Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Podcasts
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
@Kathochismus
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Kritieken en plaaggeesten
lijn

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker" - De Scherper

De angst van de islamologen. Strijd over bronnen van de islam
Artikel, Volzin, 17-07-09

Het rommelt in islamologenland. Revisionistische wetenschappers stellen kritische vragen bij het traditionele verhaal over Mohammed en het begin van de Islam. Hoewel hun antwoorden niet altijd even overtuigend zijn, is de reactie uit de traditionele hoek opvallend fel.

Het traditionele verhaal van de Islam ziet er al eeuwen hetzelfde uit. De in Mekka geboren Mohammed kreeg van de engel Gabriël gedurende 23 jaren de Koran gedicteerd. Via een tussenstop in Medina kon hij een wereldreligie stichten. Voor een beeld van de Profeet baseren moslims zich behalve op de Koran (die opvallend zwijgzaam is over Mohammed) voornamelijk op diverse oude biografieën. Deze biografieën worden samen met oude theologische commentaren gebruikt om de soera’s van de Koran in een historische context te zetten en om de duistere passages te interpreteren. Het is opvallend dat de meerderheid van moderne islamologen deze bronnen nog steeds onkritisch benadert. Hans Jansen (De historische Mohammed, 2006) en Tariq Ramadan (In de voetstappen van de Profeet, 2007) bijvoorbeeld houden zich voornamelijk bezig met religieuze vragen als: Wat is de exacte volgorde van Koranhoofdstukken? Waarom heeft Mohammed een slachtpartij onder Joodse burgers aangericht? Waarom huwde hij meerdere vrouwen? Nuttige vragen, maar niemand lijkt zich de vraag te stellen of deze verhalen over Mohammed en het ontstaan van de Islam wel historisch houdbaar zijn. Wellicht is er een andere, meer historische visie te formuleren.

Kritiek

Sinds enkele jaren is er een klein groepje wetenschappers dat kritische vragen stelt over de historiciteit van de profeet Mohammed en het ontstaan van de Islam. Die discussie is voor buitenstaanders heel moeilijk te volgen. Bijna niemand in het Westen beheerst het Arabisch van de Koran en tussen de weinige experts woeden heftige debatten over de juiste vertaling en interpretatie. De journalisten Eildert Mulder en Thomas Milo hebben in een zeer toegankelijk boek De omstreden bronnen van de Islam (2009) deze complexe discussie voor een breed publiek ontsloten. Mulder publiceerde in de afgelopen jaren samen met Milo negentien artikelen in dagblad Trouw onder de noemer ‘dissidente islamologen’ (integraal te raadplegen via www.trouw.nl). Het boek is net als de artikelenreeks gebaseerd op interviews met deze wetenschappers (zie kader).

Zo onderzocht de Duitse archeoloog Gerd-Rüdiger Puin oeroude papyri in de Jemenitische hoofdstad Sanaa. Hij ontdekte verschillende tekstversies van de Koran. Hiermee staat voor Puin vast dat de Koran niet loodrecht uit de hemel is komen vallen, maar net als in het geval van het Oude en Nieuwe Testament langzamerhand ontstaan is uit verschillende verhaaltradities, die door nog meer redacteuren tot een geheel gecomponeerd zijn. De muntdeskundige Volker Popp valt hem hierin bij. Popp heeft als stelregel dat als een munt de ’gelovige’ geschiedschrijving tegenspreekt dat dan de munt gelijk krijgt en niet de officiële geschiedschrijving. Zijn munten vertellen hem dat de Islam waarschijnlijker ontstaan is in Perzië (en niet Arabië) en dat de verhalen rond Mohammed geïnspireerd zijn door die over de profeet Zaraoster (Zarathoestra). Volgens de revisionisten is Mohammed dus geen historische figuur met een geboortedatum en -plaats. Mohammed is in hun ogen een literaire figuur die pas ver na het begin van de Islam is geconstrueerd. Hiermee wordt Mohammed dus net zo 'mythisch' als Abraham, Mozes of Melchisedek uit het Oude Testament.

Aramees

Christoph Luxenberg heeft in de pers de meeste roering veroorzaakt. Hij stelde dat de zeventig maagden die aan vrome moslims (en volgens sommigen speciaal aan terroristen) wordt beloofd, waarschijnlijk eerder druiven zijn. Luxenberg probeert de duistere en onbegrijpelijke passages uit de Koran te begrijpen door naar het Syrisch-Aramees te kijken. Het Aramees (dat Jezus ook gesproken zou hebben) werd in die tijd meer gesproken dan het Arabisch. Als je de ‘vreemde’ woorden leest als Aramees komen er verrassende nieuwe betekenissen boven. Geleerden als Luxenberg wijzen er ook op dat het oude Arabische handschrift eigenlijk niet geschikt was om de gecompliceerde klanken van het Arabisch te vangen. Letters verschillen soms op hele minuscule wijze van elkaar, met al het gevaar van verkeerd lezen en overschrijven van dien. Net als bij het Hebreeuws van het Oude Testament werd de Koran oorspronkelijk zonder klinkers opgeschreven. De ‘spikkeltjes’ die je in veel moderne Arabische Korans vindt (maar bijvoorbeeld ook in wetenschappelijke edities van het Hebreeuwse Oude Testament), zijn er dan ook later bijgezet door commentatoren. Als je die klinkers echter net iets anders invult, krijg je een hele andere betekenis. En niemand weet welke klinkers er zouden moeten staan. Meestal is dat uit de context af te leiden, maar lang niet altijd.

Een klein voorbeeld waarbij het wel gaat. In soera 72,18 staat in traditionele vertalingen "De moskeeën behoren God toe, dus roept niemand aan behalve God." Die 'moskeeën' ('masdjid') slaan in de context nergens op: het gaat in deze soera om 'djinns', boze geesten. Luxenberg vertaalt via het Aramees": "knielen ('misdjad') doe je voor God". Bedenk: de oude handschriften kennen geen klinkers, dus beide woorden kunnen bedoeld zijn. De betekenis is in het tweede geval echter veel aannemelijker. Alleen maar vragen. En slechts weinig of heel aarzelende antwoorden.

Omstreden

Op de theorieën van de revisionistische islamologen is veel kritiek gekomen, zeker nu hun ideeën voor een breed publiek beschikbaar zijn. Tijdens zijn afscheidscolleges fulmineerde prof. Van Koningsveld (Godsdienstgeschiedenis van de Islam in West-Europa, Universiteit van Leiden): “De revisionisten zijn de weg kwijt geraakt en verdwaald” (Reformatorisch Dagblad, 24-03-09). Van Koningsveld en andere Westerse islamologen blijven hameren op de historiciteit van het traditionele ontstaansverhaal van de Islam. De geleerden krijgen hierin - uiteraard - bijval uit orthodoxe hoek. In een ingezonden brief op 31 maart 2006 schreef de Sheich Fawaz Jneid: “Deze foutieve gevolgtrekking [van Mulder en Milo] vloeit voort uit het incorrecte beeld dat zij van de Islam hebben. Daarom zul je zien dat zij altijd op zoek zijn naar nieuwe alternatieven om de groei van de Islam tot stilstaan te brengen.” (Trouw, 31-03-06). Jneid (1964) is imam bij de Haagse salafistische As-Soennah moskee. Hij verwierf landelijke bekendheid door zijn vervloekingen van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali in 2004. De Amsterdamse wethouder Ahmed Aboutaleb pleitte daarop voor ontslag van de omstreden imam.

De argumentatie van Jneid is tekenend voor een orthodox gelovige: andere religies dwalen, maar wij niet. Het is opvallend dat dit beeld van een ongebroken historische verslaglegging van de Islam hardnekkig blijkt te zijn, ook buiten het veld van de orthodoxe moslims. Mulder en Milo constateren in hun boek terecht dat in het voetspoor van de orthodoxe Islam, de Westerse islamologie blijft vasthouden aan het traditionele verhaal. In de woorden van nota bene moslimdissident Salman Rushdie: “Het zou voor alle moslims van enorm belang moeten zijn te beseffen dat de Islam de enige godsdienst is waarvan het ontstaan historisch is vastgelegd. Zijn oorsprongen zijn geheel en al geworteld in feiten en niet in legende” (Trouw, 12-08-05). Als iemand dat over de bijbel zou zeggen, zou het gehoon niet van de lucht zijn. Bij de koran blijft alles eerbiedig stil.

 

Literatuur:

Eildert Mulder en Thomas Milo, De omstreden bronnen van de Islam, Boekencentrum (2009), ISBN 9-78902114-210-4.

Christoph Luxenberg, Die Syro-Aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschüsselung der Koransprache, Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-028-9.

Christoph Burgmer, Streit um den Koran, Die Luxenberg-Debatte, Standpunkte und Hintergrunde, Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-067-x.

Karl-Heinz Ohlig & Gerd-R. Puin, Die dunklen Anfänge, Neue Forschungen zur Entstehung und frühen Geschichte des Islam (red.), Verlag Hans Schiler (2005), ISBN 3-89930-128-5.

Hans Jansen, De historische Mohammed, de Mekkaanse Verhalen, Wie was Mohammed eigenlijk?, De Arbeiderspers (2005), ISBN 90 295 6282x.

Tariq Ramadan, In de voetstappen van de Profeet, Van Gennip (2007), ISBN 9-78905515-882-9.

 

Bijbel versus Koran

Christenen en Joden zijn gewend geraakt aan een historisch-kritische doorvorsing van hun heilige schriften. Met behulp van allerlei exegetische instrumenten is de lange ontstaansgeschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament uitgeplozen. Het blijkt een proces van honderden jaren waarbij teksten uit verschillende tradities en tijden door redacteuren en kopiisten talloze malen is geredigeerd. Het lijkt voor de hand te liggen dat dezelfde principes ook opgaan voor de Koran. Zoals het christendom uit het Jodendom ontstaan is, zo zou de Islam ook uit een andere religie ontstaan kunnen zijn. Voor de meeste moslims blijkt dit soort wetenschappelijke ‘kritiek’ nog een brug te ver. En uit de reacties van enkele islamologen blijkt deze nieuwe kritische benadering ook voor hen niet vanzelfsprekend.

Milo en Mulder geven in hun boek ook eerlijk aan dat de revisionisten het onderling ook niet eens zijn en dat hun wetenschappelijke pretenties niet altijd waar gemaakt kunnen worden. Zelf besluiten ze met de constatering dat het om de kritische vragen gaat die gesteld worden, en niet zozeer om de concrete antwoorden. Bij het inventariseren van deze hele discussie bekruipt je soms het gevoel dat de revisionistische ideeën (mede) niet aanslaan vanwege de angst onder westerse islamologen en vrijzinnige moslims voor represailles. De traditionele islam – waartoe een groot deel van de wereldwijde moslimgemeenschap gerekend moet worden – houdt zichzelf en alle andere medegelovigen, ook zij die naar vernieuwing en modernisering verlangen, in een meedogenloze theologische houdgreep. Angst is het gevolg. Eén van de meest prominente revisionisten Christoph Luxenburg zag zich gedwongen van een pseudoniem gebruik te maken. Zolang die angst niet getrotseerd kan worden, zullen de nieuwe vragen blijven echoën in een verder lege academische arena.

Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Volzin.

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.

Valide CSS!