|
Ik was alleen
15-01-08
In den beginne was het woord
en het woord was bij god
en het woord was god
In den beginne was het wood
en het woord sprak mij uit
en ik werd geboren
Toen nam ik zelf het woord
ik legde het op mijn lippen
en sprak het uit
Ik noemde een boom boom
een vis een vis
en een vogel een vogel
Toen noemde ik een bloem roos
een dier stier
en het water een rivier
Ik noemde de hemel mijn deken
de aarde mijn deken
en de dieren mijn voedsel
Ik noemde de wereld de mijne
de rest trouwens ook
en mij ik
en ik
ik was
alleen
Toen stuurde ik het woord terug
tot degene van wie het was uitgegaan
en god sprak wederom
Het woord keerde terug
en ik noemde jou mens
een mens net als ik
En ik noemde je ogen sterren
je schoonheid ontzagwekkend
en je lippen zoeter dan wijn
Toen noemde ik je de mijne
jouw lichaam tot het mijne
jouw hart tot het mijne
Ik noemde liefde mijn liefde
ik noemde verlangen mijn verlangen
en eenzaamheid jouw eenzaamheid
Ik noemde rijkdom mijn rijkdom
jouw leven het mijne
en jouw armoede de jouwe
De dood noemde ik andersmans dood
Jouw pijn tot niet mijn pijn
en ik wierp je van mij af
En ik was
weer alleen
alleen maar een woord
Ik nam het woord van mijn lippen
sprak het uit
en ik liet het gaan
Het woord keerde terug
tot wie hij was uitgegaan
voor het bestond
En uit de diepte riep het woord
het sprak mij weer uit
Mens, waar ben je?
En ik
ik
ik werd jij
|