'Knelt de band met Israël?', een reactie
Ingezonden brief, Trouw, 01-09-07
In het artikel ‘Knelt de band met Israël?’ (Trouw, Verdieping, pag 6, dd 29-08-07) zegt predikant Willem van Vlastuin: “Je kunt je afvragen wat dit theologisch betekent. Moet een christen jood worden of een jood christen? Ik het denk het laatst.” Dit riekt voor mij naar religieus imperialisme.
Waarom moet het ene verbond het andere verbond vervangen? Waarom kunnen beiden niet naast elkaar bestaan. Jezus zegt zelf dat hij niet gekomen is om “wet en profeten” op te heffen (Matteüs 5, 17). Paulus benadrukt (in Rom. 11,28) dat God “de genade die Hij schenkt nooit hij nooit terugneemt.” Ook aan joodse kant bestaat een zekere welwillendheid om zo tegen de relatie tussen jodendom en christendom aan te kijken. Joodse denkers van Maimonides (1135/8 – 1204) tot Frans Rosenzweig (1886 – 1929) spreken over het christendom als een ‘jodendom voor de volkeren’. Zij zien in de verspeiding van het christendom de vervulling van ettelijke psalmen waarin voorspeld wordt dat Gods naam over de gehele aarde zal worden verspreid.
Kunnen christenen niet beter samenwerken met joden en alle mensen van goede wil aan de realisatie van Gods Koninkrijk op aarde in plaats van te steggelen wie zich nu bekeren moet?
Deze tekst is een reactie op:
Knelt de band met Israël?
Het Trouw-team van godgeleerden bespreekt om de week de actualiteit. Vandaag vragen twee spelers van het theologisch elftal zich af of de kerkelijke sympathie voor Israël niet beter ingeruild kan worden voor een Palestijnvriendelijker houding.
De lutherse Manuela Kalsky vindt dat juist religies de band met Israël kunnen vasthouden en de rechten van Palestijnen eerbiedigen., Solidariteit met Palestijnen schiet door, vindt Willem van Vlastuin. ’De Jood’ is zijn ’oudere broer’ – die christen moet worden.
Amerikaanse lutheranen worden opgeroepen 'foute' Israëlische producten te boycotten, schreef deze krant afgelopen week. Of Nederlandse lutheranen zich achter deze boycot scharen, is twijfelachtig. Ze zijn lid van de Protestantse Kerk in Nederland, en protestanten koesteren hier al decennia sympathie voor Israël; in de PKN-kerkorde staat zelfs dat de kerk ’onopgeefbaar verbonden’ is met Israël. Geregeld klinkt echter het verwijt dat deze voorkeur een blinde vlek heeft veroorzaakt voor het lot van de Palestijnen. Is het theologisch wijs deze houding in stand te houden of is een afstandelijker opstelling gepaster, waarbij niet langer de Bijbel of het lot van de joden in de Tweede Wereldoorlog maatgevend is, maar het internationale recht?
De theologe Manuela Kalsky, van huis uit Luthers, meent dat de situatie in het Midden-Oosten te complex is om deze vraag eenduidig te beantwoorden. „Wij kennen in Europa een lange geschiedenis van anti-judaïsme, die uitliep in de Shoa. Ik ben van Duitse afkomst, misschien ben ik me daardoor extra van dit verleden bewust. Deze geschiedenis zorgt ervoor dat wij in Europa verantwoordelijk zijn voor het lot van de Joden, en dus ook van de staat Israël. Ik gebruik nu opzettelijk het woord ‘verantwoordelijkheid’, en niet ‘schuld’. Ik ben van een generatie die niet direct schuldig is aan de jodenvervolging. Maar in onze geschiedenis ligt de oorzaak van de Shoa, dat kunnen we nooit ontkennen en daardoor blijven we verantwoordelijk.’’
Dat is volgens Kalsky één kant van de complexe huidige verbondenheid met Israël. De andere kant heeft theologische wortels. ,,Het heilige boek van de joden, de Thora, is ook ons heilige boek. Het beloofde land, Kanaän, dat al aan Abraham is toegezegd, is onlosmakelijk verbonden met de oprichting van de staat Israël. Voor joden valt daar niet aan te tornen. Dat hoeft ook niet, het bestaan van de staat Israël is voor mij geen punt van discussie. Maar in de Bijbel staat geen grensbepaling, en ook niet dat er geen Palestijnse staat kan worden gesticht. Naar mijn idee moet die staat er komen. Wij moeten de resoluties uitvoeren die de VN in 1967 hebben aangenomen. Dan komt er geen Groot Israël, en kan op de Gazastrook en de Westbank een Palestijnse staat worden gesticht.”
Ook Willem van Vlastuin, predikant van de hersteld hervormde kerk in Katwijk, ziet geen tegenstelling tussen het internationale recht en zijn theologische visie op de staat Israël. „Theologie en internationaal recht zijn twee golflengtes waarop je denkt, leeft en spreekt.’’
Is dat niet makkelijk? Op de ene golflengte wordt over de rechten van de Palestijnen gesproken, en op de andere weergalmt de onlosmakelijke verbondenheid van Israël. Van Vlastuin: „Nee, dat is juist ingewikkeld, in de dagelijkse praktijk zorgen die twee golflengtes voor spanning. Niet erg, liever spanning die tot nadenken stemt dan je vastleggen op alleen een theologische visie of een uitspraak van het internationale recht.”
Kan dat er ooit toe leiden dat u de verbondenheid met Israël moet opgeven? Van Vlastuin: „Nee. Je kunt onmogelijk christen zijn zonder je te realiseren dat de Bijbel een joods boek is, en dat Christus een jood was. Het joodse karakter van het christelijk geloof is onopgeefbaar. Dat betekent dat er voor christenen altijd een bijzondere verbondenheid met Israël zal zijn en blijven.
Je kunt je afvragen wat dit uitgangspunt theologisch betekent. Moet een christen jood worden of een jood christen? Ik denk het laatste: een jood moet christen worden. Christus is de vervulling van het hele Oude Testament. Kijk naar het leven van Paulus, hij was tegen Christus maar werd christen. Christus heeft zich via Israël geopenbaard, hij wordt ook niet voor niets de ’laatste Adam’ genoemd. Dat betekent dat de hele mensheid met hem te maken heeft. Israël heeft een bijzondere plaats gekregen in Gods plan maar wel met het oog op alle volkeren. Denk aan Abraham, hij werd geroepen: ‘In u zullen alle volken gezegend worden.’ Van meet af aan is de verbijzondering van Israël gericht geweest op het heil van de wereld. Dit betekent niet dat wij ons theologisch al te zeer op het jodendom moeten richten, zoals je nu in veel kerken wel ziet gebeuren. Wij moeten geen joden worden, het gaat om Christus, hij is de vervulling van Israël. De jood is voor mij bijzonder, ik beschouw hem als mijn oudere broer. En een oudere broer zal ik nooit verloochenen.”
Van Vlastuin heeft ook niet het idee dat de huidige verbondenheid met Israël een blinde vlek voor het lot van Palestijnen heeft veroorzaakt. „De kerken zijn zo enorm begaan met Palestijnen, dat ik me soms afvraag of men wel genoeg inziet wat Hezbollah en Hamas uitrichten.’’
Er is te veel medelijden met Palestijnen? ,,Medelijden kan geen kwaad. Maar weet wel dat een deel van de Palestijnen nog steeds uit is op de vernietiging van de staat Israël, wat ook hard indruist tegen het internationale recht.’’
Het heeft volgens Manuela Kalsky weinig zin Palestijnen en Joden tegen elkaar uit te spelen. „In de jaren vijftig, zestig hadden de Nederlandse kerken vooral Israël in het vizier, maar de laatste jaren bekommert men zich ook zeer om het lot van de Palestijnen. Veel belangrijker dan de religieuze verschillen te benadrukken, zoals sinds 11 september wereldwijd wordt gedaan, is de zoektocht naar dialoog. Ook in Israël is een vredesbeweging. Als kerk moeten we ons niet tegen Israël richten, maar juist kansrijke vredesinitiatieven ondersteunen.”
Is dat niet naïef? „Nee. Sinds 11 september horen we telkens dezelfde dreun: religie is in de kern gewelddadig. Als extremistische moslims geweld gebruiken, stelt men steevast dat ze uit religieuze overwegingen handelen. Verafschuwt een gematigde moslim geweld, dan zoekt men de reden daarvoor niet in zijn religiositeit maar beschouwt men hem als een halve atheïst, die hard op weg is zich aan te sluiten bij onze zogenaamde Verlichting. Dat is vreemd, want er is ook een andere kant: religieuzen kunnen uitstekend bemiddelen in conflicten. In Duitsland verscheen onlangs ‘Religion, Macht, Frieden; Das Friedenspotential von Religionen in politischen Gewaltkonflikten’, waarin beleidswetenschapper Markus Weingardt beschrijft hoe in zo’n dertig landen religieus geïnspireerde initiatieven tot een vermindering van het geweld leidden. Zo heeft de katholieke lekengemeenschap San Egidio een cruciale rol gespeeld bij het vredesproces in Libanon, Kosovo en Mozambique. Als we dat ook in Israël proberen, kunnen we onze onopgeefbare verbondenheid met Kanaän in stand houden zonder de Palestijnen te krenken en het internationale recht te schofferen.”
Bron: Peter Henk Steenhuis / Trouw (29-08-07)
...
|