![]() |
||
Faculteit Katholieke Theologie |
||
| Media-exposure medewerkers | ||
| Startpagina / Faculteit Katholieke Theologie / Universiteit van Tilburg / 2010 / 2009 / 2008 | ||
| Religie als deel van moderniteit in ‘een tijd van radicale onoverzichtelijkheid
De andere sprekers tijdens het symposium waren dr. Joep de Hart, senior-onderzoeker Sociaal en Cultureel Planbureau (en één van de auteurs van het onderzoek God in Nederland, zie rkkerk.nl, blz. 227) en prof.dr. Wim van de Donk (Universiteit van Tilburg). Van de Donk is directeur van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die onlangs de veelbesproken verkenning ‘Geloven in het publieke domein’ publiceerde. Hegemoniaal Eén van de stellingen in Hellemans’ boek is dat de wereldreligies zich in de moderniteit staande houden. Want net als de economie is er ook evolutie in de religie. Hellemans omschrijft de wereldreligies als axiale universalistische religies, die voor hun voortbestaan niet afhankelijk waren van een bepaalde cultuur. Zo bleef het christendom ook na de Romeinse tijd bestaan. Ook waren ze op momenten hegemoniaal: ze verbonden zich aan sterk groeiende politieke rijken, door een alliantie te sluiten met de politieke elite. Zo zorgden ze voor een sterke verspreiding in dat rijk. ‘Geavanceerde moderniteit’ De agrarische civilisaties waren sterk hiërarchisch; toen deze samenlevingsvormen door de intredende moderniteit (1750-1800) veranderden, veranderde de religie mee. Er kwam meer organisatie en individualisering, en er ontstond een ‘religisering van de religie’: ze richtte zich steeds meer op haar core business – de immanentie. Na 1960 begon in het Westen een nieuwe fase van de modernisering. Die luidde een crisis in van de grote christelijke kerken. De ‘lange jaren zestig’ (1958-1973) leidden tot wat Hellemans de “geavanceerde moderniteit” noemt, met als voornaamste kenmerk een sterkere individualisering. Betekent dit nu het einde van een tijdperk? Hellemans denkt van niet. “Tot nu toe hebben we steeds een succesvolle modernisering van de wereldreligies gezien – met het confucianisme als uitzondering – wel zijn er twee concrete bedreigingen”, aldus Hellemans. Ten eerste de secularisatie, het is de vraag of de evolutie van de moderne samenleving steeds meer welvaart brengt (geen goede voedingsbodem voor religieus besef) of meer tegenstellingen: daar vaart religie juist wel bij, zo laat de geschiedenis zien. Een tweede gevaar ziet Hellemans in de fragmentatie of verdamping van het religieuze. ‘Vereftelingisering’ Joep de Hart (SCP) zei in een reactie dat de individualisering die Hellemans als ‘longing without belonging’ omschrijft, de onderzoekers van God in Nederland ‘zoekreligiositeit’ noemen. Maar religie is ook een kwestie van tijd en plaats, en niet alleen van het individu. “God wordt nu anders verstaan dan door de herdersvolken, die God zagen als een humeurige ‘capo di capi’. In de jaren zestig was God een linksige vriend, nu is God in de coulissen. We vermoeden soms een regisseur in het donker van de zaal, maar meestal niet, zeker niet als alles op rolletjes gaat.” Wel signaleert De Hart een ‘vereftelingisering van de religie’, die blijkt uit fenomenen als “de Doré-bijbel op de koffietafel, een dagtripje naar de processie van Sevilla en het bijwonen van de Matteüs Passion in de Paastijd.” ‘Blender-spiritualiteit’ Volgens De Hart is er steeds minder een gedeelde religieuze taal, en wordt het Godsbeeld ook steeds abstracter, mede omdat de samenleving verder differentieert. Toch is het volgens hem te vroeg om te spreken over het verdwijnen van spiritualiteit: “Op gewijde én niet-gewijde grond gist het van de spiritualiteit.” Hij onderscheidt een ‘blender-spiritualiteit’, waarin elementen uit allerlei culturen tot een op het moment en de persoon toegesneden cocktail worden samengesteld, “niet vanuit theologische baldadigheid maar uit stuurloosheid gepaard aan naïviteit”. De ruime meerderheid bestaat uit zoekers, tussen twee uitersten: atheïsten en overtuigde gelovigen. Belangrijk zal volgens De Hart zijn of de babyboomers “erin slagen de niet-geïnstitutionaliseerde interesse over te dragen op de volgende generatie – zeker daar dat dit een individualistische interesse is.” ‘Zeurend onbehagen’ Van de Donk stelde dat de WRR-verkenning geschreven is “vanuit een zeurend onbehagen dat er iets aan de hand is”. Religie houdt niet op bij de voordeur, al hoopte de politiek daar lange tijd op. “De verlichtingsfundamentalisten (zo willen ze zelf niet genoemd worden) zien ontkerkelijking en secularisatie als een goede ontwikkeling. Maar empirisch en theoretisch is het nodige af te dingen op die seculariseringsthese”, aldus Van de Donk, “de moderniteit is geen gesloten, plaatstalen lineaire ontwikkeling”. De WRR keek naar nieuwe fenomenen zoals het ongrijpbare liquid religion, waarbij de vraag zich aandient of het nog wel religie is. Van de Donk: “Waartoe moet de overheid zich verhouden? Een groeiend percentage Nederlanders is ‘van God los’ en egocentrisch – verweesd zou Fortuyn zeggen – en dat is een maatschappelijk probleem, maar of de overheid het moet oplossen is de vraag. Er is een scheiding van kerk en staat, maar een ontspannen omgangsregeling moet er toch inzitten? En is overleg met de structuren als de Raad van Kerken en de Bisschoppenconferentie voor de overheid nog voldoende? Ook de overheid is ‘religieus zoekende’, en dat is misschien een troostrijke conclusie.” ‘Pragmatische benadering’ Op lokaal niveau is de relatie tussen kerk en staat volgens Van de Donk vaak “weldadig pragmatisch. We denken er als WRR over om hier een rapport over te schrijven. Dat is een opdracht voor mijzelf: die pragmatische benadering nationaal ingang doen vinden. Daar ben ik niet optimistisch over, het klimaat is nationaal hard en laat zich moeilijk ontdooien. We moeten het debat de-islamiseren, want van die dynamiek hebben we last. Maar ik heb een aarzeling: nationaal is al snel principieel, wat moet je dan met pragmatisme?” Van de Donk vindt dat we rekening moeten houden met een “radicale onoverzichtelijkheid. De cohort-theorieën zijn misschien niet voldoende, ik zet mijn kaarten niet op het voortbestaan van de grote kerken en religies.” Joep de Hart stelde ook vast dat de kijk op en omgang met religie wel heel sterk verandert en individualiseert. “Dat verandert het soortelijk gewicht van religie. Je kunt dan over dertig jaar niet meer zeggen: dat was toch niet zo’n goed idee, we gaan terug naar het oude. Daar is het dan te laat voor.” Bron: RKKerk.nl |
||
| |