|
De marketing van God
Recensie, KatholiekNederland.nl, Isidorusweb.nl, Tempora.nu, 01-11-08
Vandaag verschijnt het boek Marketing van God van Charles Schwietert. Daarin beschrijft hij de geschiedenis en positie van de RK-Kerk in de wereld en specifiek in Nederland. Zijn bedrijfskundige analyse doet gekunsteld aan maar is toch realistisch, vindt onze recensent Frank Bosman. Hieronder zijn recensie.
Charles Schwietert beschrijft in Marketing van God de RK-Kerk in termen van economie en bedrijfskunde. Een paar voorbeelden. Over het eerste, legendarisch ‘Concilie van Jeruzalem’ waar in het bijbelboek Handelingen sprake is: "Op een company meeting in Jeruzalem kwam het tot een clash. Jakobus wilde dan wel akkoord gaan met internationale groei, maar het merk moest wel zijn exclusieve karakter behouden. Paulus was hier mordicus tegen. (…) Om expansie te bereiken moest volgens hem het aantal medewerkers in de buitendienst sterk worden vergroot en moest vooral de prijs stevig omlaag" (p. 135). Over de ondergrondse, vervolgde kerk: een “zwarte markt” (p. 136). Over Maarten Luther: “een intensieve productanalyse van een Duitse manager, die 95 punten voor productverbetering formuleerde” (p. 139).
Humor?
Dit soort bedrijfsmatige schetsen zijn soms verfrissend en geestig om te lezen – ‘het zijn net mensen’ -, maar vaak genoeg ook gekunsteld en flauw, zeker als de meer dan 300 pagina’s van zijn boek er vol mee staan. Bovendien vereist het echter nogal wat kennis van de (vroege) kerkgeschiedenis om de ‘humor’ er echt van te kunnen smaken.
Schwietert
Charles Schwietert (1943) behaalde in de jaren zestig zijn gymnasiumdiploma op het R.K. jongensinternaat Dominicuscollege te Nijmegen. Als journalist was hij actief voor de Volkskrant, KRO's Brandpunt en het NOS-Journaal. Hij schreef enkele publicaties zoals De formatie van een tijdbom: het tweede kabinet Van Agt (samen met Hans Hillen, 1981) en Imagobeschadiging & imagoherstel: mensen in opspraak, merken onder vuur, de rol van de journalistiek (samen met echtgenote Dieudonnée ten Berge, 1996). Ook schreef hij twee romans, Moord op de informateur (1982) en Het wonder van de Provence: mysterieuze genezingen in het land van de lavendel (2007), die geen van tweeën op veel enthousiasme in literaire of brede maatschappelijke kringen konden rekenen.
Sans rancune
In zijn boek verwijst Schwietert veelvuldig naar andere ‘studies’ waaruit hij put, zoals Inside the Vatican (Thomas Reese), The Vatican Finances (Corrado Pallenberg) en In God’s Name (David Yallop). Deze studies hebben gemeen dat ze nogal ‘vals’ en opzichtig proberen af te rekenen met het instituut kerk. Schwietert kan hier zeker niet van beschuldigd worden. Uit het boek spreekt toch een zekere liefde voor de kerk, haar ‘producten’ en ‘personeel’. Zo is in een redelijk genuanceerde verslag van de moderne geschiedenis van de Nederlandse kerk te lezen: "De Acht Mei Beweging kon jarenlang vrijelijk haar gang gaan en slaagde er zo in de katholieke kerk te decimeren zonder er iets voor in de plaats te zetten. De dames en heren zeiden dat ze boven alles een open dialoog met de kerkelijke leiding wensten, maar men kwam in feite niet verder dan een niet onderhandelbaar pakket van uiteraard gerechtvaardigde eisen" (p. 96).
Johannes XXIII
Schwietert verpakt zijn kritiek op kerkleiders (de ‘CEO’s’) op milde wijze: “Paus Johannes XXIII is de tovenaar die zijn leerlingen toveren heeft geleerd, maar er niet op heeft toegezien dat ze geen brokken maakten” (p. 69). Verder is hij net zo kritisch op de ‘oude kerk’ als op de nieuwe ‘relimarkt: “…coaches, trainers, toekomstvoorspellers, meditatieleraren, alternatieve genezers (…) vissen allemaal in dezelfde vijver, die van onzekerheid” (p. 112).
Drie problemen
Volgens Schwietert heeft de kerk in economische termen drie problemen: een personeels-, een imago- en een marketingprobleem. Het personeelsprobleem is duidelijk: er zijn te weinig priesters, de instroom van nieuwe kandidaten is zeer slecht, aan de arbeidsomstandigheden (niet huwen) kan voorlopig niets worden gedaan en de maatschappelijke status is erg laag. Verder is het inherent aan de ‘Roomse structuren’ om niet de meest geschikte kandidaten voor topfuncties naar voren te schuiven, maar zij die qua orthodoxie het beste scoren. Het imagoprobleem bestaat eruit dat mensen de RK-Kerk associëren met dwang, regeltjes, bemoeizucht en discriminatie van vrouwen en homoseksuelen.
Mysterie en traditie
“Het beeld bestaat dat de bv rkkn [BV Rooms Katholieke Kerk Nederland] de leveringsvoorwaarden [lees: regeltjes] belangrijker vindt dan het product [lees: de genade]” (p. 346). Over het marketingprobleem zegt Schwietert vervolgens iets interessants. Hij raadt de kerk niet aan om op de voorzichtig ingeslagen weg van ontmythologisering, oecumene en ‘samen kerk zijn’ door te gaan, maar juist radicaal in te zetten op het ‘mysterie’ (wierook, kaarsen, Gregoriaans, enzovoorts) en op de eigenheid van de eigen traditie.
Geen theologie
Schwietert is aan het begin van zijn boek direct duidelijk: “Het geloof wordt in het boek nergens ter discussie gesteld. Het boek gaat puur over de organisatie en de vorm en dus niet over de inhoud van het geloof” (p. 9). Het is verfrissend als een schoenmaker eens bij zijn leest blijft, maar tegelijkertijd schuilt hierin ook de grootste teleurstelling van het boek. Het is jammer dat Schwietert nergens kritisch afstand tot zijn eigen, zeer bepaalde, benadering inneemt. De auteur lijkt niet alleen zichzelf en zijn benadering bloedserieus te nemen, maar tevens lijkt het alsof het gebruikte model (markt) langzaam verwisseld wordt voor de realiteit (kerk) waarnaar het verwijst.
Jezus als ondernemer
Schwieterts analyse is wel terecht, denk ik, én realistisch: “Het toestaan van pil en condoom zou geen effect meer hebben. Productinnovatie moet aansluiten bij de vraag in de markt. In 1970 was die vraag er wel, nu is het momentum voorbij.” (p. 259) Maar elke analyse van kerk of religie zonder dat daarbij rekening gehouden wordt met een van de grootste aandeelhouders (God) lijkt me op zijn best een halve analyse. “Jezus zou een slecht ondernemer zijn geweest,” zo citeert Schwietert de Belgische kardinaal Danneels. (p. 125). Een waar woord
Charles Schwietert, Marketing van God, Nieuw Amsterdam (2008)
Bron: Deze recensie is gepubliceerd op KatholiekNederland.nl en later op Isidorusweb.nl en Tempora.nu..
|