|
Wallace & Gromit: The Curse of the Were-Rabbit
Recensie, KFA-Filmbeschouwing.nl, 24-09-09
In 2005 presenteerde Aardman Studios zijn eerste lange Wallace & Gromit-film. Het resultaat van de kleipoppetjes mag er zijn: humor voor groot en klein, heel veel knipogen naar andere films en een doordenkertje over maakbaarheid en menselijkheid.
Wallace & Gromit: The Curse of the Were-Rabbit (2005) is een Britse stop-motion film van hoog niveau. Na de korte filmpjes A Grand Day Out (1989), The Wrong Trousers (1993), A Close Shave (1995) en Cracking Contraptions (2002) mochten de sullige theedrinkende uitvinder Wallace en zijn immer zwijgende hond Gromit het eens in een film op volle lengte proberen. In 2005 ontvingen Steve Bos en Nick Park van Aardman Studios de Oscar voor beste 'tekenfilm'. Doordat de film bestaat uit kleipoppetjes die voor elk frame een fractie worden verzet, zijn de bewegingen minder vloeiend dan we gewend zijn bij de gelikte tekenfilms van Disney en Dreamworks (dat overigens de Wallace & Gromit-film uitbrachten), maar het resultaat is op een vreemde manier levensechter dan bij de beste digitale animatie-technieken. De klei voelt bijna warm aan, zacht en 'natuurlijk'. De Gelaarsde kat uit Shrek (2001) en het kippetje uit Chicken Little (2005) hadden beide een eigen computer ter beschikking voor het laten bewegen van hun haren c.q. veertjes, maar op een vreemde manier kruipen de cartooneske kleipoppetjes verder onder je huid.
Konijnenplaag
Het verhaal is - zoals alle goede filmverhalen - snel samengevat. Wallace en Gromit bestieren een bedrijf, gespecialiseerd in het 'humaan' bestrijden van konijnen. De knaagdieren vormen een serieuze bedreiging voor de prijsgroentes van de dorpsbewoners die elkaar op de komende jaarmarkt de ogen uit willen steken. Als Wallace de konijnen wil hersenspoelen om ze van hun knagende gewoontes af te helpen, gaat er iets mis en het 'Weerkonijn' (een weerwolf, maar dan met een pluizig staartje) begint zijn strooptocht door het dorp.
Pastoor
De dorpsbewoners zijn geobsedeerd door hun prijsgroentes. Ze vertroetelen hun prei, wortels en tomaten alsof het hun bloedeigen kinderen zijn - kinderen zijn er trouwens niet te zien in de film. Geld noch moeite wordt gespaard om de grootste pompoen of wortel te telen. De konijnen houden daar 'natuurlijk' geen rekening mee en eten hun buikjes vol, hetgeen de dorpsbewoners tot massahysterie drijft. De pastoor van het dorp is namelijk van mening dat de 'vloek van het weerkonijn over hen gekomen is'. (De Nederlandse nasynchronisatie legt steevast de klemtoon verkeerd, zodat je 'pastòr' hoort, terwijl de goede man toch echt een boordje om zijn nek heeft). De pastoor heeft trouwens zijn eigen methodes om zijn groentes te laten groeien: hij spreekt ze zalvend toe, besprenkelt ze met wijwater en legt ze te drogen op het altaar (misschien oogstdankdag?).
Altaar
Hoewel de thematiek van de film anders is, doet deze scène van voedsel op het altaar denken aan de tekenfilm Over the Hedge (2006). Een menswijze wasbeer leidt een groep dieren door de wondere wereld van de mensenid, een leven dat zich schijnt te concentreren op eten. Als een gezin de handen vouwt voordat zij gaan eten, commentarieert de wasbeer: "Dat is het altaar waarop ze het eten aanbidden." Over the Hedge valt het consumentisme aan. Dat doet Wallace & Gromit niet, maar beide films stellen we vragen bij de houding van mensen ten opzichte van hun voedsel.
Humaan
De dorpsbewoners - onder woordvoerderschap van freule Campanula Tottington - beschouwen hun toewijding tot hun groeten als eerbied voor de natuur. De freule heeft boven op haar kasteel een waar Eden laten aanleggen, waarin zij zich helemaal verliest. Die groenten zijn natuurlijk niet natuurlijk, maar gemanipuleerd. Op allerlei manieren proberen de groentemannen en -vrouwen hun maaksel beter en sterker te maken. En als er een ander stuk 'natuur' opduikt in de vorm van konijnen, zijn ze tot alles bereid die uit te roeien. Hoewel ze ook hierin niet consequent zijn. Wallace en Gromit hebben namelijk zo'n succes met hun bestrijdingsdienst omdat ze de dieren 'humaan' afvoeren. 'Humaan' betekent in hun geval overigens mee naar huis nemen en daar verzorgen. De freule verwoordt het zo vertrouwde hypocriete gedrag door te vragen "wat gaat u nu met die konijnen doen". Waarop de twee zich eruit redden door zich te beroepen op hun 'beroepsgeheim'. Eenvoudig afschieten, zoals jager Victor Quartermaine (een plaagstootje naar de gelijknamige avonturier uit talloze verfilmingen), dat wil eigenlijk niemand. De 'opruiming' geschiedt 'netjes' te gebeuren en niemand wil de gruwelijke details van die 'nette' opruiming meemaken.
Manipulatie
Deze manipulatie van het 'natuurlijke' vindt zijn hoogtepunt in de creatie van het 'weerkonijn', een combinatie tussen een weerwolf en een Frankensteinmonster. Beide mythische figuren, de weerwolf en het monster, komen uit de Romantiek waarin de strijd van de mens tegen de veel machtigere (en daardoor begeerlijke) natuur één van de centrale thema's was. De weerwolf staat voor de ontembaarheid van de natuur en het monster voor de risico's die de mens neemt als hij die gevaren wil temmen. De dorpsbewoners zijn dus feitelijk de scheppers van het monster waar zij zo voor vrezen. Om hun groeten hebben de bewoners het monster indirect geschapen. En werkelijkheid richt hij meer schade aan dan alle andere konijnen bij elkaar.
Realiteit
Deze manipulatie en het bijbehorende hypocriete gedrag worden pas beëindigd als de dorpsbewoners de realiteit weer in de juiste proporties onder ogen zien: de jaarmarkt is vooral een gezellig sociaal gebeuren, groenten zijn er om te eten en konijnen om te aaien (of weg te jagen natuurlijk). De freule herkent achter het masker van het monster haar geliefde, die net haar Eden heeft verwoest, en in het gezicht van haar vroegere geliefde, de jager Quatermaine, het ware monster (het inmiddels een beetje uitgekauwde 'Belle en het Beest-thema'). Het weerkonijn verdwijnt pas als de natuur geaccepteerd zoals zij is: mooi en vaak ook onbeheersbaar, net als de konijnen die zich voorplanten … nu ja … als konijnen.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.
...
|