![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
| Een hemels voorgevoel
"In ’De Civitate Dei’ (426 n. Chr.) schrijft hij over christelijke waarden, die de ideale staat gestalte geven. Hij reageert daarmee op de beschuldiging van de Romeinen dat het verval van hun ooit zo glorieuze rijk aan de opkomst van het christendom te wijten is. De christenen aanbaden een loser op het kruis, dus dan moest het volgens de Romeinen met het machtige Romeinse Rijk ook wel verkeerd aflopen. Augustinus gaat hier tegenin en houdt een pleidooi voor de tempora christiana, de christelijke tijd waarin christenen invloed hebben op het maatschappelijk bestel. Zowel de staat als het individu heeft hierin een belangrijke rol te vervullen.” Welke rol moet de staat spelen? "Anders dan de Platoonse staat waar filosofen als ware wiskundigen een alverzorgend stappenplan voor de burgers uitdenken, dat hen in een stadium van geluk moet brengen, kan de staat volgens Augustinus slechts de randvoorwaarden voor een goed leven creëren. Augustinus heeft een realistischere opvatting van de staat dan de Grieken: de staat kan de tragiek van het leven niet wegnemen, hij kan die hooguit verzachten. De staat moet het goede in de mens bevorderen. De mens – zelfs de grootste slechterik – heeft een natuurlijk verlangen naar vrede: de slechterik wil in elk geval nog vrede voor zichzelf, zo redeneert Augustinus. Vrede kan echter alleen worden bereikt waneer er orde heerst. De staat kan die orde bevorderen door ervoor te zorgen dat individuen op de ’juiste temperatuur’ blijven. De ’juiste temperatuur’ is een soort Aristotelisch midden tussen warmbloedigheid en koudbloedigheid. In het eerste geval lijk je op de heetgebakerde daghandelaar met een kort lontje, die zich vooral op bijzaken richt en geen visie heeft. In het tweede geval ben je een onverschillige cynicus, die wel een goede visie kan ontwikkelen maar die te cynisch is om deze ten behoeve van de samenleving te verwerkelijken. Alleen bij een ’juiste temperatuur’ van de individuen kan er eendracht in de samenleving ontstaan.” Een eenheid van diverse mensen is niet genoeg om te kunnen spreken van eendracht, van een volk? "Nee. De Romeinse filosoof en politicus Cicero zou deze mening wel zijn toegedaan, maar voor Augustinus is dit niet genoeg. Een volk is pas een volk wanneer mensen erkennen dat ze redelijke wezens zijn én wanneer ze hun concordia (eendrachtigheid) bewerkstelligen door vrede, veiligheid en rechtvaardigheid lief te hebben.” Wij zijn met elkaar verbonden door liefde? "Ja, dit klinkt misschien soft, maar wij zijn in Augustinus’ idee inderdaad met elkaar verbonden door caritas (liefde). Augustinus geeft aan dit begrip een specifieke invulling. Caritas veronderstelt een nederigheid, waarbij we afstand doen van onze persoonlijke ambities ten behoeve van het grotere geheel. Het individu moet zich als deel van het geheel weten. Augustinus maakt in dit verband onderscheid tussen twee steden: Babylon en Jeruzalem. In de stad Babylon raak je verzeild wanneer je jezelf voortdurend centraal stelt. Voor deze egocentrische levensinstelling betaal je een hoge prijs, want je komt onherroepelijk in een isolement terecht. Je wordt privatus. Daar komt ons woord ’privé’ vandaan, maar in het Latijn had dat ook zoals in het Frans een betekenis van ’beroofd zijn van’; ’verstoken zijn van’. Bij Augustinus heeft dit woord een zeer negatieve klank. Voor hem behelst dit woord het volstrekte isolement, uiteindelijk een existentiële eenzaamheid. Niet het woord van Sartre – ’de hel, dat is de ander’ – gaat hier op, maar: ’de hel, dat ben je zelf’. Jeruzalem belichaamt daarentegen de ideale staat. Jeruzalem is de metafoor voor het innerlijk evenwicht, voor sereniteit. In Jeruzalem gaan mensen zo met elkaar om dat ze open blijven voor anderen en voor God. Je kunt namelijk pas oprechte liefde voor God hebben, wanneer je de medemens liefhebt.” Jeruzalem en Babylon zijn dus twee keuzemogelijkheden? "Ja, we hebben de keuzevrijheid ons leven zelf in te vullen. Tegelijkertijd zijn Jeruzalem en Babylon einddoelen van de mensheid. Een persoon die kiest voor Babylon blijft zelfs na het aardse leven op zichzelf teruggeworpen, op voor ons hier op aarde onvoorstelbare wijze. Alleen de persoon die voor Jeruzalem kiest en daarmee ontvankelijk blijft voor God, heeft toegang tot het hemelse rijk, dat evengoed hier op aarde onvoorstelbaar is. Daar krijgen mensen door hun levenskeuzes en door een als het ware pretentieloze, nederige en van daaruit empathische omgang met anderen wél een voorgevoel hoe het daar is.” Bron: Dagblad Trouw |
||
| |