Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

'Aangekruist' (RKK Kruispunt)
lijn

Boeken
lijn

Wetenschap
lijn
Publicaties (NL)
Scholary reviews (EN)
Congresses and lectures (EN)
Proefschrift over Hugo Ball (NL)

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames
Musicals en theater

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"wat een spreker is die man!"
- Mirjam Nieboer (IKON)

"de Lucky Luke onder de theologen: schrijft sneller dan zijn schaduw" - Katholiek.nl

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker"
- De Scherper

Hoe ik ben, is geen trucje
Interview, Nederlands Dagblad, 08-10-11

Frank Bosman (32) is Theoloog van het Jaar. ‘We zijn veel christelijker dan we denken.’

‘Heerlijk, het Nederlands Dagblad. Nu kunnen we het eens écht over geloof hebben.’ Frank Bosman, rooms-katholiek ‘cultuurtheoloog’, heeft er zin in. Zeven, nee acht interviews gaf hij sinds hij eind juni Theoloog van het Jaar werd. Hij telt ze uit op zijn vingers. Met nauwelijks verholen trots, maar ook met een beetje ergernis. ‘Voortdurend krijg je van al die geseculariseerde journalisten vragen als “gelooft u dat nog allemaal écht?” en “zou u geen moslim kunnen zijn?”.’ Zijn grote drive komt daarmee niet werkelijk aan bod. ‘De Here Jezus, ja! Laten we het daarover hebben!’

Met twee vegen maakt Bosman ruimte aan de keukentafel. Het rijtjeshuis in het Brabantse Vlijmen oogt gezellig rommelig. Rijen rooms-katholieke theologen kijken uit de boekenkast de open keuken in. Het jonge katje Valentijn komt kennis maken. ‘Vernoemd naar de heilige’, legt Bosman welwillend uit aan de protestantse verslaggever. ‘Al is-ie niet geboren in februari, maar in april. Maar wat maakt dat uit? Koffie?’ Bosman is druk in de omgang. Hij praat vlot met veel anekdotes. Het gesprek wordt regelmatig onderbroken als Bosman opstuift om met enige dramatiek Valentijn tot de orde te roepen.

Hoe is het om Theoloog van het Jaar te zijn?

‘Ontzettend leuk. Ik was de jongste deelnemer van de Nacht van de Theologie. Het kwam dus als een grote verrassing dat ik was genomineerd. Ik zie het als een steuntje in de rug voor mijn project, de cultuurtheologie, en bij mijn pogingen om de zachte kant van de Rooms-Katholieke Kerk te laten zien.’

Zo’n Nacht van de Theologie klinkt wel een beetje als ‘wij willen erbij horen!’.

‘Prima toch? Theologen mogen zich in de samenleving wel met iets meer lef presenteren: kijk ons eens! Wij stellen iets voor. Je stelt iets voor als je christen bent. Laat dat maar zien.’

Ondertussen was u de enige die God ter sprake bracht. Is dat niet een beetje vreemd?

‘Ja, dat heeft iemand ook tegen mij gezegd: jij was de enige. Voor mij is het logisch dat ik God – en mijn vrouw – bedankte. Een bepaalde generatie theologen is het ontwend, merk ik, om publiek uiting te geven aan hun geloof. Ze kunnen perfect allerlei maatschappelijke problemen analyseren, maar over God kunnen ze niet of nauwelijks praten. Ze hebben er de taal niet voor, en de wetenschappelijke taal die ze kennen, schiet tekort. Theologen jonger dan – zeg - veertig staan veel ongedwongener in zowel de kerk als de wereld. Ik hou van deze wereld. Tegelijk heb ik geen enkele gêne om voor mijn geloof uit te komen. Dat laatste geldt trouwens ook voor oudere theologen als Erik Borgman en Antoine Bodar.’ 

Een andere tendens is dat de jonge theologen in de Rooms-Katholieke Kerk steeds orthodoxer worden. Bent u daar wel blij mee?

‘Ik weet niet of ‘orthodoxer’ wel het goede woord is. Je ziet een scherpere scheiding tussen cultuuroptimistische katholieken en katholieken die cultuurpessimistisch zijn. De cultuurpessimistische groep wil zich het liefste zo ver mogelijk uit de kwade wereld terugtrekken in een kleine, helder belijnde, belijdende kerk. Denk bijvoorbeeld aan wat de paus heeft gezegd over de kerk als ‘cultuur van het leven’ tegenover de geseculariseerde ‘cultuur van de dood’. De cultuuroptimisten kijken veel positiever naar de relatie met de wereld. Zij zien God overal aan het werk, en proberen daarin te participeren. Zij zien het liefst een zo groot mogelijke kerk. Ik hoor bij de laatste groep dat mag duidelijk zijn. Dit onderscheid valt niet samen met het verschil tussen orthodox en modern. Zelf zie ik mij – zoals de meeste katholieken - in medio ecclesiae, in het midden van de kerk.’

U noemt zich cultuurtheoloog. Wat is dat?

‘Ik probeer alle culturele uitingen van onze postmoderne tijd te bezien in het licht van de levensbeschouwelijke tradities die ons hebben gevormd. Als wij het namelijk hebben over zaken die er écht toe doen, dan grijpen we automatisch terug op ons collectieve culturele geheugen. Die bestaat voor een klein deel uit Germaanse elementen, voor een iets groter deel uit Grieks-Romeinse invloeden (vooral in ons rechtssysteem) en voor het overgrote deel uit christelijke beelden en ideeën. We zijn niet alleen veel religieuzer dan we denken, cultureel gezien zijn we in het ‘geseculariseerde, links-liberale’ West-Europa nog steeds allemaal christenen, of we willen of niet.’

Waaraan ziet u dat?

‘Neem de televisiereclame van verzekeraar RVS. Boven de hoofden van mensen zie je een mannetje zweven met een bolhoed op en een paraplu. De reclamemakers stonden voor de vraag: “”Hoe beelden we uit dat een verzekering van RVS je beschermt?” Waar komen ze mee? Met een eigentijdse variant op het oude katholieke beeld van de beschermengel! En iedereen begrijpt meteen wat die reclameboodschap wil zeggen. Dat wijst de cultuurtheoloog aan. Maar ik wil ook de verschillen laten zien: bij de verzekeraar moet je betálen voor je bescherming, in de christelijke traditie is Gods nabijheid gratis en voor niets. Genade, precies. En een verzekeraar beschermt je niet écht zoals een beschermengel. Ze compenseert hooguit de geleden schade.’

Verdwijnt die onbewuste invloed van de christelijke traditie niet vanzelf naarmate de kerkverlating doorzet?

‘Nee, dat denk ik niet. Dat komt omdat het humanisme van de Verlichting, dat claimt de plaats van het christelijk geloof te hebben ingenomen, geen verhalen en geen poëzie heeft. Hooguit biedt de islam een alternatief. Die wordt waarschijnlijk de vierde peiler onder ons collectieve culturele bewustzijn.’ Lachend: ‘Je hoort het. Ik hoor bij de linkse kerk.’

Waarom bent u eigenlijk geen priester geworden?

Een brede lach. ‘Ik wilde ooit wel, maar ik liep in het eerste jaar van de priesteropleiding in het Sint-Janscentrum mijn tegenwoordige vrouw tegen het lijf. Ik kwam met de andere studenten de kapel binnen om de getijden te bidden, toen een vriend mij aanstootte en fluisterde: “Heb je die rooie gezien?” Ze zat achterin de kerk te bidden. Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Het leeftijdsverschil was behoorlijk - zij was 27, ik 19 - maar ik heb doorgepakt.’

Mocht het celibaat worden afgeschaft, gaat u alsnog naar het seminarie?

‘Dat denk ik niet. Niet alleen omdat ik vermoed dat die koppelverkoop nog wel even gehandhaafd blijft, maar vooral omdat ik mijn plekje wel heb gevonden als lekentheoloog (wat een lelijk woord blijf ik dat vinden!).’ 

Noemt u zichzelf een orthodoxe gelovige?

‘Ik geloof dat God de wereld geschapen en verlost heeft en eenmaal zal voltooien. Inderdaad, God als Vader, Zoon en Heilige Geest. Je moet wel onderscheid maken tussen geloofsuitspraken (‘God bestaat’, ‘Hij daalde in Jezus Christus af naar deze wereld’) en de interpretatie, de precieze betekenis daarvan. Het geloof gaat om het eerste, en de ruimte voor het tweede houden we wat mij betreft zo groot mogelijk. Ik geloof dat Christus aanwezig is in brood en wijn. De transsubstantiatie, de overtuiging dat Hij lichámelijk aanwezig is in brood en wijn, is een systematische doordenking van die geloofsuitspraak (bovendien afkomstig uit een wereldbeeld dat wij niet meer kennen). Daarin ben ik als rooms-katholiek dus niet verplicht te geloven.’

Gaan de geloofsuitspraken zelf u niet vaak boven de pet?

‘Nee, de geloofsuitspraken van de kerk zijn mij niet te groot. Maar je kunt ze alleen begrijpen als liefdesverhaal. Al die pogingen om het geloof te bewijzen, onzin! Neem de lijkwade van Turijn, met – zegt men – het gezicht van Christus erin afgedrukt. Is het echt? Is het niet echt? Wat een onzinnige vraag! Het verhaal van de verrijzenis op de Paasmorgen kun je alleen maar geloven als je in de liefdesrelatie zit tussen God en mens. De verrijzenis kun je niet meten of bewijzen, zoals je ook muziekklanken niet kunt vasthouden. Daarom is de muziek er nog wel. Ik zeg niet dat Christus niet lichamelijk, empirisch bewijsbaar kón opstaan, maar ik denk wel steeds vaker dat het niet noodzakelijk zo hoeft te zijn geweest om écht, werkzaam en waar te zijn.

Als Christus niet lichamelijk is opgestaan, is uw geloof ijdel, zegt de apostel Paulus. Is dat geen argument voor u?

Bosman denkt rustig even na. ‘Misschien ben ik het ook wel niet altijd voor honderd procent met de heilige Paulus eens. Het is moeilijk hem helemaal te begrijpen. Waar ik vanaf wil, is het modernistische dictaat dat alleen dát waar is wat zintuiglijk waar is. Daarvan zijn wij een slaaf geworden. Dan krijg je van die onzin dat verliefdheid alleen maar een chemische reactie is in de hersenen. Dat is gewoon niet waar. Mijn liefde voor mijn vrouw gaat veel verder dan een paar moleculen. Iemand zegt: “Die treurwilg daar drukt precies uit hoe ik mij voel.” Een bioloog die treurwilgen bestudeert, kan niks met die uitspraak, en toch is ze waar.’

Waar of niet, in het uur van de dood is toch alles leegte, behalve de lichamelijke opstanding van Christus?

‘Ik weet niet of dat zo is. Nogmaals: ik zeg niet dat Christus niet lichamelijk is opgestaan. Dat is een mysterie. Maar wij moeten ons niet een manier van denken laten opdringen die aan de christelijke traditie en aan het leven zelf vreemd is.’

 Dit is nog allemaal theologie. Hoe zit het met uw persoonlijke geloof?

‘Ik vind het, eerlijk gezegd, moeilijk om God lief te hebben. Ik kan mij geen beeld vormen van God. God is mij te groot. Hij is (Bosman zet een gezwollen stem op) ‘de Borger van het Zijn’, de grond onder de kosmos. Maar Jezus, ja Jezus heb ik wel lief. Hij is een mens zoals ik. In Jezus komt God zo dichtbij dat ik mijn vinger in zijn zijde kan steken. Bidden tot God vind ik ook zoiets. Hoe doe ik dat? Alsof God de tijd heeft om naar mij te luisteren, denk ik dan. Tot Christus bidden, dat kan ik wel. Ik kan mij niet voorstellen dat Hij onaangedaan blijft door wat wij soms moeten meemaken.’

Het is een rooms-katholieke gewoonte om tot de heiligen te bidden. Doet u dat wel eens?

‘Nee, al zeg ik niets van mensen die dat wel doen. Ik hoor regelmatig mensen zeggen: “In de hemel blijf ik op je wachten.” Dan vergeten ze dat de hemel ontijdelijk is. Als ik in de hemel kom, is iedereen daar al: mijn vrouw, mijn kinderen, zelfs de klein- en achterkleinkinderen die ik nu nog niet heb. Dat is eeuwigheid. Dat geldt voor de heiligen ook. Dus nee, ik denk niet dat de heiligen in de hemel de hele dag klaarzitten om onze telefoontjes aan te nemen.’

Gaat u te biecht?

‘Nee, al een hele tijd niet meer. Dat is een persoonlijk verhaal. Nee, de inhoud daarvan vind ik niet relevant voor in de krant. Laten we het op ervaringen van vroeger houden. Ik vind de biecht een goed middel voor gelovigen, hoor. Maar dan wel in de nieuwe stijl: als goed gesprek aan de keukentafel.’

Een hele reeks misbruikschandalen in de kerk is boven gekomen. Hebt u zelf ooit iets gemerkt van een pater met losse handjes?

‘Nee, nooit. Eerlijk niet. Terwijl ik als kind vaak genoeg met een priester alleen ben geweest. Van mijn vriendjes weet ik ook niets. Daarom was ik ook zo onaangenaam verrast toen al die verhalen boven kwamen. Verschrikkelijk!’

Uw collega-theoloog Peter Nissen stapte mede daarom vorig jaar uit de Rooms-Katholieke Kerk. Waarom u niet?

‘Omdat ik dat niet kan. Ik kan wel uit de katholieke kerk stappen, maar de katholiek stapt nooit uit mij. Ik wil het ook niet. Ik wil blijven om samen de rommel op te ruimen, en om te helpen voorkomen dat het nog eens gebeurt. De Rooms-Katholieke Kerk is mijn wereld. Ik houd ontzettend veel van alle uiterlijk vertoon, van de wierook en de processies.’

En een kaarsje voor Maria?

‘Ik ben geen vroom mens. Ik brand geen kaarsen, of zo. En ik bid ook niet op regelmatige tijden. Ik betrap mijzelf wel regelmatig op iets waarvan ik mij dan afvraag: “Zou dit bidden zijn?” En aan schietgebedjes geen gebrek. Ik word wel gemakkelijk geraakt, in de kerk, daarbuiten. Dan zit ik opeens met een gigantische brok in mijn keel.’

Wanneer gebeurde dat onlangs?

‘Ik was een paar weken geleden in Wenen met een stel andere theologen. We zaten in de kerk. Er was een strijkje dat iets speelde. Opeens schoot ik helemaal vol. Het bleek de muziek te zijn die we draaiden toen mijn zoontje werd geboren.’ Met een gewichtig stemmetje: ‘Mannen mogen niet huilen!’ Daarna: ‘Dat vind ik echt onzin. Ik laat dat gewoon toe. Het is een genade als je je kunt laten raken door de dingen om je heen. Ik wil geen dorre gelovige zijn die de hele katholieke catechismus kan opdreunen. Mensen willen ook iemand zien die zichtbaar gelooft in wat hij zegt.’

Authenticiteit verkoopt goed. Dat gevoelige, die drukke gebaren, dat kan ook een trucje worden.

‘Neenee, hoe ik ben, is zeker geen trucje! Ik ben oprecht. Dit is wie ik ben.’

Maarijdelheid is u niet vreemd.

IJdelheid is een verlokking voor mij. Als je tenminste niet met ijdelheid een zucht naar luxe bedoelt, of een tot in de puntjes verzorgd uiterlijk. Om dit allemaal (Bosman gebaart in het rond) geef ik niet zo veel. Als ik mijn lieve vrouw maar bij me heb, en mijn gitaar en een computer met internet. Maar ik sta graag in de belangstelling, ja. Als je daar niet van houdt, moet je niet voortdurend met je hoofd in de krant of op televisie willen.’

Denkt u nooit: het zou minder om mij en meer om mijn boodschap moeten draaien?

Bosman schudt het hoofd. ‘Alleen in een ideale wereld draait alles om God. Natuurlijk vind ik de aandacht prettig. Maar het dient een doel. In seculiere en protestantse kringen treed ik steeds vaker op als woordvoerder van mijn kerk. Dan mag ik bijvoorbeeld uitleg geven als een pastoor weer iets heeft gedaan wat bij de buitenwereld ergernis wekt.’

Alleen in seculiere en protestantse kringen?

‘De EO en het ND zijn veel meer genegen mij aan het woord te laten dan mijn eigen Katholiek Nieuwsblad. Soms heb ik het idee dat ik in mijn eigen kring word genegeerd. Hoe dat komt? Ik denk dat mijn katholieke broeders en zusters mij moeilijk kunnen indelen.’

Stoort u dat?

Bosman staart even naar het witte huiskamerplafond. ‘Ooit werd tijdens een talkshow aan Antoine Bodar gevraagd: “U functioneert nu al zo lang als gezicht en woordvoerder van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland. Hebben de bisschoppen u daar ooit voor bedankt?” “Nee, nooit”, antwoordde Bodar. Ik vermoed dat ik ook nooit bedankt word voor het gezicht dat ik aan de kerk geef. Ergens weet je dat het zo werkt, dat de erkenning uitblijft. Het draait om de boodschap, niet om de boodschapper, maar toch.’ 

BIO

Media-, film- en cultuurtheoloog, blogger, publicist en fervent twitteraar Frank Gerardus Bosman (1978) werd 21 juni 2011 tijdens de Nacht van de Theologie gekozen tot ‘Theoloog van het Jaar’. Volgens de jury bracht hij de theologie in het afgelopen jaar ‘het beste en het meest spraakmakend’ voor het voetlicht.

Bosman is rooms-katholiek, en werkt als programmacoördinator bij het LUCE centrum voor religieuze communicatie van de Universiteit van Tilburg. Hij treedt regelmatig op in de media als gebeurtenissen rond zijn kerk of religie in het algemeen uitleg behoeven. Ook werkt hij aan een proefschrift over de dadaïstische kunstenaar Hugo Ball.

Bosman is getrouwd en heeft een dochter van tien en een zoon van negen jaar.

Bron: Dick Schinkelshoek (tekst) / Hans Roest (foto), Nederlands Dagblad.

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.