Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Podcasts
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
@Kathochismus
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Kritieken en plaaggeesten
lijn

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker" - De Scherper

Sabine Alexander schreef voor het Belgische Tertio een recensie van Avant Garde en Religie.

"Bij het begin van de twintigste eeuw wou de artistieke avant-garde een nieuw soort transcendentie scheppen, tegen de verregaande ontgeestelijking van de moderne tijd in. De context daarvan en de figuren die daarin een rol speelden, vormen het onderwerp van een uiterst boeiende reeks bijdragen over Avant-garde en religie.

In zijn etsenreeks Los Desastres de la Guerra legde Francisco de Goya (1746-1828) de verschrikkingen van de oorlog aan de mensheid voor. In de ets met de titel Náda. Ello dirá (Niets. Dat staat erop) tekende hij een dode die vanuit het graf op een blad ‘Nada’ schrijft. ‘Niets’ is er aan gene zijde van de dood, hoe hard de bisschop rechts ook naar de hemel wijst. Een eeuw later, toen de kwalijke gevolgen van het kapitalisme en het materialisme steeds duidelijker werden en de greep van de institutionele godsdienst op de mens verslapte, gingen kunstenaars op zoek naar nieuwe spirituele bronnen en zochten ze via nieuwe vormen een antwoord op het ‘Nada’ van de moderniteit.

Doorgaans wordt de historische avant-garde (1905-1955) beschreven in termen van een zich afzetten tegen de artistieke tradities van de negentiende eeuw. Stromingen zoals het expressionisme, fauvisme, kubisme, futurisme en dadaïsme verwierpen de weergave van de zichtbare werkelijkheid ten gunste van experimenten met kleur, volume, perspectief en beweging, tot zelfs het overschrijden van de beperkingen van doek, verf en kader toe. Terwijl die formele revolte altijd beschouwd werd als onderdeel van de moderniteit, wint de laatste decennia de opvatting veld van een avant-garde die zich afzette tegen de moderniteit, van een avant-garde die de uitputting van de religies en ideologieën van de burgerlijke maatschappij wou blootleggen en de grote leegte vullen met een radicaal nieuw soort transcendentie.

Los van het feit of kunstenaars er esoterische, christelijke of atheïstische denkbeelden op na hielden proberen onderzoekers steeds vaker de avant-garde, in al haar uiteenlopende vormen, te beschouwen als een utopisch-spirituele beweging die de wereld wou veranderen via de kunst. Inzet van de avant-garde was de kunst een nieuwe geestelijke functie te geven als verweer tegen de moderniteit en ‘das Geistige’ te behoeden voor verdwijning. Het is trouwens niet toevallig dat hier de term ‘das Geistige’ valt, want Wassily Kandinsky (1866-1944) was één van de eersten om zijn opvattingen in zijn geschrift Über das Geistige in der Kunst (Over het geestelijke in de kunst, 1911) uiteen te zetten en vorm te geven in kleurrijke en harmonieuze abstracties. Kunstenaars zoals Marcel Duchamp en Kurt Schwitters zouden dan weer producten en afval van de industriële samenleving gebruiken om nieuwe beelden te scheppen. De avant-garde beperkte zich niet tot één taal om haar spirituele utopie te vertolken, noch deinsde ze ervoor terug zichzelf in vraag te stellen.

De katholieke kerk die van oudsher als beschermer en opdrachtgever voor de beeldende kunst optrad, sloot zich af voor de avant-garde. Die moderne beeldtaal werd als decadent en verwilderd beschouwd en zelfs ‘ontaard’ genoemd en vormde bijgevolg een regelrecht gevaar voor de vrome gelovige. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw zou het inzicht groeien dat de moderne kunst op haar manier strijd leverde tegen de vervlakking en leegte. Kerk en kunst stonden misschien dichter bij elkaar dan ze vermoedden en hun lief was. Beide zochten en zoeken nog altijd antwoorden op de betekenis van de mens in een ‘onttoverde’ wereld, een wereld waarin Friedrich Nietzsche, Charles Darwin, Siegmund Freud en Auschwitz de einder hebben weggeblazen.

Deze en tal van andere aspecten van de avant-garde en haar verhouding tot religie en spiritualiteit komen aan bod in de bundel Avant-garde en religie. Veel antwoorden worden gegeven, maar, zoals het een goed boek past, dringen zich evenveel nieuwe vragen op. In elk geval is de basis gelegd voor een stevig gestructureerd Nederlandstalig standaardwerk over dit onderwerp."

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.

Valide CSS!