|
Val van opstanding
14-02-07
in den beginne was het woord
en het woord was bij god
en het woord was god
direct na het begin werd het woord vlees
en het vlees was een vrouw
en het vlees was vrouw
daarna werd deze vrouw geboren
en ze was mooi als god zelf
en ze was god zelf
zij was het licht der wereld
maar de wereld was blind
daarna groeide zij op in 't verborgene
zij werd bewaard in gods schoot
zij was gods schoot
zij groeide op in liefde en wijsheid
want de liefde had haar verwekt
en de wijsheid had haar geschapen
toen werd zij in de woestijn geworpen
dorstig naar wat ze niet had
hongerig naar het woord dat haar gemaakt had
ze was een licht in de duisternis
maar de duisternis smoorde haar licht
in de woestijn bad ze tot haar god
jij die mij maakte, red mij
jij die mij wilde, richt mij op
de woestijn bood alles wat zij bezat
brak water zonder leven
een dorre schoot zonder hoop
maar haar god in medelijden bewogen
liet het nieuwe manna regenen
en levend water uit de rots
en zij dronk gods woord binnen
en bleef leven voorbij de woesntijn
in die dagen trok zij uit de woenstijn
en in de stad aangekomen
trof zij een handelaar in vissen
zij vroeg hem om met haar mee te gaan
na lang dralen antwoordde hij
nee, mijn vissen hebben me nodig
en zo bleef zij alleen
met brood zonder vissen
met wijn zonder druiven
zij schudden het stof van haar voeten
en zij verdween in de nacht
in weer een ander dorp gekomen
trof zij bij een dode zee
een vloot vissers zonder vis
zij bood haar ongeschonden lichaam aan
maar zij visten zwijgend verder
hun netten leeg als hun hoofd
doch aan de rand van de zee gezeten
trof zij een visser zonder net
zwijgend starend naar de zee
ze ging dicht tegen hem aan zitten
en samen zwegen ze de gehele dag
toen weende zij bloedige tranen
brood van steen
val van opstanding
ze zei: ga met me mee
en de visser keek
weg van zijn vissen
en hij tekende in het natte zand
letters zonder begin
cijfers zonder einde
hij drufde niet om te zien
naar het antwoord van haar stem
wankelend in de avondzon zei ze tot hem
eet mij, drink mij
word weer levend
en hij pakte haar hand en zei:
wie jouw vlees eet
zal leven in eeuwigheid
en zij versmolt tot de beker tussen zijn knieën
en hij dronk gods woord
en at haar levend lichaam
mijn vlees van mijn vlees
mijn bloed van mijn bloed
en het woord werd vlees wederom
tot aan de voleinding der aarde
|