|
De Zwarte Bruid
voor 14-02-07
Bij de zee aan het warme strand keren de golven terug
Er staat een man zonder haren op, de dood in zijn rug
En hij danst met zijn zwarte bruid tot de avond valt
En keert dan ijlings terug naar zee, voor de morgen komt
En ergens in een ander land spoelt diezelfde zee weer aan
Bruisend en golvend in een emmer van satijn
Haar handen strelen zacht door schelpen en zeewier
Ze keert haar emmer telkens om, ze draagt de zee weer terug
De dochter van de zee, ze draagt haar vaders licht
Ze schreeuwt tegen de branding in, tot de morgen valt
En de vissers die haar lichten zien, varen behouden thuis
De meeuw die boven de golven hangt, stort in het water neer
...
|