|
Religie is 'in', dus blijft de kerk belangrijk
Opinie, Brabants Dagblad, 31-07-09; De Gelderlander, 04-08-09; rkkerk.nl, 14-08-09
Het CBS schetste deze week een somber beeld van kerkelijk Nederland, minder mensen gaan naar de kerk of moskee. Toch tiert de religie nog welig in Nederland: overal wordt gezocht naar het heil, vooral búiten de kerken.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde deze week nieuwe cijfers over de kerkelijke staat van Nederland. De ontkerkelijking neemt toe, maar minder snel dan in de afgelopen decennia. Het kerk- of moskeebezoek neemt echter wel snel af. Anderzijds hebben gelovigen meer vertrouwen in hun medemensen en in allerlei maatschappelijke instanties en laten ze zich meer leiden door hun geloof in zaken rond huwelijk en geboorte. Geen uitkomsten die verrassen.
De vraag is wat deze cijfers precies te betekenen hebben. Het is in ieder geval goed te beseffen dat het CBS louter naar de kerkelijkheid van de Nederlander gekeken heeft. Kerkelijke identiteit is echter heel wat anders dan religiositeit. In december 2006 liet de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport Geloven in het publieke domein al zien dat religie ‘terug is van weggeweest’. Hoewel de WRR niet zoveel cijfermateriaal op tafel legde als het CBS, is de conclusie gerechtvaardigd dat religie als een belangrijke sociale en maatschappelijke factor wordt gezien. De opkomst van de (radicale) Islam in West-Europa is hier ongetwijfeld debet aan. Begin dit jaar publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau het rapport Godsdienstige veranderingen in Nederland met daarin ongeveer hetzelfde beeld.
Sociologen als Max Weber en Peter Berger ontwikkelden iets minder dan een eeuw geleden de zogenaamde ‘secularisatiethese’. Deze these luidt dat als een samenleving moderner wordt, de betekenis van religie in die samenleving afneemt. Dit proces speelt zich af op maatschappelijk en individueel niveau: religieuze instituten krijgen minder invloed op de overheid en individuen laten zich in levensbeschouwelijk opzicht minder de wet voorschrijven. Deze these moet echter verworpen worden. De religie in Nederland tiert welig, maar dan wel buiten de kerken.
Uit het WRR-rapport blijkt dat Nederlanders nog steeds ‘ongeneeslijk religieus’ zijn. De bronnen waaruit de nieuwe religieuze Nederlander put bevinden zich niet meer in het kerkelijke circuit. Zoekers gaan niet naar een kerkdienst om zich spiritueel op te laden, maar zoeken hun heil in zen-meditatie, bloesemtherapie en kabbala. Ook die typische mix van elementen uit verschillende religieuze groeperingen is kenmerkend voor de nieuwe zoekers. Het heil ligt overal behalve in de ‘versteende’ kerken van de christelijke traditie.
De belangrijkste reden voor de opkomst van de buitenkerkelijke religie is de individualisering. Mensen laten zich minder en minder voorschrijven wat hij of zij dient te geloven. Ook bevindt zich in het Nederlandse politieke landschap een sterke beweging om religie zoveel mogelijk ‘achter de voordeur’ te houden. Religie is puur een privézaak en dient geen enkele rol te spelen in het publieke domein. De WRR heeft deze trend al gesignaleerd. Verder is de religieuze markt in Nederland enorm: het aanbod aan spirituele cursussen, reizen, opleidingen, trainingen is onafzienbaar, vaak met wisselend niveau. De kerken missen deze concurrentieslag. Als laatste speelt sociale druk een grote rol. Ongebonden spiritualiteit wordt over het algemeen goed geaccepteerd, maar een regelmatige kerkgang kan op veel spot rekenen. ‘Ga jij nog naar de kerk???”
De traditionele instituten kunnen niet snel inspringen op deze veranderingen in de maatschappij. Dat is ook logisch gezien hun karakter dat gericht is op het behouden van een langere traditie. Dat letterlijk behoudende karakter vloekt van nature met de noodzaak tot verandering. Je ziet kerken ook vaak worstelen met deze spanning. Het gevolg van deze blijvende spanning is niet alleen dat de kerken leeglopen, maar ook dat de ‘heilige rest’ de neiging heeft om zich terug te trekken in het eigen gelijk. Hoe kleiner een groep gelovigen hoe groter de kans op radicalisering. Je ziet dat bij enkele extremistische fracties binnen de polderislam, die zo min mogelijk met de ‘heidense’ buitenwereld te maken willen hebben. Maar ook de Pius X-broederschap met zijn holocaustontkennende bisschop Williamson is hier een voorbeeld van.
Toch is de rol van de gevestigde kerken niet uitgespeeld, verre van. “De verhouding tot religieuze tradities en hun erfenis en de omgang ermee, is voor de westerse samenlevingen altijd van identiteitsbepalende betekenis geweest,” aldus theoloog Eric Borgman in het eerder genoemde WRR-rapport. De kerken kunnen maatschappelijk relevant blijven door de laatmoderne cultuuruitingen – films, romans, games, enzovoorts – in gesprek te brengen met onze gemeenschappelijke geschiedenis. Het christendom heeft meer dan een eeuw een ongelofelijke invloed gehad op de Westerse cultuur. Kunst, rechtspraak, architectuur, literatuur, ons hele normen- en waardensysteem is ontstaan in een christelijke context. Het gericht-zijn op een langere traditie kan hier juist heel behulpzaam zijn. Het is de uitdaging van de kerken om deze moderne cultuuruitingen te herkennen en te bevragen. Zolang religie ‘in’ blijft, is de rol van de kerken nooit uitgespeeld.
Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Brabants Dagblad en in De Gelderlander;
en later in samenvatting gepubliceerd in rkkerk.nl, 14-08-09
...
|