|
Augustinus kende geen prestatiespiritualiteit
Artikel, Friesch Dagblad, 04-02-09
Wat is de betekenis van kerkvader Augustinus (354-430) voor deze tijd, voor op de werkvloer? Onlangs bogen managers zich over dit onderwerp. “Augustinus kende geen prestatiespiritualiteit”, aldus Augustinuskenner prof. dr. Paul van Geest.
Drs. Frank G. Bosman
Zo’n 35 belangstellenden, vooral uit managementkringen, bezochten de lezing in Utrecht in de cyclus ‘De ene regel is de andere niet: Spirituele Grootmeesters’. De bijeenkomsten op Campus De Uithof zijn een initiatief van het theologisch instituut LUCE / Centrum voor Religieuze Communicatie (Faculteit Katholieke Theologie) in samenwerking met de werkgeversorganisatie VNO/NCW.
Nederlanders associëren regels vaak met beknotting. De ene regel is echter de andere niet. De katholieke traditie kent ook regels en regeltjes, maar vooral Regels. Spirituele meesters als Benedictus (480-547) en Ignatius van Antiochië (67-100) schreven kloosterregels, die niet alleen het praktische reilen en zeilen van het leven in kloosters regelden, maar die ook getuigden van een diep inzicht in de menselijke psyche en sociale verbanden. Deze eeuwenoude regels zijn niet alleen nuttig, praktisch en verrijkend geweest voor monastieke geesten wereldwijd, maar kunnen ook de huidige mens een belangrijke oriëntatie bieden in hun leven en werk. De moderne mens ontleent een groot gedeelte van zijn eigen identiteit aan de arbeid die hij verzet. Werken kan niet zonder (spirituele) inspiratie. Voor de wijze waarop je in je werk staat, doet spiritualiteit er wel degelijk toe.
‘Maat houden’
Paul van Geest (hoogleraar Augustijnse Studies en directeur van het Centrum voor Patristisch Onderzoek van de Vrije Universiteit en FKT) vatte het leven van Augustinus in drie ‘denkfases’ samen. “Augustinus begon zijn leven als een veelbelovende retoricaleraar en als lobbyist aan het keizerlijke hof te Milaan. Toen hij de opdracht kreeg van een machtige senator om te lobbyen tegen de opkomende invloed van de christenen, kwam hij in een identiteitscrisis. Zijn moeder Monica was een christen en had veel invloed op haar zoon.” Als Augustinus zich dan terugtrekt op het landgoed van een vriend ontstaat er “een vriendenclubje om hem heen, die samen debatteren over de schoonheid, waarheid en goedheid van het leven. Augustinus heeft dan al geleerd dat een carrière geen geluk brengt. Zij herinneren zich dan het stoïcijnse ideaal in van een ‘gebalanceerd leven’. Dat betekent: niets teveel doen. Niet te rijk en niet te arm zijn. Want beide uitersten brengen hun eigen angsten mee, om geld te verliezen of om überhaupt niet verder te kunnen leven. Dit adagium zou Augustinus zijn hele leven met zich meenemen.
‘Prestatiespiritualiteit’
“Augustinus kende geen prestatiespiritualiteit”, aldus Van Geest. Hij doelde hier op de vele vormen van ‘moderne spiritualiteit’ waarbij louter en alleen de eigen ontplooiing centraal staan. “Het gaat Augustinus erom elkaar, door de wijze waarop je met elkaar omgaat en elkaar tot innerlijk evenwicht, blijdschap en rust leidt, ontvankelijk maakt voor het Numineuze, voor God. Deze ontvankelijkheid vindt haar grondslag in het vermogen, bezit met elkaar te delen. Daarin ligt de basis om ‘eendracht van hart en ziel’ te gaan ondervinden. Leidt al deze inzet voor elkaar niet tot verdringing van de eigen behoeftes en verlangen? “Nee, Augustinus is pertinent tegen elke vorm van verdringing. Als in de gemeenschap iemand bijvoorbeeld verliefd wordt, dan draagt hij hem op dit met enkele vertrouwde vrienden te overleggen. Als dan blijkt dat deze liefde blijvend is, laat hij er dan in de gemeenschap eerlijk voor uitkomen opdat hij zijn eigen weg in de wereld kan vervolgen.”
Ijdelheid
Lútsen Kooistra, hoofdredacteur en directeur van het Friesch Dagblad/Het goede leven, vertelde hoe bij hem persoonlijk en in zijn bedrijf Augustinus’ denken een inspiratiebron is. Voor hem persoonlijk als directeur om zich voortdurend bewust te zijn van de basisdeugd van Augustinus: de nederigheid. Nederigheid is de basis van liefde en nederigheid schept ruimte om de medewerkers ruimte te geven zodat zij zich kunnen ontplooien als mens en als medewerker. Nederigheid beschermt ook tegen ijdelheid - een eigenschap die bij iedere baas of leider voortdurend op de loer ligt. Van Geest herinnerde er aan dat Augustinus voor ijdelheid waarschuwt in zijn Regel, ook omdat hij zelf met zijn eigen ambities en ijdelheid geworsteld heeft. “In zijn Regel beschrijft Augustinus de rol van de kloosteroverste. Die moet een manier verzinnen om armen en rijken, dommen en wijzen met elkaar in een gemeenschap te laten leven. Daar komen veel praktische zaken bij kijken. ‘Ga naar de kapper’, schrijft hij ergens aan zijn broeders. En elders: ‘U bent niet allen even sterk’. Het gaat om rekening houden met de verschillen om toch tot eenheid, in Christus, te komen.
Empathisch vermogen
Dat vergt zowel van de overste, de leider, als degene die door haar of hem aangestuurd worden, empathisch vermogen”. Augustinus helpt, aldus Kooistra, ook om te oefenen in de gezindheid die bij een christelijke krant hoort; namelijk de gezindheid van Christus. Die moet steeds meer bepalend worden voor de organisatie, in sfeer en regels en moet ook steeds meer zichtbaar worden in de krant; in selectie van het nieuws en in toonzetting van het nieuws.
In de lezingencyclus 'De ene regel is de andere niet' worden op dezelfde wijze ook Benedictus, Franciscus, Dominicus en Igantius behandeld. Zie voor meer informatie: www.LUCE-CRC.nl.
Bron: Dit artikel is gepubliceerd in Friesch Dagblad.
|