![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Tobben met grenzen van de rede Wat vindt Paul van Geest, hoogleraar patristiek aan het Centrum voor Patristisch onderzoek van de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit, van de kwaliteit, taak en toekomst van de theologie? Wat maakt iemand tot een toptheoloog? "Toptheologen zijn in beginsel de beste tobtheologen. In hun werk ontdek je de tragiek van de theoloog nog het meest. Deze bestaat erin dat zij zich bezighouden met mysteries die je naar bepaalde wetenschappelijke maatstaven niet kunt toetsen: het bestaan van God of de verrijzenis van Christus. Een toptheoloog laat als geen ander de grenzen van de rede zien bij het vinden van inzichten. Dat gaat via intuïtie, affectie, ervaring of geleerde onwetendheid. Kortom, binnen het academisch bestel zijn zij een luis in de pels. Zij schragen hun inzichten door ’gewoon’ wetenschappelijk onderzoek te doen, maar wel naar die stromingen, die anders dan met ’redelijke’ methoden , óók komen tot inzicht in mensen en zaken en in God, voor zover dat kan. Een toptheoloog kan aannemelijk maken dat als je iets wetenschappelijk niet kunt bewijzen dat nog niet wil zeggen dat je het bestaan ervan kunt uitsluiten. Het gaat dan niet om ’bestaan’ in de tijd-ruimtelijke zin van het woord. En daarin zit ook weer het ’tobben’: woorden, ontleend aan ons bestaan in tijd en ruimte schieten te kort om het ’bestaan’ van God te vatten. Toptheoloog Thomas van Aquino (+1274) schreef de meest indrukwekkende synthese over God, de mens en Christus. Aan het einde van zijn leven bekende hij na een uitzonderlijke ervaring dat alles wat hij had geschreven als stro was.” Welke vernieuwing maakt de theologie door? "Misschien kijk ik niet goed genoeg over mijn eigen heg maar binnen de christelijke theologie in Europa zie ik een heropleving van de interesse voor de vroeg-christelijke schrijvers, die in de eerste eeuwen van het christendom het denken over God, wereld, mens en maatschappij gestalte hebben gegeven. Het devies lijkt : ad fontes: terug naar de bronnen, waar ook Erasmus toe opriep. De terugkeer naar bronnen is eigenlijk al ingezet in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Toptheologen als Henri de Lubac wilden de kerkvaders als het ware weer direct tot hen kunnen laten spreken en wensten de kerkvaders niet als voetnoot te vinden in een theoretisch bouwwerk dat in later tijd was opgetrokken. Die aandacht voor de bronnen zie ik weer meer herleven, evenals de aandacht voor de doorwerking van de ’Ouden’ in de moderne wetenschappen. Het interdisciplinaire Europese project After Augustine is daar een goed voorbeeld van.” Kuitert, Schillebeeckx en Halkes zijn theologen met een christelijke levensovertuiging. Is een gelovige theoloog ook vanzelf een sterkere theoloog? Is een goede theoloog altijd een gelovige theoloog? Dus wat is belangrijker: wetenschappelijke kwaliteit of het vermogen te inspireren en een gids te zijn. "Er lijkt aan de Nederlandse universiteiten een breuklijn te ontstaan tussen religiewetenschappen en theologie. Dat vind ik eigenlijk onvoorstelbaar. Religiewetenschappers brengen in kaart wat mensen over God zeggen en hoe zij dit doen. Dat is dan wetenschappelijk en objectief. Theologen wegen in hun onderzoek mee dat bijvoorbeeld de kerkvaders zich door God wisten aangesproken. En ze beschouwen zichzelf in die traditie van ’aangesprokenen’. Dat kan uiteraard ook gelden voor religiewetenschappers. De theologische benadering gaat er meer vanuit dat aan de rede een werkelijkheid vooraf is gegaan, die de rede overstijgt. Maar we hebben elkaar zeer nodig. Religiewetenschappers kunnen dus van theologen leren dat enige affiniteit met de kerk van alle tijden, als communicatie-, interpretatie-, en receptiegemeenschap, het zicht op de kracht van de oude teksten verdiept. Theologen kunnen van de religiewetenschappers leren dat een historisch-kritische, tekstkritische of literaire analyse van een tekst noodzakelijk is om niet ideologisch te gaan zweven. De religiewetenschappelijke en theologische benadering zijn onlosmakelijk verbonden en beide noodzakelijk voor het vinden van een eigen antwoord op de vraag wie God is. Bron: Trouw. |
||
| |