Naar aanleiding van de wekelijkse vraag van Wilma Kieskamp over de 'homorel':
De godsdienstvrijheid is net zo'n ijkpunt van moderne, Westerse tolerantie en beschaving als de houding t.o.v. holebi's. Het probleem in deze zaak is natuurlijk dat beide principes tegenover elkaar staan: godsdienstvrijheid versus het non-discriminatieprincipe. Ik denk dat de Godsdienstvrijheid moet preveleren zolang er binnen kerk, moskee of synagoge niet opgeroepen wordt discriminatoire handelingen erbuiten.
Een imam die oproept om homo's met de hoofd neerwaarts van gebouwen af te gooien doet iets heel anders dan een r.-k. pastoor die een provocerende homoseksueel de communie weigert. (Let op! niet de geaardheid of de praxis is leidend in de pastorale praktijk, maar het al dan niet willen provoceren.)
De orthodoxie zou dit inderdaad moeten uitleggen, maar zij durft niet meer omdat zij murf gebeukt is door de voortdurende aanvallen van neoliberalen en militante atheïsten. Dan moeten de minder-orthodoxen het stokje maar overnemen.
Bron: Deze brief is gepubliceerd in Trouw.
Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing.
Lees ook de systeemberichten.
Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.