolf aan porno met een nieuwe actualiteit: de mens mag geen seksuele gemeenschap hebben met het dier. Leviticus 18,23: “Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.” Het gaat hier om een verbod dat de menselijkheid van de mens in onderscheid van het dier waarborgt, zonder dat het rationeel te doorgronden is. Moderne pogingen om dit verbod te funderen in het welbevinden van het dier geven wel aan hoever we zijn afgedwaald van een spirituele visie op de verhouding tussen mens en dier. Vegetarisch paradijs We kunnen bovendien vaststellen dat Adam en Eva van het gewas mogen eten en dat pas Noach vlees mag eten, zij het nog onder restricties. Het paradijs is voor vegetariërs. Inderdaad is dit een gangbare uitleg: pas door de corrumpering van de mens zou Noach na de zondvloed vlees mogen eten, als het ware een concessie aan de wreedheid van de mens die het paradijselijke (en messiaanse) niveau nog niet aankan en zelfs zijn medemens vermoordt. Noach mag vlees eten, telkens bedenkend dat bloed heilig is als de zetel van het leven of de ziel. Deze visie lijkt een waarschuwing te bevatten: liefde tot het dier kan samengaan met wreedheid jegens de mens. De mens als óók een dier schiet alweer tekort als ethisch standpunt. Vegetarisme is één antwoord, respect bij het eten van vlees een ander antwoord. Hoe dan ook is de betrekking tot de dieren van meet af aan in de religieuze beleving ingesloten. Het onderscheid tussen reine en onreine dieren, waaraan grote delen van de Bijbel zijn gewijd, de noodzaak van kosjer (volgens joods-religieuze voorschriften) slachten als heilige opdracht, het zijn even zovele uitdrukkingen van het besef dat het nemen van het leven van een dier een heilige zaak is, waarbij dank aan de Schepper door het uitspreken van zegeningen op zijn plaats is. Dat het juist de dierenbescherming is die om de paar jaar dit rituele slachten wil verbieden, geeft alleen maar aan hoe weinig de achtergrond ervan wordt begrepen. Een van de consequenties van kosjer slachten is bijvoorbeeld dat het jagen van dieren om het plezier en zelfs omwille van het vlees doorgaans in het jodendom wordt afgewezen: de beschadiging en verwonding van het dier is onaanvaardbaar. Ook zonder het kosjer slachten blijft de religieuze eerbied van betekenis: ik denk dat bij boeren het besef dat het slachten van een dier iets religieus is vroeger levendig was en ook nu nog niet geheel is verdwenen, ondanks de industrialisatie van de veeteelt waartoe zij ook maar gedwongen zijn. Getemd zwijn Na-bijbelse ontwikkelingen hebben de religieuze betekenis
van het dier nogal verduisterd. Dit is gelijk opgegaan met
een sterkere onderwaardering van lichamelijkheid, erotiek,
eten en drinken en genieten. Persoonlijk meen ik dat de
Stoa hieraan sterk heeft bijgedragen. Hoe vandaag de dag
filosofen van de levenskunst menen zich hiervoor juist op
de Stoa te kunnen beroepen, is mij een raadsel. De Stoa Toch moeten we de na-bijbelse ontwikkeling niet te
zwart-wit zien. Het feit dat talrijke heiligen een dier als
metgezel hebben, is vaak als louter folklore beschouwd,
maar heeft juist met deze messiaanse optiek te maken. De heilige weet het wilde dier te temmen: Hieronymus de
leeuw, de woestijnvader Antonius het zwijn dat hem demonisch
achtervolgt. Het zwijn wordt echter niet gedood,
maar getemd. Er is een bijzondere verstandhouding tussen
mens en dier die we nu weer messiaans moeten zien te Sommige kloosterordes hebben hier weet van en kiezen voor vegetarisme: niet louter uit ascese, maar om als het ware te anticiperen op die messiaanse verhouding tussen mens en dier. Mug De heiligenverhalen zijn geen middeleeuwse premoderne
motieven, waarin de mens nog niet bevrijd is tot een
autonoom bestaan. Ze zijn uitwerking van bijbelse noties
en als zodanig een permanente kritiek op filosofieën die de
mens als autonoom wezen in het centrum van het
universum stellen. Het westers antropocentrisch wereldbeeld
is bepaald geen direct gevolg van het bijbelse
perspectief, al heeft de mens daarin een bijzondere plaats.
Er is geen wezenshiërarchie, maar een hiërarchie van De bijzonderheid van de mens is gefundeerd in zijn van
zijn Schepper ontvangen verantwoordelijkheid voor de
schepping, als beeld van God, of, zoals de islam zegt: als
kalief (plaatsvervanger) op aarde. Bron: Volzin |
||
| |