Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI

Speciale acties
lijn
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Zoekt en gij zult vinden

 

Mara ben Saraphion bewijst niet historiciteit Jezus
Artikel, Isidorusweb.ni, 10-012-09

Het onbekende geschrift 'Mara ben Saraphion, brief aan zijn zoon' is opnieuw vertaald. De uit 72 na Christus stamde brief zou het oudste buitenbijbelse bewijs zijn voor het historische bestaan van Jezus van Nazareth. Het blijft echter allemaal nogal duister.

De Amerikaan prof. dr. David Rensberger heeft het geschrift 'Mara ben Saraphion' opnieuw in het Engels vertaald. Prof. dr. Annette Merz, hoogleraar cultuur- en literatuurgeschiedenis van het vroegste christendom aan de Universiteit Utrecht (UU), en dr. Teun Tieleman van het departement filosofie van de UU hebben de brief van uitleg voorzien. Van donderdag 10 tot en met zaterdag 13 december 2009 heeft in Utrecht een congres plaats over de brief. Prof. Merz noemt het "zeer waarschijnlijk” dat het hier gaat om het eerste niet-christelijke getuigenis over Jezus Christus en verwacht daarvan bevestiging tijdens het congres (bron: Reformatorisch Dagblad). De brief is, aldus Merz, vrij kort na de Joodse oorlog geschreven door een Syriër die in een Romeinse gevangenis terechtgekomen is. Mara bar Sarapion vond dat hij onrechtvaardig behandeld was. Hij wist niet zeker of hij wel levend uit de cel zou komen en schreef een afscheidsbrief aan zijn zoon Saraphion.

Vraag naar historiciteit

De historiciteitsvraag van het bestaan van Jezus van Nazareth heeft altijd voor verhitte discussies gezorgd. Al vroeg in de christelijke geschiedenis werd het idee dat God mens geworden is, één van de centrale leerstellingen. De mensgeworden God moet dan natuurlijk wel echt in tijd en ruimte gekomen zijn, echt bestaan hebben, anders valt het hele idee in duigen. Het probleem is dat de meeste buitenbijbelse bronnen wel spreken over 'christenen', maar niet over 'Jezus' (bijvoorbeeld Plinius de Jongere, Tacitus, Suetonius, Thallus, Lucianus en Celsus).

Testimonium Flavianum

De enige die expliciet over 'Jezus' spreekt, is de Romeins-Joodse historicus Flavius Josephus (circa 37 tot 100). In zijn een gedeelte in zijn 'Joodse Geschiedenis' (boek 18) dat later bekend kwam te staan als het Testimonium Flavianum noemt hij (bron) Jezus, en enkele zeer bepalende onderdelen van het Jezusverhaal zoals we dat uit de evangeliën kennen: wonderdaden, de kruisiging onder Pontius Pilatus en de opstanding op de derde dag. Het 'vervelende' is alleen dat de meerderheid van experts het erover eens is dat deze passage uit Flavius een latere toevoeging is om de 'Joodse geschiedenis' ook over Jezus te laten vertellen.

Brief als genre

De brief waar nu enige ophef over ontstaan is, stamt wellicht uit het jaar 73 na Christus. Het is geschreven door een Syrische stoïcijn. Na zijn gevangenneming (om onduidelijke redenen) vreest hij voor zijn leven en schrijft zijn zoon een brief. De stoicijnse overtuiging van de auteur is gemakkelijk in de inhoud van de brief terug te vinden. Hij waarschuwt zijn zoon voortdurend tegen de wisselvalligheden van het leven. 'Reken nergens op, en je zal nooit teleurgesteld worden', zo luidt samengevat Mara's boodschap. Mara zou een broer van Prediker kunnen zijn, ware het niet dat de bijbelse wijsheidsleraar het vertrouwen op God als enige grond voor bestaanszekerheid aangeeft. Mara's letterlijk 'stoïcijnse' houding is zijn enige hoop. De brief leest als een stoïcijns traktaat, en daarom zou de brief ook heel goed helemaal geen brief hoeven te zijn geweest. Wellicht is het een stijlmiddel, waarvan talloze Griekse en Romeinse literatoren zich ook bedienden (bv. Seneca en Pllinius).

'De Wijze Koning'

Mara's 'brief' leidt echter aan hetzelfde euvel als de andere buitenbijbelse bronnen (Josephus met zijn problemen uitgezonderd), namelijk dat Jezus' naam niet genoemd wordt. Ik vertaal uit de losse pols uit de oude Engelse vertaling (bron).

"Welk voordeel verkregen de inwoners van Athene uit de dood van Socrates? Hongersnood en pest kwamen over hen als straf voor hun misdaad. Welk voordeel verkregen de inwoners van Samos toen zij Pythagoras verbrandden? In een oogwenk was hun land bedekt met zand. Welk voordeel verkregen de Joden uit het executeren van hun wijze koning. Direct daarna werd hun koninkrijk ontmanteld. God heeft terecht deze drie wijze mensen gewroken: de inwoners van Athene stierven van de jonger, de inwoners van Samos werden verzwolgen door de zee, en de Joden werden uit hun land gedreven, gedwongen in complete verspreiding te leven. Socrates echter stierf niet voor altijd, hij leefde voort in de lering van Plato. Pythagoras stief niet voor altijd, hij leefde voort in het beeld van Hera. Ook de wijze koning, stierf niet voor altijd, hij leefde voort in de lering die hij gegeven had."

Uitleg

Natuurlijk zal de nieuwe Engelse vertaling afwijken van de door mij gebruikte, maar dat verandert niets aan het feit dat de naam van Jezus niet genoemd wordt. Alleen de 'wijze koning' van 'de Joden', die op één lijn gesteld wordt met de Griekse superfilosofen Socrates en Pythagoras, wordt genoemd. Natuurlijk ligt de link met het opschrift boven Jezus' kruis ('dit is de koning der Joden') voor de hand. Maar de moderne exegese stelt nadrukkelijk vragen bij de historiciteit van dit soort bijbelse details. En als dit kruisopschrift al historisch zou zijn, hoe had een Syrische Stoïcijn er dan van kunnen horen? Dat zou wel een ongelofelijk toeval zijn. Ook de vernietiging van de tempel in Jeruzalem (in 70) zou overeenkomen met de dood van Jezus (in 30), maar toch stoort het 'gat van 40 jaar. Het zou allemaal net op elkaar passen, al deze puzzelstukken, maar alleen als men bereid is om de karige de historische feiten tot het maximale uit te rekken. Ook valt met zekerheid het jaar 73 niet te bewijzen, ook dat blijft een aanname.

Besluit

Jammer, maar helaas. Maar ook al zouden we een document uit de eerste eeuw vinden waarin 'Jezus' wel genoemd staat, wat schieten we hier eigenlijk mee op? De mist van 2000 jaar geschiedenis optrekken is op zich al onmogelijk, en in hoeverre is dit nuttig of zelfs wenselijk? Al konden we via een anachronistische videocamera alle bewegingen en woorden van Jezus zien en horen, dan nog kunnen we niet de 'echte' Jezus in zijn 'echte' realiteit bestuderen. We zouden de mens Jezus zien, maar we zouden niets meer zien dan we nu doen. Het zien en horen van de 'echte' Jezus vergt een geloof in een werkelijkheid, die groter is dan de onze, waar geen videocamera komen kan.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd op Isidorusweb.nl.

 

lijn

Valide CSS! Ontworpen door Frank G. Bosman Consultancy Statistieken Deze site is getest voor meerdere browsers Ethisch Bloggen

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Lees ook de systeemberichten.
Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.