Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Protestant en katholiek lezen samen kerkvaders
Redactie kerk, Nederlands Dagblad, 14-06-08

De eerste vier eeuwen van het christendom zijn de laatste jaren volop in de belangstelling. Een nieuw studiecentrum speelt hierop in. "Terugvragen naar de wortels is en blijft een noodzaak. Want zonder verleden geen toekomst'', aldus kerkhistoricus Eginhard Meijering, die tijdens de opening een lezing hield.

Protestantse en rooms-katholieke wetenschappers openden gisteren het Centrum voor Patristisch Onderzoek (CPO). Dit vond plaats in de bibliotheek van de Universiteit Utrecht.

Het centrum is een samenwerkingsverband tussen de (protestantse) Vrije Universiteit in Amsterdam en de (katholieke) Universiteit van Tilburg. Het staat onder leiding van de rooms-katholieke Augustinuskenner prof. Paul van Geest.

"De kerkvaders en hun gezag waren eeuwenlang een twistappel tussen protestanten en katholieken'', stelde Meijering, emeritus lector aan de Universiteit van Leiden en een groot kenner van het vroege christendom. "Dat maakt de oprichting van dit oecumenisch studiecentrum een bijzondere gebeurtenis." Meijering benadrukte in zijn lezing dat de studie van de kerkvaders niet zonder problemen is. Niet alleen is de kennis van de klassieke talen de laatste vijftig jaren achteruitgegaan. Ook komt de kerkhistoricus veel bezwaren tegen, die het belang van de kerkvaders voor vandaag lijken te ondermijnen.

De drie gangbaarste hiervan zijn volgens Meijering de vermeende onverdraagzaamheid van de kerkvaders, hun ketterjagerij en hun speculatiezucht.

"We moeten deze bezwaren nuchter onder ogen zien en serieus nemen", vindt hij.

Toch breekt hij een lans voor de kerkvaders. Als je snapt waarom de kerkvaders zo waren, kun je ook inzien waarom ze nog steeds relevant zijn, aldus de kerkhistoricus.

Pelagius

Volgens hem beschuldigen theologen de kerkvaders al sinds de zeventiende eeuw van onverdraagzaamheid en doen ze verwoede pogingen de slachtoffers van die jacht - de zogenaamde 'ketters' - in ere te herstellen.

Daar is niets mis mee, vindt Meijering. want de kerkvaders waren inderdaad onverdraagzaam. Maar daarmee hoef je ze nog niet van tafel te vegen.

Als voorbeeld noemt hij een van de meest notoire ketters uit de vroege kerk, Pelagius (ca. 354-420 n.Chr.), een tijdgenoot van kerkvader Augustinus.

Of Pelagius zelf een 'pelagiaan' was of niet, Meijering zal er niet wakker van liggen. "Ik gun hem het voordeel van de twijfel."

Wat hij wel belangrijk vindt, is dat het pelagianisme, de leer dat we - kort gezegd - de hemel door goede daden kunnen verdienen, nog steeds aan de orde van de dag is.

De felheid waarmee de kerkvaders tegen deze leer in het verweer kwamen, kan ons helpen er alert op te zijn, zei hij.

Geen spelletje

Met een soortgelijke redenering haalde Meijering de angel uit het bezwaar dat de kerkvaders te speculatief zouden zijn.

Speculatief betekent volgens hem: dingen over Gods wezen zeggen die we niet kunnen weten, en ook niet mogen willen weten.

Dat deden de kerkvaders, en vaak ook. Meijering erkent het volmondig. Maar toch: achter al die spitsvondige speculaties van de kerkvaders gaan essentiële kwesties schuil. "Het was geen overbodig spelletje. De kerkvaders stelden vragen aan de orde die nog steeds het wezen van het geloof raken.''

Bron: Nederlands Dagblad
Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.