Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI

Speciale acties
lijn
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Zoekt en gij zult vinden

 

Dead poets live forever. Levensbeschouwelijke filmgesprekken
Artikel, Narthex, 17-12-09

“De film Chocolat geeft prachtig weer hoe mensen op vele manieren hun verlangens onderdrukken. Hoe moeilijk het is om erachter te komen waarnaar je werkelijk verlangt en hoe moeilijk het is om aan deze verlangens te beantwoorden. Je leven inrichten naar je eigen wensen geeft je alle bewegingsvrijheid, het is onbegrensd. Maar juist deze open ruimte jaagt veel mensen angst aan, richtlijnen geven namelijk houvast. Deze richtlijnen hebben daarom ook hun functie maar de film waarschuwt voor het slaafs naleven hiervan. Weet wat je drijft en laat je niet blind door het leven meevoeren. De smaak van vrijheid is net als de chocola verleidelijk, maar pittig. Je moet er mee om kunnen gaan.”

Aan het woord is niet de docent ‘levensbeschouwelijke filmgesprek’, maar een student. Ze leest de recensie van haar film voor aan de groep aankomende pastores en docenten levensbeschouwing/godsdienst. Op zo’n moment weet je als docent dat je iets teweeg hebt kunnen brengen. Ik heb ze maar zeven keer drie uur onder mijn hoede, maar ik zie ze groeien. Ik leer ze over Jung en Campbell, over het verschil tussen objectiviteit en subjectiviteit, over het verschil tussen observeren en analyseren. Ze moeten filmrecensies schrijven, elke week één. En elke week presenteert een student enkele scènes uit een film naar keuze om ons wekelijks levensbeschouwelijk filmgesprek voor te zitten. Ik draag kennis over, leer competenties aan, maar vooral mag ik ze ook een heel klein beetje helpen op de weg om te groeien als mens.

Dode dichters

Toen ik zelf op de middelbare school zat gebruikte onze docent Godsdienst (het was een protestantse school) films als Philadelphia en Dead Poet Society om met ons te spreken over zaken van leven en dood. Niet al mijn medescholieren konden de filmkeuze even zeer waarderen, maar voor mij betekende deze films heel veel. Robin Williams speelt in Dead Poet Society de onconventionele docent Engels op een kakkerige, Engelse eliteschool. De studenten krijgen les in poëzie door het ‘berekenen’ van de poëtische en esthetische waarde van een tekst. De optelsom geeft de ‘grootsheid’ van het kunstwerk. Williams laat in zijn eerste les die bladzijden uit het lesboek scheuren.

Ik wil de hogeschool InHolland, waar ik de module ‘levensbeschouwlijke filmgesprekken’ mag verzorgen, gerust stellen: hun boeken zijn ongeschonden gebleven. Maar in andere zaken ben ik mijn voorbeeld trouw gebleven. Williams laat zijn studenten gedichten voordragen en zelfs zelf componeren, eerst onder hoongelach, later onder groeiend onderling respect. Dead Poet Society is onder andere een ‘comming of age’-film, over de hobbels van het opgroeien, de passies, de valkuilen, de tranen en de triomfen. Williams laat studenten op hun tafels staan om hen letterlijk een ander perspectief te leren zien, bekritiseert automatische groepsprocessen als ze tijdens een vrije oefening onbewust in een rij gaan marcheren.

Naar buiten

Toen ik tijdens mijn eerste lesreeks moeite had om uit te leggen wat symbolen waren, zei ik vijf minuten na het begin van de les: ‘pennen neer en volg mij’. Mij niet geheel bewust van de bijbelse parafrase had ik een idee. Angstige vragen volgden: ‘wat gaan we doen?’, ‘wat moeten we meenemen?’ en ‘komen we hier nog terug?’ Mijn antwoorden waren natuurlijk: ‘weet ik niet’, ‘niets’ en ‘weet ik ook nog niet’. Het was een schitterende lentedag en we togen in colonne naar buiten. Voor het gebouw van de Hogeschool lag een prachtig weiland, inclusief zandbak en enkele ijzerwerken waarvan ik nog steeds niet weet waarvoor ze dienden. Mij kwamen ze heel goed uit.

Ik nam een van mij studenten, Mathieu, even apart en fluisterde: ga jij eens tussen die ijzeren buizen staan, armen wijd, buizen vast, alsof je eraan vast geklonken zit, hoofd omlaag, geen oogcontact. En zo deed hij. Ik vroeg de rest van de groep om beurtelings te zeggen wat zij zagen, en daarna pas wat zij dachten dat Mathieu uitbeeldde: ‘Hij is verlaten door zijn geliefde en staat nu eenzaam te pruilen’, ‘hij moet een moeilijke beslissing nemen’, ‘hij overdenkt de moord die hij gaat plegen’, ‘hij schaamt zich voor wat hij gedaan heeft en ‘hij is gekruisigd’.

Kruis en bloemen

Natuurlijk was die laatste opmerking mede ingegeven doordat alle andere meer voor de hand liggende antwoorden al waren gegeven, maar het zette direct een beweging op gang. Ik vroeg de nog steeds licht giechelende groep om om Matthieu heen te gaan staan alsof het de kruisigingsscène uit het Nieuwe Testament was. Vervolgens haalde ik Mathieu weg van zijn sokkel en vroeg hem om alle andere figuranten van de scène te benoemen: die is Maria, die is die andere Maria, Johannes, Pilatus, een Romeins soldaat, enzovoorts. Ik vroeg Annemarie (volgens Mathieu de Maria Magdalena van de scène) om op twee meter afstand te gaan staan en de lading van de scène radicaal van betekenis te doen veranderen. Zij ging staan en begon keihard te lachen, waarop de hele groep reageerde alsof zij betrapt waren op het oefenen van een toneelstukje op de lagere school.

Inmiddels stond een grote groep studenten langs de ramen aan de rand van het veld te kijken naar wat er nu weer gebeurde. In de volgende oefening liet ik Richard achter Monica aanrennen. Interpretaties: ‘ze willen vrijen’, ‘ze hebben ruzie’, ‘hij wil haar vermoorden’ en ‘zij heeft hem beroofd’. De twee ad hoc-toneelspelers zwaaiden met een mengeling van verlegenheid en enthousiasme naar de talloze toeschouwers die zich verzameld hadden. Als laatste legde ik de frêle Noushka op het zand, ogen gesloten. Ik had een kleine bloem gepulkt en legde die op verschillende delen van haar lichaam. De interpretaties schoven mee met de bloem op het lichaam: ‘ze is dood’ (bloem in haar gevouwen handen), ‘ze slaapt’ (bloem los in haar hand), ‘ze is bewusteloos’ (bloem verfomfaaid), enzovoorts.

Discussie

Door deze kleine oefening hadden zij niet alleen meer inzicht in de werking van symbolen en ensceneringen, maar ook durfden zij meer van zichzelf te laten zien. Films als I Am Legend, The Body, Acid House, The Piano en Das Leben der Anderen geven heel veel stof tot nadenken en discussie. Belangrijk hierin is het persoonlijke element. Elke week leveren de studenten een recensie in, waarin ik het heel belangrijk vindt dat zij hun eigen mening weten te verwoorden over hoe de film een levensbeschouwelijk thema neerzet. Die mening moet persoonlijk zijn én tegelijkertijd zo beargumenteerd dat er een discussie met anderen mogelijk is. Anders verzandt elke discussie in ‘dit is mijn waarheid’, en verder niets. Ook moet iedere bijeenkomst een student één of meerdere scènes uit een film laten zien en met de groep bespreken. De studenten worden zo getraind op het analyseren van levensbeschouwelijke thema’s in films, het selecteren van geschikt materiaal voor een filmgesprek, en het leiden van het filmgesprek.

Conflict

Het leiden van zo’n filmgesprek is misschien nog wel het moeilijkste om te leren. Je moet én het gesprek onder controle houden, zonder de individuele verhalen en interpretaties te verliezen. Je moet kwetsbaarheid tonen en ontlokken, maar tegelijkertijd jezelf als gespreksleider en de deelnemers beschermen tegen harde woorden van anderen. Zo zagen wij op een keer een scène uit de film The Story of the Weeping Camel, ook niet het soort film dat mij direct aanspreekt. Johan had echter een goed verhaal, maar enkele studenten konden het geluid van de ‘huilende kamelenjong’ niet aan en schoten in een lachstuip. Het ergerde Johan mateloos: hij was gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en natuur in de film. Ik besloot dat dergelijke emoties ook een plek in een groepsproces kunnen hebben, en liet het even op zijn beloop.

De volgende bijeenkomst vroeg Johan nog een keer het woord. Hij voelde zich onrecht aangedaan door de lacherige reacties en wilde nog een scène bespreken. De lachbom barstte. En toen nam ik de gok. Ik zei: ‘Hé, daar heb je die klotekamelen weer’. De sfeer in de groep draaide radicaal om. De hele groep kwam over mij heen met beschuldigingen ‘dat ik dat als docent toch niet kan maken’. Ook de lachebekjes waren verontwaardigd over mijn onwaardig gedrag. Deze plotselinge stemmingswisseling die door mij was getrickerd, konden we de rest van de les besteden aan de omgang met dit soort situaties. Mijn opmerking was een gok, maar hij lukte. De volgende bijeenkomst waren de twee ginnegappers aan de beurt voor het leiden van een filmgesprek. Ik was oprecht ontroerd toen ik zag dat ze een scène uit de Weeping Camel hadden gekozen.

Mentorschap

Ik heb zo ontzettend veel te danken gehad aan enkele middelbareschooldocenten die in plaats van Grieks of Geschiedenis met ons discussieerden over volwassen worden, waarheid en twijfel. Het waren niet alleen docenten voor mij, maar vooral ook mentoren in mijn levenstocht. Dat wil ik ook voor mijn studenten betekenen, ook als ik college geef op de Universiteit. Dead poets live forever.

De namen in het verhaal zijn om privacyredenen gefingeerd.

 

lijn

Valide CSS! Ontworpen door Frank G. Bosman Consultancy Statistieken Deze site is getest voor meerdere browsers Ethisch Bloggen

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Lees ook de systeemberichten.
Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.