| |
Wall-E
Recensie, KFA-Filmbeschouwing.nl, 20-01-09
Pixar is de ongekroonde koning van de moderne animatiefilms. De tekenaars combineren een spervuur van visueel grapjes met woordspelingen, zodat de films zowel aantrekkelijk zijn voor kinderen als de (meekijkende) volwassenen. Pixar krijgt letterlijk iedereen aan het praten: speelgoed (Toy Story I en II), auto’s (Cars), vissen (Finding Nemo), ratten (Ratatouille) en nu ook robots (Wall-E). Natuurlijk, dieren konden al praten in Disney’s Bambi, maar Pixar slaagt erin om dode materie als auto’s en speelgoed op een bijna-perfect menselijk niveau te laten acteren.
In Wall-E is het dus de beurt aan robots. Pixar heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt: de als mensen acterende robots zijn niet mensachtig zoals bijvoorbeeld Data uit de Star Trek-serie The Next Generation, maar zijn functioneel vormgegeven met allerhande gekke uitstulpingen. Hilarisch in dit opzicht is dan het paradoxale gegeven dat de ene robot een toetsenbord nodig heeft om met een andere robot te communiceren. Maar ja, je moet natuurlijk wel een verhaal vertellen dat voor mensen te begrijpen is.
Imitatie
In het eerste half uur van de film wordt – op enkele woorden na – geen gesprekken gevoerd. Het hele verhaal drijft op visuele vormgeving en zeer goed gekozen elektronische geluiden. Wall-E, de held van dit verhaal, is een robot ontworpen om afval te verzamelen en te verwerken. Op een totaal verlaten planeet aarde draait hij dag in dag uit zijn rondes om uiteindelijk ‘torenflats’ van geperst afval te maken. Er lijkt niemand meer aanwezig die van zijn diensten gebruikt maakt, maar met een robotachtige discipline blijft hij werken. Pixar vertelt pas heel laat in het verhaal waarom er geen mensen meer op aarde leven, maar de visuele suggestie van verval en verlatenheid is alomtegenwoordig. Wall-E komt geregeld ‘dode’ collega-robots tegen en ‘stroopt’ hen zonder blikken of blozen van hun nog werkende reserve-onderdelen. Als een postmoderne ‘adaam’ onderzoekt de robot tussen de materie, waar hij zelf uit gemaakt is, naar objecten die zijn eenzaamheid kunnen verlichten. Zoals Adam in Genesis 2 de dieren hun namen geeft, geeft ook Wall-E alles wat hij vindt ‘een eigen naam’. Aangezien hij niet geprogrammeerd is om te snappen wat een diamanten ring symboliseert, gooit hij deze weg en behoudt hij het intrigerende doosje. Alles krijgt in zijn handen een nieuwe betekenis. Ook probeert hij zijn scheppers te imiteren. In zijn ‘thuisbunker’ die hij volgepropt heeft met zo’n beetje alles, probeert hij mee te dansen op een de muziek van een oude videofilm, als een digitale ‘imitatio dei’.
Contact
Eve geeft de mensheid
een nieuwe kans |
Wall-E’s dagdagelijkse routine wordt echter verstoord met de komst van een ‘buitenaards’ ruimteschip met daarin een veel modernere robot met de naam Eve. Eve is op onderzoek uit, maar Wall-E noch de kijker heeft enige idee wat ‘ze’ zoekt. Dat Eve een ‘vrouwtjes-robot’ is, staat echter buiten kijf. Pixar exalteert in het weergeven van de interactie tussen de twee robots. Het enige dat ze tegen elkaar kunnen zeggen, en nog na veel moeite, is hun naam. Het spel van aantrekken en afstoten, kenmerkend voor alle romantische films, wordt gedetaileerd weer gegeven. Wall-E is vormgeven naar het werk dat hij doet: vuilnis ophalen. Eve is feeëriek, glad en mysterieus. Handen die ontworpen zijn om afval te verzamelen zoeken onhandig (!) naar ‘menselijk’ contact. De ‘schatten’ die Wall-E tijdens zijn werkzaamheden van de vernietiging gered heeft – een televisie, puzzels, deegkloppers, doosjes, poppetjes, enzovoorts – zijn het instrumentarium waardoor beiden elkaar beginnen te begrijpen, zonder een vorm van spraak. (Ook kunnen ze niet op een digitale manier met elkaar communiceren, wat natuurlijk gek is voor robots, maar – zoals gezegd – er moet nu eenmaal een verhaal verteld worden.)
Paradijs
Eve’s naam is niet toevallig gekozen. Tussen Wall-E’s schatten vindt zij het enige levend object op de planeet aarde: een onaanzienlijk plantje. Deze ontdekking zet een hele reeks andere gebeurtenissen in gang. Na een tijdje komt de kijker er achter dat de mensheid ‘tijdelijk’ geëmigreerd is van hun vergiftigde en vervuilde thuisplaneet. Ze huizen nu in een soort superruimteschip niet ver van de aarde. Zevenhonderd jaar luxe heeft de mens veranderd in dikke, decadente, lethargische tv-kijkers die alleen nog met elkaar spreken via chat-achtige omgevingen. De cultuur-kritiek van Pixar komt genadeloos hard aan. Het plantje dat de beide robots naar de mensen toebrengen, betekent dat de vervlogen hoop op terugkeer nieuw leven ingeblazen krijgt. De mens keert terug. Eva mag dan wellicht de mens uit het Oude Paradijs hebben verdreven door haar lonken naar de Boom van Goed en Kwaad, in Wall-E zorgt de nieuwe Eve dat de Boom des Levens, de andere mythische boom uit Eden, wordt teruggevonden, en daarmee een kans het verloren paradijs te hervinden.
Hooghartigheid
De robots spelen echter niet alleen de redder van de mensheid, zij symboliseren ook diens hooghartigheid. Aan boord van het ruimteschip blijkt dat de boordcomputer helemaal geen zin heeft om terug naar de aarde te keren. Een muiterij volgt. Dit thema is eerder uitgebreid uitgewerkt in Kubrick’s A Space Odessey, en daarna in vele andere sf-boeken en –films. In Wall-E symboliseert deze digitale opstand tegen hun menselijke scheppers de hooghartigheid van de bijbelse mens die zich tegen zijn eigen schepper-God verzet door zijn gebod te overtreden.
Wall-E (de oude Adam) als symbool van de gevallen mensheid en Eve (de nieuwe Eva) geven de mensheid een kans zich uit hun ‘zondigheid’ te verlossen. Beide zijn ‘menselijk’ in de zin dat zij door de mensen gemaakt zijn én in de zin dat zij zich menselijk gedragen. Er gloort hoop achter de einder, de hoop op een nieuw paradijs, naar de mensheid teruggebracht door twee ‘menselijke’ robots.
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KFA-Filmbeschouwing.nl.
|