|
Mag je geld vragen voor diensten van de kerk?
Opinie, Katholiek.nl ,01-02-12
Diaken Frans Vervoort van de H. Hartparochie in Oss probeert het nijpende financiële tekort in zijn geloofsgemeenschap op te vangen door parochianen voor het blok te zetten. Het gaat om parochianen die wel ‘diensten’ van de kerk afnemen, maar geen kerkbijdrage betalen. et sturen van bedelbrieven en betalingsherinneringen “kosten ons alleen maar geld”, aldus de pastor. “Van de geldmiddelen, waarover het kerkbestuur kan beschikken, maakt de bijdrage van parochianen een belangrijk deel uit. Elke parochiaan bepaalt zelf vanuit de eigen situatie de grootte van het bedrag, dat hij of zij beschikbaar stelt voor de parochie. Belangrijk is dat iedereen zijn steentje bijdraagt, het is een kwestie van solidariteit."
Vertwijfeling
Op zich is de vertwijfeling van de diaken goed te begrijpen. Het moet ook frustrerend zijn om je kerk te willen behouden met alle kosten die dat met zich meebrengt, en dan weten dat er gelovigen zijn die geen geld willen bijdragen. Helaas kan Vervoort niet weten waarom de ‘weigerachtige’ parochianen hun geld aan de kerk onthouden (armoede?). En wat deze weigeraars op de collecteschaal leggen kan de diaken ook niet weten.
Genade
Het grootste probleem is natuurlijk dat scaramenten e.d. en de wetten van vraag en aanbod zich slecht met elkaar verstaan. Sacramenten zijn genade en het aardige van genade is nu juist dat die ‘gratis’ is, om niets, voor niets. Datzelfde geldt voor vieringen, zegeningen, enzovoorts. Ze zijn van God en daarmee van ons allemaal. En als mensen het goede werk van de kerk willen ondersteunen, heel graag. Maar het mag niet komen tot het uitruilen van ‘producten’: jij € 100 en ik een eucharistieviering.
Simon de Tovenaar
Het handelen met heilige zaken heeft altijd al in een slechte reuk gestaan in de kerk. Het Concilie van Chalcedon (451) verbood expliciet wat zij ‘simonie’ noemde: het verhandelen van geestelijke zaken (vaak ambten als bisschop). De term ‘simonie’ gaat terug op de figuur van Simon de Tovenaar uit het boek Handelingen (8,18-24).
Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ Maar Petrus zei tegen hem: ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht. Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of hij u uw slechte gedachten wil vergeven, want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.’ Toen zei Simon: ‘Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd.’
De strijd tegen simonie was daarmee niet afgelopen. Tijdens de Gregoriaanse kerkhervorming (rond 1100) werd deze onheilige handel zwaar bestreden, net als tijdens de Reformatie en – als reactie op de terechte aanklachten van Luther - het Concilie van Trente (1545-1563). In de kerkelijke wetboeken van 1917 en 1983 wordt simonie expliciet verboden.
Simonie
Vervoort moet oppassen dat hij in zijn begrijpelijke zorg voor het fysieke en financiële voortbestaan van zijn gemeenschap niet een theologische grens overschrijdt. Sacramenten, ambten en vieringen lenen zich slecht voor duidelijke financiële afspraken, hoe moeilijk dat in de praktijk ook kan zijn.
Bron: Dit artikel is gepubliceerd op Katholiek.nl.
...
|