|
Voordat jij er was
Recensie, KatholiekNederland.nl, 13-10-10
"Eerst was er niks. Toen kwamen Wolf en Konijn. Toen kwam Adje, toen kwam Eefje. Toen kwam jij." Dit is de enigszins raadselachtige samenvatting van het kinderboek Voordat jij er was. De bekende kinderboekenschrijver Daan Remmerts de Vries won er, samen met tekenaar Philip Hopman, de Gouden Griffel 2010 mee. De jury roemde het verhaal: "de trefzekere stijl, de zwierige en subtiele illustraties en de onnadrukkelijke filosofische laag, waarmee een originele en creatieve twist wordt gegeven aan één van de oudste verhalen ter wereld".
De bekende katholieke cabaretier Herman Finkers grapte in zijn show Na de pauze: 'Voordat God de wereld schiep, was er niets. En Maria is zijn moeder'. Finkers verwees met zijn grapje op het probleem dat het eerste Mariadogma (Maria moeder Gods) in tegenspraak is met het idee dat God ex nihilo, uit het niets heeft geschapen. Op eenzelfde prikkelende manier begint ook Voordat jij er was: "Voordat jij er was, was er niks. Door dat niks reden Wolf en Konijn in hun rode sportwagen."
Wolf en Konijn
Wolf en Konijn, twee antropomorfe dieren, botsen in dat 'niks' ineens op een klein, naakt mensje. Ze nemen het mee naar huis en noemen hem 'Adje'. Maar Adje steekt geen poot uit, hij is eenzaam. Dan vangen Wolf en Konijn een meisjesmens, die ze 'Eefje' noemen. Eefje en Adje krijgen al snel een kindje, en Wolf en Konijn zetten ze dan maar aan de rand van de weg. De ouders weten niet wat ze moeten beginnen, maar het kindje weet raad.
Adam en Eva
Behalve een verwijzing naar het ex nihilo-begrip uit de christelijke traditie, zijn de namen van de mensjes natuurlijk geïnspireerd op die van de eerste mensen in het paradijs: Adam en Eva. God maakte voor de mens immers een 'helper die bij hem past'. Datzelfde paradijs dat overigens ook voor de mensen weer gesloten wordt, nadat zij een kind hebben gekregen. De 'oerzonde' van Adam en Eva waardoor het hele menselijke geslacht verdoemd is, wordt in de christelijke traditie wel geassocieerd met seksualiteit. "Voor je het weet hebben ze een nest," aldus Wolf. "Hé, jakkes!" reageert Konijn.
'Jij'
In Voordat jij er was is deze verdrijving echter aanleiding voor het eigenlijke scheppen. Het vertelperspectief kantelt als het kind ('jij') het initiatief overneemt van de mythische oerdieren Wolf en Konijn. Vanaf dat moment wordt het kind met 'jij' en 'jou' aangesproken, en wordt je als lezer feitelijk schepper van je eigen verhaal. Het kind, dat jij bent, schept in zeven dagen tijd de gehele wereld om zich heen.
Twijfel
In de tussentijd vluchten Konijn en Wolf in een door 'jou' bedachte raket naar de ruimte. De opgroeiende mens heeft de God van zijn jeugd naar het fantasierijk 'boven' gestuurd. En daarmee komt ook de twijfel in de ziel. Moeder: "En Konijn? En Wolf?" Jij: "Die zijn nu hierboven." Vader: "Weet je dat zeker?" Jij weer: "Ik gelóóf van wel." En dan constateert de verteller op de zevende dag: "Je kon wel geloven dat je alles had gemaakt, maar misschien leek het alleen maar zo."
Microschepping
De scheppers van Voordat jij er was leggen impliciet de link tussen 'schepping' (in het Latijn creatio) en de creativiteit van de menselijke geest. Fantasie, creativiteit, liefde en aandacht zijn nodig om iets nieuws te maken, op basis van wat je al kent óf uit het niets. Bovendien wordt de vraag niet beantwoord of Voordat een hervertelling van hét scheppingsverhaal is of 'slechts' van een enkel mens, zoals hij dat zelf bedacht heeft. Elke mens is niet alleen onderdeel van de grotere schepping van het universum, maar is tevens een microschepping in zichzelf. Wie zichzelf kent, kent de wereld. In elke mens bevindt zich dezelfde complexiteit als in het grote heelal. Elke mens: een schepping op zich.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd KatholiekNederland.nl.
...
|