Faculteit Katholieke Theologie
Media-exposure medewerkers
Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008

Een bruisend blikje Kerkvaders
Ed Arons, Katholiek Nieuwsblad, 19-02-08

‘Patristiek’, de studie van de Kerkvaders, was niet echt de jongensdroom van de nu 42-jarige theoloog. Wat die droom wel was, weet hij niet precies meer, maar hij dacht op een gegeven moment na over de mogelijkheid van het geestelijk ambt.

“Toen ik de kans kreeg in Rome te gaan studeren, dacht ik: als er ergens een plek is om uit te zoeken of ik een roeping heb, is het daar wel. Of juist niet – zeggen anderen. Ik dacht: als je nu de zaken – de geesten – niet onderscheidt, dan krijg je er spijt van.”

Waartoe hij geroepen werd, bleek het huwelijk en het vaderschap. Was hij priester geworden, dan misschien wel met mijter. In het Nederlands College in Rome was zijn kamer op dezelfde gang als de kamers van Wim Eijk, nu aartsbisschop van Utrecht, Hans van den Hende, inmiddels bisschop van Breda, en Ted Hoogenboom, sinds kort vicaris-generaal van het aartsbisdom Utrecht.

Paul van Geest is als een blikje frisdrank onder druk. Als je het opentrekt, bruist en spettert de inhoud naarbuiten. Zijn aanstekelijke enthousiasme zal voor de meeste katholieken in schril contrast staan tot de inhoud van zijn ‘blikje’: de studie van de Kerkvaders. Hij wil met zijn Centrum voor Patristisch Onderzoek de Kerkvaders van hun stoffig imago ontdoen en laten zien hoe groot hun belang is voor vandaag, zowel voor theologen als voor gewone gelovigen.

Wat is de belangrijkste taak van je centrum?

“Het antwoord op de vraag hoe de Kerkvaders hun gelovigen ontvankelijk maakten voor Gods aanwezigheid.”

Kun je onze lezers nu al uitleggen hoe die Kerkvaders dat deden?

(lachend) “Hoeveel dagen heb ik? Laat ik met het meest praktische beginnen: velen van hen hebben geschreven over de wijze waarop de christenen hun leven gestalte dienen te geven. Dat heeft onder meer te maken met een evenwichtige levensordening: doe alles met mate. Met deugden dus. Als je je dag onevenredig veel gebruikt, dan kom je niet toe aan Matteüs 6: ‘Kijk naar de vogels in de lucht en de bloemen op het veld…’ Maar Augustinus verwijst ook naar de woorden van Paulus: ‘Wie niet werkt , zal ook niet eten.’ Houd dus balans. In die balans ga je onderkennen dat de mens een deel is van een geheel dat hemzelf overstijgt, in tijd en ruimte en daarbuiten. Dat is een grondgevoel dat heel moeilijk ligt bij westerse mensen, omdat wij alles zelf willen regelen. We willen onszelf tegen alles verzekeren en dan wanen we ons veilig.”

Hoe moet een bisschop of een priester zijn gelovigen ontvankelijk maken?

“Dat vroeg een Duitse bisschop, eveneens een studiegenoot, me laatst ook. ‘Je hebt als bisschop maar één taak’, vertelde ik hem, ‘en dat is toezicht houden dat de traditie levend wordt gehouden waarin christenen elkaar bemoedigen in het geloof. Ga niet speculeren met allerlei filosofieën, maar ga naar de Vaders, kijk wat hun intenties, hun drijfveren waren. Vertaal dat met jouw eigen theologische bagage voor je gelovigen.”

Wat trok jouzelf aan in de Kerkvaders?

“De ervaring van onze beperktheid als mens. Het is een feit: dat wat wij kunnen kennen in tijd en ruimte is niet alles wat er is. Wil je gevoelig worden voor de dimensie die de tijd-ruimtelijke overstijgt, dan moet je de Kerkvaders bestuderen. In de monastieke theologie en ook in heel andere culturen gold niet alleen de rede als kenfaculteit, maar ook de intuïtie, de affectie en de ervaring. Bernardus van Clairvaux zegt bijvoorbeeld voor de Schriftlezing in zijn klooster: ‘Vandaag lezen we uit het boek van de ervaring.’ Met andere woorden: treed in die ervaring, die de eerste christenen hebben opgedaan met de Heer.”

Is onze tijd daar rijp voor?

“Ik heb een keer in onze parochie een preek voorgelezen van Augustinus. De reactie was: ‘Wat een mooie preek.’ Toen zei ik: ‘Die komt uit de vierde eeuw na Christus.’ Die preek bleek dus actueel!”

De Kerkvaders zijn ook met de hen omringende cultuur in gesprek gegaan. Wat kunnen zij daarin voor ons betekenen?

“Wij onderzoeken ook hoe de Kerkvaders zich uiteenzetten met een vreemde cultuur. Ze leefden praktisch allen als een minderheid in die eerste eeuwen. Zij zijn zich er constant van bewust dat ze bijvoorbeeld de overheid niet moeten ontrieven. Maar tegelijkertijd realiseren de Vaders zich dat ze zich niet te veel aan deze wereld mogen conformeren, om nog de ruimte te hebben jezelf te kunnen blijven bevragen op je drijfveren, je integriteit en je onbaatzuchtigheid. Dat is wat zeer veel Kerkvaders leren.”

Is dat niet de benadering van onze paus?

“Absoluut. Ik voelde al aankomen toen hij paus werd dat hij liever als een Kerkvader de geschiedenis in wil gaan, die het christelijke geloofsgoed van alle eeuwen wil ontsluiten voor mensen die in het huidige tijdsgewricht en in pluriforme samenlevingen leven, liever dan als geniaal diplomaat.”

Je schreef ook over zijn manier van schrijven als typisch voor de Kerkvaders.

“In zijn begin van zijn Jezusboek herken ik Augustinus: ‘Het staat u vrij om het hier niet mee eens te zijn.’ Wat zegt Augustinus? ‘Ik heb dit geschreven, maar vrienden – alsjeblieft – vul mij aan. Ik geef mijn gedachte graag voor betere. Dat is niet alleen maar een retorische truc bij Kerkvader en paus, het is een houding.”

Je voelt je heel verwant met paus Benedictus…

“Nu ja, als wetenschapper wel. Bij Johannes Paulus II moest ik altijd heel hard nadenken, maar bij deze paus… Toen ik zijn laatste encycliek las, heb ik een pagina in Trouw gevraagd, want we hadden hier iets heel moois. Ik wist precies welke boeken hij voor zijn neus had toen hij die encycliek schreef.”

Doelgroep van je centrum zijn wetenschappers. Is dat niet beperkt?

“Doelgroep zijn in eerste instantie wetenschappers, maar ik ken niemand die niet ook zijn waar uitstalt voor een groter publiek. Hoewel dat niet het eerste doel is, rijst toch de vraag hoe je de Vaders moet lezen om er in deze tijd inspiratie uit te halen.”

Kun je een voorbeeld geven?

“Neem het woord Verlosser of Heiland. Augustinus schreef dat zijn voorgangers het hadden over Christus Salvator, redder. Hij zat daar in een havenstad en besefte: dat is te moeilijk voor de mensen hier. Toen is hij gekomen met het beeld van een arts, Jezus als genezer. Daar konden ze iets mee. Jezus maakt beter wat niet goed is in jou.”

Wat Augustinus deed in een havenstad wil jij doen in de Randstad?

“Bij mij leeft altijd de vraag op de achtergrond hoe we de spiritualiteit van de Vaders kunnen vertalen naar het heden. Daar is een aantal parochiepriesters heel goed in. Dat zijn mensen uit de praktijk, die dat intuïtief doen.”

Zoals Roderick Vonhögen het doet met films?

“Ik begin vanuit de bronnen, Roderick vanuit het heden. Dat is prima. Wat Michaël As in Katholiek Nieuwsblad doet met heiligen, zouden wij moeten doen met de Kerkvaders, want dat is een goede stijl.”

Kán het zo eenvoudig?

“Vorig jaar heb ik op de kleuterschool een uur lang catechese gegeven. Dan ga je nat, hoor, dat is moeilijk. Nee, dat waren geen gelovige kinderen. Ik heb het gehad over de schepping. De schepping is mooi, maar er zijn dingen die je niet kunt begrijpen: dat mensen doodgaan of dieren. Heeft dat wel zin? Dat je je gestorven opa nog herinnert als een heel fijne man, dat vormt jou, dat heeft zin. Dat begrijpen ze wel.

Zo moet het geloofsgetuigenis van mensen die Christus gezien hebben mij vormen. Je moet het je toe-eigenen en die ervaring doorgeven.”

Prof. dr. Paul van Geest is sinds 1 december directeur van het Centrum voor Patristisch Onderzoek.

Bron: Katholiek Nieuwsblad

Deze site wordt bijgehouden door Frank G. Bosman.