Apocalypto door de bril van The Passion
Levend Joods Geloof, april 2007 (Pesach nisan 5767)
‘Apocalypto’ en ‘The Passion of the Christ’ van regisseur Mel Gibson verschillen in een aantal opzichten sterk van elkaar. De plaats van handelen is verschillend: Jeruzalem versus een Midden-Amerikaans land. De kritieken zijn ook verschillend: de ‘Passion’ werd bejubeld en vergruisd, ‘Apocalypto’ maakt beduidend minder gevoelens los. Toch delen beide films ook veel met elkaar: de verheerlijking van opoffering, het overmatig gebruik van bloed en de sterke discriminatoire tendensen.
‘The Passion’ werd als snel sterk bekritiseerd. Uit christelijke hoek werd er geprotesteerd tegen het pornografisch geweld waarmee Gibson Jezus de mensheid laat verlossen. In deze bijna twee uur durende helletocht wordt elk lijden doelloos en daarmee zinloos. Ook uit Joodse hoek kwamen de kritieken. Gibson zou het eeuwenoude christelijke adagium van de joden als ‘Godsmoordenaars’ weer opnieuw leven hebben ingeblazen. Dat Gibson zelf niet al te vriendelijke gevoelens heeft naar joden toe is bekend. Vorig jaar beledigde hij een agent die hem wegens rijden onder invloed op de bon slingerde. De beledigingen zijn niet herhaalbaar, maar het kwam er op neer dat ‘de Joden’ aan alle ellende in de wereld schuld hadden.
Theologisch tweeluik
En niet alleen de ‘Passion’ heeft een duidelijke (ultra-orthodoxe katholieke) theologie, maar ook Gibsons nieuwe film ‘Apocalypto’. Het triomfalisme van deze ‘offertheologie’ is eigenlijk alleen zichtbaar voor een geoefende toeschouwer die naar ‘Apocalypto’ kijkt met de ‘Passion’ in zijn achterhoofd. In feite is ‘Apocalypto’ het vervolg op ‘The Passion’, het is een theologisch tweeluik. Ondanks de kritiek op ‘The Passion’ dat het daar getoonde lijden zonder zin of doel is, heeft Gibson – naar eigen zeggen – wel een film heeft willen maken over de zin van het menselijk lijden, en in het bijzonder dat van Jezus. Hoewel hij dit niet expliciet in zijn film toont, kan iedereen zijn boodschap meevoelen. Gibson predikt een offertheologie. Hierin wordt de schuld van de mens zo groot voorgesteld dat al het menselijk pogen (bidden, offeren, goede daden doen) te kort schiet om ooit door God vergeven te kunnen worden. God moet dan met de mensen verzoend worden. Maar omdat de schuld van de mensheid zo groot is, kan die alleen door Hemzelf worden weggenomen. In deze – nu wat bizar wordende theologie – stuurt God zichzelf in zijn Zoon naar de wereld om daar op het kruis in naam van de mensheid God met zichzelf te verzoenen. Offer, bloed, zonden, lijden en vergeving hebben onverbrekelijk met elkaar van doen. Het is door het bloed en het lijden van de Zoon dat de zonden van de mensen worden weggeveegd. De link met de eucharistieviering is snel gemaakt (zeker door de katholieke Gibson). Een van de traditionele gebeden uit de katholieke eredienst zegt dan dat “op onbloedige wijze het bloedige offer van Christus wordt herhaald.”
Slacht-offers
Die offertheologie is dan ook gelijk de link van ‘The Passion’ naar ‘Apocalypto’. Het indianenavontuur staat stijf van de bloederige taferelen, waarbij de offercultus bij een zogenaamde Maya-tempel het hoogtepunt vormt. In de film worden honderden, zo niet duizenden mensen ritueel vermoord. Op de tempel snijdt de hogepriester het hart uit de (letterlijke) slacht-offers om de goden gunstig te stemmen. Het bloed druipt over de trappen naar beneden. Het is onnodig om te vermelden dat de offers van de priesters niets uithalen. Een bekend oudtestamentisch verhaal komt direct bovendrijven: “Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de HEER die nog over is. De profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. [23] Breng ons twee stieren. Zij mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet aansteken. [24] U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de HEER aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’” (1 Kon. 18) Ook hier slagen de ‘afgodenaanbidders’ er niet in de goden te behagen.
Afzetten
Hiermee haakt Gibson aan bij een eeuwenoud idee dat al in de vroege christelijke gemeenten speelden. Door de onderlinge spanningen tussen de nieuwe christelijke groeperingen en de Joodse mainstream begonnen christelijke denkers hun eigen identiteit te benadrukken door zich van hun Joodse wortels af te zetten. Gibson lijkt de Hebreeënbrief te citeren waarin staat dat Christus in zijn ene offer alle andere offer overbodig gemaakt heeft. “Eerst zegt hij: ‘Offers en gaven hebt u niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden u niet’ – daarmee bedoelt hij de offers die volgens de wet worden gebracht. Dan zegt hij: ‘Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen,’ waarmee hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn. Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus. De priesters blijven dagelijks hun dienst verrichten en steeds opnieuw dezelfde offers opdragen die de zonden nooit teniet zullen kunnen doen, terwijl hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen.” (Hebr 10,8-12)
‘Verlossing’
Op het einde van de zinloze slachtingen van ‘Apocalypto’ (dezelfde zinloosheid van lijden als in ‘The Passion’) volgt de verlossing, die in ‘The Passion’ mist. Als de indianen bloedend over elkaar heen liggen, eindigt de film met de aankomst van de eerste Spaanse veroveraars. Op het eerste schip dat aan de horizon verschijnt, is nog net een priester te zien met een geheven kruis. Daar is Gibsons verlossing. In de geschiedenis van het Christendom zijn ontelbaar vele ‘ongelovigen’ (of het nu de joden uit de ‘Passion’ zijn of de Maya’s uit ‘Apoca;ypto’) slachtoffer geworden van deze christelijke ‘verlossing’. Ze werden gedwongen zich te laten dopen of riskeerden hun leven. Het verschil tussen een ‘aangeboden verlossing’ en een ‘gedwongen verlossing’ is uitermate dun. Dat is niet alleen zo geweest bij de Joodse gemeenschappen in Europa, maar ook bij de Mayavolkeren in Midden Amerika. Luguber is de ‘verlossing’ die Gibson de indianen biedt. Want met het ‘verlossende kruis’ van de Spaanse katholieke priesters kwamen ook de Conquistadores, die op even bloedige wijze de indianen hebben uitgemoord. Hun ‘verlossing’ uit bloedige wreedheden – zo typeerden de Spaanse bezetters – bestond uit de vernietiging van hun cultuur, taal en identiteit.
Op deze wijze worden ‘Apocalypto’ en ‘The Passion’ met elkaar verbonden. De offers van joden en heidenen (Maya’s) wordt overbodig en zinloos gemaakt door het eenmalig ‘superoffer’ van Jezus Christus. Bloed (zonde) kan alleen met ander bloed worden weggepoetst. Een soort goddelijke bloedwraak. Misschien dat Gibson het afslachten van de indianen ook deel vindt van het goddelijk offer. En dat terwijl de door Gibson zo bewonderde Jezus zelf in een hele andere lijn staat. In Mattheus citeert Jezus tweemaal het 1e hoofdstuk uit Jesaja: “Ik verlang barmhartigheid en geen offers” (Mat. 9,13; 12,7). Hiermee haalt Jezus de hele verbinding tussen zonde en pijn (vergelding) weg, en staat hij in een lange traditie van oudtestamentische profeten. Weer een punt dat Gibson niet heeft begrepen.
Bron: Dit artikel is eerder gepubliceerd in Levend Joods Geloof, april 2007.
...
|