![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
|
Meer concurrentie tussen religies Religieuze instellingen kunnen een zeer belangrijke rol spelen bij de dialoog. Een samenleving, waarin verschillende gelovigen en ongelovigen een plaats hebben, is er alleen maar een toekomst in vrede en gerechtigheid mogelijk, als die gedragen wordt door verdraagzaamheid en respect voor de ander. Ook moet er de bereidheid bestaan om kennis te nemen van andermans identiteit. ,,Wij zijn gedoemd tot dialoog”, zei Hirsch Ballin. Het boek Het christendom en de wereldreligies is volgens de minister een bijdrage aan de interreligieuze dialoog, aan de kwaliteit van onze samenleving en van onze rechtsstaat. ,,Een schot in de roos.” Het boek werd gepresenteerd op het symposium In Hemelsnaam, dat werd georganiseerd door LUCE/Centrum voor Religieuze Communicatie van de Faculteit voor Katholieke Theologie (FKT) van de Universiteit van Tilburg. Hirsch Ballin is oud-bestuursvoorzitter van de voormalige Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht. Hij vertelde dat de dialoog hem als kind met de paplepel was ingegoten. Zijn moeder was rooms-katholiek, zijn vader kwam uit de joodse traditie, terwijl een zeer vooraanstaand islamdeskundige een huisvriend van zijn vader was. Kortgeleden werd hij op de radio de meest religieuze persoon in dit kabinet genoemd, zei prof. dr. Judith Frishman, die hem het boek aanbood. Hirsch Ballin schudde zijn hoofd, maar - zei hij in een reactie - hij is wel van mening dat ,,geloof ten diepste verbonden is met respect voor elkaar”. Concurrentie In het eerste hoofdstuk schrijft de godsdienstsocioloog prof. dr. Staf Hellemans dat confrontatie en dialoog tussen religies en culturen de laatste jaren het gespreksonderwerp van de dag zijn, niet alleen vanwege terroristische aanslagen en interculturele manifestaties, maar ook vanwege discussies over politiek, cultuur en uiteraard religie. Hellemans schrijft dat hij verwacht dat ,,de concurrentie tussen religies verder zal toenemen, met meer dialoog én meer confrontaties tot gevolg”. In een historisch betoog wees emeritus-hoogleraar Oecumenica dr. Anton Houtepen erop dat de Nederduits Gereformeerde Kerk pas dankzij de Oost- en West-Indische Compagnieën geconfronteerd werd met het bestaan van andere godsdiensten. Het echte contact met andere religies was het gevolg van de zending, die omstreeks 1700 opkwam. Pas in de 19de eeuw brachten de vergelijkende godsdienstwetenschappers de religies van de ,,edele wilden” in kaart. Het duurde volgens Houtepen tot omstreeks 1960 voordat aan protestantse kant de angst voor ,,de vreemde ander” verdween. De eerste officiële dialoog werd opgezet door een moslim, vertelde Dr. Freek Bakker, die in het boek over hindoeïsme en christendom heeft geschreven. In die dialoog met moslims waren de christenen uiterst intolerant. Dat bleek later ook in de dialoog met de hindoes, die ,,barbaarse heidenen” werden genoemd. In deze tijd zijn de vragen van hindoes actueel, aldus Bakker. Een kwart van de Nederlandse bevolking gelooft in reïncarnatie en karma of in een onpersoonlijke God-kenmerken van het hindoeïsme. Eén pot nat Bakker pleit voor een bilaterale interreligieuze dialoog, waarbij het christendom telkens met slechts één andere wereldreligie in gesprek is. Christenen moeten ophouden om de andere godsdiensten als één pot nat te beschouwen. Verder zijn de hindoes in Nederland het moe dat de interreligieuze dialoog gedomineerd wordt door onderwerpen uit de christen-moslimdialoog. De grote uitdaging van de interreligieuze dialoog is dat door het contact met de ander alles in een ander perspectief komt te staan. De docente godsdienstwetenschappen dr. Christa Anbeek, auteur van het artikel over boeddhisme en christendom, vertelde dat haar ervaringen als geestelijk verzorger haar in de dialoog van pas kwamen. Daardoor kwamen vragen op als: Hoe ga je om met anderen die je op je pad tegenkomt en Wie heeft je gedragen? De interreligieuze dialoog noemde zij ,,een niet altijd gemakkelijke weg naar de ander”. Zij werd bijgevallen door dr. Marcel Poorthuis, aan de FKT verantwoordelijk voor het onderzoek naar de verhouding tussen christendom en jodendom. Niet alleen dat aangepaste gebed, maar door die ingreep van de paus zijn ook andere verouderde teksten weer in beeld gekomen. Hij noemde de gang van zaken ,,buitengewoon pijnlijk” voor rooms-katholieken. Bron: Friesch Dagblad |
||
| |