| |
Inleiding b.g.v. presentatie boek Avant Garde en Religie
Lezing, samen met Theo Salemink, 11-09-09
Voor informatie over het boek Avant Garde en Religie
kunt u op de speciale pagina terecht.
“De twintigste eeuw was een eeuw van grote utopische bewegingen. Eén daarvan was de historische avant-garde met haar visioen van Das Geistige in der Kunst (Wassily Kandinsky, 1912). Deze artistieke beweging wilde een ‘nieuwe mens’ en een ‘nieuwe maatschappij’ realiseren via de kunst, via een schilderij, een gedicht, een roman of een muziekstuk, en niet via politieke experimenten of kerkelijke rituelen.
Dat maakte de avant-garde tot een utopische beweging sui generis, een beweging die een nieuwe vorm van spiritualiteit nastreefde in een seculiere, geestloze, materialistische tijd. Deze spiritualiteit was beïnvloed door christelijke tradities, oosterse religies, theosofie, antroposofie en esoterie, en door het denken van Nietzsche, Marx en Freud. Temidden van en soms verweven met andere utopische bewegingen wilde zij in de chaos van de eerste helft van de 20ste eeuw een autonome en nieuwe ‘geestelijke’ zingeving ontwerpen.”
Aldus formuleerden wij de eerste paragraaf van ons voorwoord. Inmiddels kunnen wij met enige distantie naar onze eigen woorden kijken, en zeggen: ja, het is goed dat deze bundel verschenen is.
Geen verrijzenis
Onder de rook van het Ruhrgebied en niet ver van de plek waar eens de Amerikaanse kernraketten opgeslagen lagen, werkt de kunstenaar Anatol Herzfeld onverstoorbaar aan zijn mythisch universum. Hij heeft een grote werkplaats, annex bos en weiland ter beschikking in het Museum Insel Hombroich, niet ver van Krefeld. Ik bezocht het enkele weken geleden. Het lijkt een oude smederij, met veel plaatstaal en zink. Nog even flakkert hier de geest van de historische avant-garde. Een overmatig groot Brancussi-ei van blikken platen ligt in het gras naast robotachtige wachters. Maar ook kleine dingen op de grond en een grote gevallen boomstam van zink en blik. Een citaat van Kafka op een oude schuur, tussen het klimop. Een wolk van kleine rode vogelhuisje tussen de bomen. Een liggend marmeren kruis met doornenkroon, maar ook een lachende Christus op een kruisbeeld van plaatstaal, met aan zijn voeten geketend een grote, zware steen op de grond. De zwaarte van de aarde trekt hem naar beneden. Niet naar boven. Niet naar de hemel. Geen verrijzenis in het verschiet. Een rode lendendoek op roeststaal. Verderop in het bijzonder park schilderijen van bekende meesters als Schwitters, Picabia, Arp, Van der Leck. Prachtig blauw ook van Yves Klein, op grote witte muren, naast oude sculpturen uit China en Afrika.
Zielzorg
Op de wand van de schuur van de kunstenaar Anatol Herzfeld hangt een bordje met een opvallende tekst: “Kunst ist Seelsorge”. Kunst is de zorg van de ziel, maar ook: kunst is zielzorg. In beide betekenissen. Een zin zomaar tussen de struiken, in een met groen mos overgroeid beeldenpark bij de smidse. Een gedachte die de kern van de oude avant-garde uitdrukt. Moderne kunst wilde een zorg voor de ziel zijn in een platte, chaotische wereld van de eerste helft van de 20e eeuw, daar waar de versteende kerken hun ziel-zorg verwaarloosden, meenden zij.
Gebroken spiegel
De historsiche avant-garde tussen 1905 en 1955 brak weliswaar de spiegel van de romantische wereldorde, maar daarmee zeiden ze geen vaarwel tegen spiritualiteit of religieuze inspiratie. Nee, de religiositeit en de spiritualiteit maakten zich niet los van de zich vernieuwende kunst, maar evolueerden mee. In de eerste plaats door plaats te maken voor een heel spectrum aan nieuwe en exotische invloeden: theosofie, antroposofie, kabbala, mysteriegodsdiensten, enzovoorts. Andere avantgardisten, zoals Hugo Ball zochten juist na hun expressionistische en dadaïstische experimenten een terugkeer tot de oude bronnen van het Christendom. Behalve afzetten en binding, bestaat er nog een derde weg: de avantgardisten transformeerden het hemelse baldakijn van een door God gevestigde orde tot een kunstzinnig slagveld.
Kunstzinnig slachtveld
Dat kunstzinnig slachtveld heeft twee betekenissen. De avantgardisten moesten hun religieuze en artistieke utopieën gestalte geven in een wereld die zijn ontelbare wonden van de Eerste Wereldoorlog likte, en die zich tegelijkertijd onwetend opmaakte voor de Tweede Verschrikking. In deze versplinterde wereld zagen zij geen hemel meer die de mensheid een hoger doel kon verschaffen, alleen nog de met lijken bezaaide loopgraven van Europa. Sommigen vluchtten van deze wereld, anderen vluchten juist in deze wereld. Niet door in een gemakkelijk of cynisch materialisme te vluchten, maar door de wereld zelf als kunst te beschouwen. De wereld als het nieuwe schilderslinnen van de kunstenaar, de kunstenaar als nieuwe priester, die met zijn eigen vlees en bloed de verschrikkingen van de wereld uitvergroot.
De avantgardistische kunst zit op de huid, nee, kruipt er onder en gaat ongemakkelijk wroeten. Het doet pijn naar hun schilderijen te kijken of naar hun absurde klankgedichten of simultaanspelen te luisteren. En met die ongemakkelijkheid scheppen ze de ruimte voor een nieuwe spiritualiteit, die tegelijkertijd vele nieuwe gezichten heeft gekregen, maar soms ook verrassend vertrouwd oogt.
Dank
Ik wil iets zeggen over de schrijvers van ons boek Avant-garde en religie, die wij veel dank verschuldigd zijn. Twee geleerden van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie presenteren een bijzondere invalshoek vanuit de discussie over modernisme en fascisme. Madelon de Keizer schrijft over Albert Verweij en het spinozisme. Ewoud Kieft over de bekeerlingen Jan Toorop en Max Jacob. Jattie Enklaar van de Universiteit van Utrecht over het Duits expressionisme en hun ervaring van ‘Offenbarung und Untergang’; Léon Hanssen van de Universiteit van Tilburg over de rode molen van Mondriaan. Marcel Poorthuis over het ‘nieuwe mysticisme’ onder kunstenaars rond 1900, maar ook over twee jonge expressionistische dichters: Sophie van Leer en Wilhelm Runge en over hun vraag of moderne kunst verlossend is of dat dit enkel door de religie gerealiseerd wordt. Frank Bosman over Hugo Ball, maar ook over de relatie Avant-Garde en Romantiek; en ik zelf over ‘Van Kandinsky tot Beuys', en over Lucebert, maar ook over de katholieke reactie op de avant-garde en over de commotie rond de verwijdering van de kruisweg van Aad de Haas uit hetr romaanse kerkje in Wahlwiller/Zuid-Limburg. Eerst noemden katholieken de avant-garde ‘ontaarde kunst’, later niet meer. Toen spraken ze van ‘doors of perception’.
Blauwe paarden
Ik citeer uit een e-mail-verkeer met een 9-jarig meisje over de vraag waarom Franz Marc blauwe paarden schilderde, terwijl blauwe paarden toch in het echt niet bestaan.
Vrijdag 8 mei 2009 om 11:42 uur.
Je vroeg: waarom mailen we over blauwe paarden?
Mijn antwoord: Omdat het zo vreemd is dat je blauwe paarden kunt schilderen, terwijl ze in het echt niet bestaan. Ze bestaan alleen in je hoofd of op papier. Ook al bestaan ze niet echt, je wordt er wel vrolijk van.
Kleuren betekenen op zich zelf iets, zeggen de kunstenaars.
Rood: warm en vuur.
Geel: zon en vrolijk.
Blauw: de hemel en 'God'.
Maar misschien voel jij de kleuren anders.
Ik stuur je plaatjes van de blauwe paarden van de schilder Franz Marc.
Antwoord:
13 mei 2009 16:56 uur
zilver is ook een leuke kleur
want ik heb een amulet, een paardenamulet
maar eigelijk is de zon niet geel maar witachtig.
Ik loop de avondvierdaagse. Als je de email op de 13de leest heb ik er al 1 gelopen.
Haar naam is Sterre Meijsen en zij is mijn grootdochter. Ze heeft een andere blik. Paarden kunnen ook van zilver zijn. De blik van de kijker werpt een betekenis op de dingen, niet andersom. Het vindt allemaal plaats in the eye of the beholder. Ook dat is Avant-Garde. |