| |
Jezus! Wat een film
Lezing tijdens symposium ´Nieuwe Verlossers´, 01-11-07
‘Jezus, wat een film!’ Wie zal het niet gedacht hebben na het zien van de meest recente Jezusfilm ‘The Passion of the Christ’ (2004). Beurtelings verketterd als ‘antisemitisch’ en ‘sadomasochistisch’ en verheerlijkt als ‘getuigenis’ en instrument voor evangelisatie. Ook Martin Scorsese’s ‘The Last Temptation of Christ’ (1988) deed heel wat stof opwaaien. Over 'Jezus'- en 'Christusfilms', over The Greatest Story Ever Told, John en The Son of Man, maar ook over The Terminator, Shane, The Pale Rider, Edward Scissorhands, The Matrix-triologie, de Star Wars-sage en de Harry Potter-films.
Een review van een deelnemer
Interessant was ook de tweede workshop die ik bezocht, geleid door Frank Bosman. Theoloog en docent aan de faculteit van Utrecht waar hij ook programmacoordinator is van Luce/CrC de instantie die samen met de VDLG de studiedag organiseerde. Bosman werkte aan de hand van voorbeelden een indeling in verschillende soorten Jezus films uit. De meeste deelnemers aan de workshop kende de klassiekers wel. De indeling in historiserende Jezus-verfilmingen (Pasolini), actualiserende verhalen (Jesus Christ Superstar) en fictioneel historiserend (The Life of Brain) was verhelderend.
Ik vond het echter pas echt interessant worden toen hij enkel analyse modellen besprak waarmee je elk verhaal, dus ook filmverhaal, kunt bestuderen. Daarmee werd de betekenis duidelijk van onderliggende lagen in die verhalen. In films als The Martix, Star Wars, Lord of The Rings of zelfs The Lion King spelen steeds dezelfde karakters een rol. Zoals Jezus de verlosser is in de vele verhalen die over hem de ronde doen, Zo is Luke Sky Walker of Frodo Bannings dat ook. Eigenlijk zou je samen met leerlingen deze diepere lagen in verhalen kunnen verkennen door ze de opdracht te geven in een verhaal de acht karakter op te zoeken die Propp beschrijft in zijn Morphology of the Folktale De schurk, de donor of schenker, de helper, de prinses , de vader van de prinses, de heraut, de held en de valse held. Propp heeft deze stereotypen in sprookjes ontdekt. Bosman liet zien waar en hoe je ze in films tegen kunt komen. De ervaring leert hoe moeilijk het is leerlingen op zo’n manier naar een film te laten kijken dat ze de bedoelingen, die de makers er bewust of onbewust hebben ingelegd, er uit weten te halen. Het lijkt mij de moeite waard om dit analysemodel met het oog hierop in de les uit te proberen. Met dank aan Frank Bosman die nog veel meer bruikbaar materiaal heeft.
Bron: Wil Eggenkamp
|