Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008
Orgaandonatie als navolging
Frank G. Bosman, Nederlands Dagblad, 12-06-08

Minister Ab Klink (Volksgezondheid) legt het advies over een nieuwe regeling van zijn eigen werkgroep Actieve Donor Registratiesysteem (ADR) rond orgaandonatie naast zich neer. De ADR adviseert aanpassing van de huidige wetgeving. Iedereen zou automatisch donateur moeten zijn, mits iemand aangeeft dit niet te willen (opt-out). Op dit moment moet een donor zich nog expliciet aanmelden (opt-in). De reactie van de minister is betreurenswaardig. Er zijn legio redenen wél donor te zijn. Christenen hebben echter een extra argument: die van de navolging.

De wijze waarop in Nederland het doneren van organen van overledenen is geregeld, zorgt bijna jaarlijks voor veel beroering in de samenleving. Belangenorganisaties en individuele ‘orgaanbehoeftigen’ roepen om aanpassing van het huidige stelsel: het is te passief en afwachtend. Zij willen daarom dat iedereen automatisch donor zou moeten zijn, mits iemand hiertegen bezwaar maakt. Critici wijzen echter op de enorme inbreuk op de menselijke persoon die een orgaantransplantatie met zich meebrengt. Tevens zijn er mensen die het een eng idee vinden dat er in hun lichaam gesneden wordt als zij overleden zijn.

Niemand kan gedwongen worden zijn organen af te staan. Het is een keuze van het autonome individu over zijn eigen lichaam waar hij onvervreemdbare rechten over heeft. Maar een nadrukkelijke stimulans om zich als donor op te geven is echter zeer wenselijk.

Emoties

De lijst van doodzieken die op een donororgaan wachten is véél te lang. Kostbare organen gaan verloren omdat een grote groep Nederlanders geen duidelijke beslissing heeft laten vastleggen wat er met zijn organen dient te gebeuren. De druk ligt in dat geval op de nabestaanden, die in het zo emotionele moment van het plotselinge overlijden van een dierbare een bijna onmogelijke beslissing moeten nemen. De tijdsdruk speelt hier een belangrijke rol: organen dienen immers zo snel mogelijk te worden getransplanteerd.

Protocollen

De protocollen in ziekenhuizen aangaande orgaantransplantatie zijn al jaren zeer zorgvuldig. De kans dat een zwaargewonde ‘wordt geholpen’ om te sterven omdat iemand anders op zijn organen ligt te wachten, is verwaarloosbaar. Geen enkel ziekenhuis kan het zich ethisch, juridisch en publicitair gezien veroorloven een dergelijke wrede daad uit te voeren. Eén onzorgvuldigheid die in de openbaarheid komt, zal een dramatische terugval in het aantal potentiële donoren veroorzaken.

Levend

Het afstaan van organen na het overlijden is bovendien een manifestatie van de deugd van naastenliefde. Een paar jaar geleden zag ik een Amerikaanse campagne voor meer donoren met de tekst: “Don’t take your organs to heaven. We need them here”, oftewel “Neem je organen niet mee naar de hemel. We hebben ze hier nodig”. Het is vanuit de klassieke deugdenethiek, die jodendom, christendom en humanisme met elkaar delen, een hoog gewaardeerde deugd om andere mensen het leven te redden. Wie zijn organen afstaat, redt immers potentieel het leven van een ander. De talloze brieven en andere boodschappen die orgaanontvangers aan de nabestaanden van ‘hun’ donor zenden, is het levende bewijs hiervan. Een mens is het aan zichzelf verplicht alles te doen wat in zijn macht ligt om een ander mens te redden, vooral als het – zoals in het geval van orgaandonatie – niet ten koste gaat van het eigen leven.

Leven geven

Er is nog een laatste, meer christelijk argument om de eigen organen voor donatie te laten registreren: de navolging van Jezus van Nazaret. Volgens de klassieke christologie heeft Jezus vrijwillig zijn leven gegeven om ons te redden van de dood. Het kruis waaraan Jezus stierf is in de christelijke traditie geworden van een wreed Romeins martelinstrument tot een teken van hoop en eeuwig leven. In onder andere Matteüs lezen we: “Neem, eet, dit is mijn lichaam” en “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed” (26,26-28). Het zijn de woorden die bij zowel katholieken en als protestanten van de allergrootste betekenis zijn. Johannes vermeldt geen Laatste Avondmaal, maar laat Jezus vaak spreken over zijn eigen lichaam: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.” (Jo. 6,51)

Navolging

Is hier geen verband te ontdekken tussen de Jezus van het Nieuwe Testament en orgaandonateurs in het heden? Een verband tussen Jezus die zijn lichaam heeft gegeven voor de mensheid en donateurs die hun organen willen afstaan opdat een voor hen vaak onbekende verder kan leven? De vergelijking loopt natuurlijk mank. Jezus werd geëxecuteerd en moderne orgaandonateurs kunnen rustig ervan uitgaan dat zij in vrede en rust zullen sterven als hun tijd er is. Van Jezus’ dood kunnen we spreken als een genadegave aan de gehele mensheid, terwijl orgaandonateurs ‘slechts’ voor één of enkele mensen redding kunnen betekenen.

Orgaandonatie is om een veelheid van punten een aanbevelenswaardige keuze, door elk individueel mens te maken. Als christen heb ik voor mijzelf nog één extra argument: de navolging van Jezus.

Bron: Nederlands Dagblad.

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.