|
Het zwarte boek van de wrok – en de weg eruit
Recensie, GoedGelovig.nl, 15-10-11
Errare humanum est. ‘Dwalen is menselijk.’ Kerkvader Augustinus preekte er al over (164, 14). Fouten maken is maar al te menselijk, aldus founding father van de klassieke erfzondeleer. En dan hebben we het pas over dwalen 1000. Mensen die graag pochen op enige intellectuele bagage (en wie wil dat nu niet?) voegen er haastig aan toe ‘maar vergeven is goddelijk’. Deze verzachtende uitspraak ligt in de mond van de Engelse literator Alexander Pope in zijn Essay on Criticism (1711).
Maar ja, vergeven, hoe doe je dat? Jezus van Nazareth houdt ons een onmenselijke hoeveelheid geduld en vergevingsgezindheid voor: “Niet tot zeven keer toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven keer toe” moet je iemand vergeven. (Mt. 18, 22) Dat Jezus dat kon, bewijzen een van Zijn laatste uitspraken aan het kruis: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Lc. 23, 34) En ik geloof Hem op Zijn woord.
Wrok is makkelijk en lekker
Dat vergeven heel mooi en christelijk is, maar tegelijkertijd onmenselijke moeilijk, realiseerde zich ook journalist Willem van Leeuwen (1959). De freelance journalist en tekstschrijver reisde hij voor uiteenlopende reportages, voor tal van bladen, door onder meer India, Kenia, Hongarije, Italië, Maleisië en Indonesië. Bij het grote publiek is hij bekend van de rubriek ‘Zin’ in NRC Next, interviews met inspirerende persoonlijkheden. Tijdens één van zijn reizen naar vrienden in Amerika doorzag hij als bij toverslag het mechanisme van wrok en vergeving. Want wrok is de tegenhanger van het bijbelse vergeven: zoveel makkelijker en zoveel lekkerder. Hij schrijft er bloedeerlijk over in zijn boek De andere wang, zo zelfkritisch dat het herinneringen oproept aan de Confessiones van de al eerder genoemde kerkvader:
“Nee, ik ben niet erg vergevingsgezind en dat is dan nog zacht uitgedrukt. Liever koester ik wrok. Dat mengsel van woede en verdriet dat zo prettig in je maag kan kolken, dat zoveel beter smaakt dan vergeving. Mensen die me kennen, weten dit, al weten ze het fijne niet. Zo weten ze niet dat ik een klein zwart boekje in mijn hoofd heb. Een fijn, fluweelzwart boekje, zonder opdruk, met gouden leeslint. Daarin echter geen zelfgeschreven gedichten, maar namen. Namen van mensen die me ooit onheus hebben bejegend, die me voor schut hebben gezet, verdriet hebben gedaan of hebben bedonderd. (…) Dat boekje zit nog altijd in een van de laatjes in mijn hoofd. Als het nodig is haal ik het er even uit, lees erin, of voeg een naam toe. Als ik er goed voor ga zitten, dan kom ik op zo’n twintigtal namen van mensen, meest mannen, twee vrouwen, die ik ooit nog eens de waarheid zal zeggen, die ik zal terugbetalen met gelijke munt. Mensen tegen wie ik een wrok koester, die eens zal worden omgezet in wraak.”
Fluwelen boekje
Zeker erg herkenbaar. Waarschijnlijk hebben alle mensen zo’n laatje en zo’n naamloos boekje vol met namen van onvereffende rekeningen. De titel van het boek is ontleend aan weer een andere spreuk van Jezus, wederom opgetekend door Lucas: “Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt niet ook je onderkleed.” (Lc. 6,29) De reden voor Jezus’ pacifisme is dat de rechtvaardigen zich anders nergens in onderscheiden van de zondaars. Immers: “ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.” (34)
Worsteling
Vanuit zijn eigen wrokkigheid interviewde Van Leeuwen meer en minder bekende Nederlanders die hem iets over vergeving zouden kunnen leren: Niels Kokmeijer (ex-voetballer), Sytze van der Zee (journalist en schrijver), Ronald Jan Heijn (hockey-international), Antoine Bodar (wie kent hem niet?) en Andreas Kinneging (Leidse filosoof). Het ene gesprek geeft wat meer inspiratie dan het ander, maar de persoonlijke stijl van de auteur houdt de aandacht moeiteloos vast. Je leest over zijn schouder mee met alle vragen die hij heeft bij zoveel levenswijsheid en vergevingsgezindheid die hij tegenkomt. Zijn worsteling met het hem voorgehouden schitterende ideaal is de worsteling van ieder van ons. Vergeving zou zoveel gemakkelijker voor ons zijn, aldus Van Leeuwen, niet meer die last mee hoeven dragen van het bijhouden van je wrokboekje. Maar de praktijk blijkt hard.
Empowerment of the victim
Tijdens het lezen van De andere wang viel mij de overeenkomst op met de denkwereld van Mariële Wulf. Deze Zwitserse moraaltheoloog, werkzaam aan de Tilburg School of Catholic Theology, heeft in de afgelopen tijd enkele werken gepubliceerd waarin ze pleit voor een empowerment of the victim, het ‘krachtig maken van het slachtoffer’. Helaas zijn deze boeken niet in het Nederlands vertaald, terwijl hun centrale idee bijzonder interessant is. Ik volg even de draad van Begegnung die befreit (2009). Wulf stelt dat je als slachtoffer in zekere zin gegijzeld bent door jouw dader. En dat deze onzichtbare draad pas kan worden doorgesneden op het moment van vergeving. Dat is dan ook het moment waarop je als slachtoffer niet meer afhankelijk bent van de dader, maar terugkeert in je eigen autonome kracht.
Slachtoffer
In normaal Nederlands bedoelt Wulf het volgende. Stel dat jouw echtgenoot je bedrogen heeft met een andere vrouw. Zolang je een wrok tegen je ex-man blijft koesteren (het Nederlands geeft een hint: wrok is kennelijk iets dat je ‘koestert’), blijft hij jou feitelijk de baas. Je bent niet los van je bedriegende echtgenoot, de wrok ketent jullie nog altijd aan elkaar. Pas als je hem kan vergeven, wordt die ketting verbroken. Hij heeft geen macht meer over jou, je bent vrij gemaakt, los van je dader. Wulf predikt in haar boeken een bijna onmenselijk hoge moraal – wie kan echt zijn dader vergeven? – maar ze benadrukt tegelijkertijd dat zo’n vergeving ook nooit afgedwongen of zelfs maar verwacht mag worden. Het is altijd alleen aan het slachtoffer, en aan niemand anders.
Vergeven
Van Leeuwen en Wulf pleiten beiden voor een (christelijke) deugd die in onze samenleving in onbruik is geraakt. Vergeven lijkt bijna onmogelijk. De maatschappij als geheel verhardt zich voortdurend. Risico’s moeten worden geïnventariseerd, protocollen opgesteld en verzekeringen afgesloten. En als er dan iets mis gaat – hoe menselijk ook – roept iedereen om een onafhankelijk onderzoek, politieke consequenties voor de ‘schuldigen’, meer regels en toezicht vanuit Den Haag en als je pech hebt een flinke juridische claim aan je broek.
Kwetsbaar
Het zou heilzaam voor onze hijgerige, risicomijdende maatschappij zijn als we meer in staat zouden zijn mensen te vergeven. Het zou bijdragen om de waan van de dag in perspectief te plaatsen. Het zou ruimte en rust creëren, zowel voor hen die vergeven worden als zij die anderen vergeven. In dat laatste geval mag je er bovendien op hopen dat ook anderen jou je schuld zullen vergeven. ‘Zondaars’, of het nu gaat om activistische politici, (ex-)delinquenten of wie dan ook, moeten van hun kant dan ook duidelijker om vergeving vragen. Niet ontkennen, je verlies nemen en jezelf even heel kwetsbaar opstellen door te vragen: ‘Vergeef je me?’
Willem van Leeuwen, De andere wang, Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam (2011), 978 903 889 417 1.
Claudia Mariéle Wulf, Begegnung, die befreit: Christliche Erlösung als Beziehungsgeschehen, Patris Verlag: Vallendar-Schönstat (2009), 978 387 620 326 3.
...
|