Overheid moet geen zin geven (21-12-06)
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) publiceerde het rapport ‘Geloven in het publieke domein’, dat Trouw parafraseerde met: “Nederland heeft een ‘gemeenschappelijke binding’ nodig en de overheid moet zich met zingeving gaan bezighouden.” Ik zou zeggen: alsjeblieft niet!
De overheid is bedoeld en ingesteld om een ‘fatsoenlijke samenleving’ te creëren en de bewaken. Dit is niet het ‘fatsoen moet je doen’ van Balkenende cum sui, maar het fatsoen van een samenleving waarin de overheid haar burgers niet onderdrukt of discrimineert, waarin recht tussen burgers wordt gesproken en waarin het monopolie op geweld bij de wetshandhaving (politie) ligt. Het wel of niet open houden van de deur of het wel of niet opstaan voor een ander in de trein is een kwestie van beschaving van de individuele burgers. Héél mooi, maar niet iets dat door de overheid, door middel van een wet geregeld moet worden.
Fatsoen
Een samenleving kan een bepaalde gemeenschappelijke binding hebben, maar die wordt niet door de overheid gemaakt of bepaald. Nee andersom: de overheid is het resultaat van die gemeenschappelijke binding en zorgt dat die binding kan worden gecontinueerd. In andere woorden: Als de christelijk-humanistische traditie wordt gezien als een van de pijlers van onze Nederlandse samenleving, dan wordt dit niet veroorzaakt door een gelikte overheidscampagne, maar door een algemeen gedeeld gevoel in de samenleving. Vervolgens wordt die regering gekozen die deze gemeenschappelijke wortels kan behouden en continueren. Zie het electorale succes van ‘conservatieve’ (in de zin van: waarde hechten aan de Nederlandse traditie) partijen als CDA, SP en Partij voor de Vrijheid (Wilders).
Failliet
Zodra een overheid een eigen gemeenschappelijke binding gaat creëren in plaats van een bestaande behouden, ontaart die overheid in een totalitair regime. De mislukte politiek-sociologische experimenten in Spanje, Rusland, Chili enz. met door de overheid geleide ‘gemeenschappelijke bindingen’ hebben reeds op bloedige wijze het failliet hiervan aangetoond. Communisme en fascisme hebben laten zien wat er gebeurt als een overheid niet meer de reeds bestaande maatschappelijke bindingen gaat behoeden, maar zelf wil creëren.
'Ontevreden buitenstaanders'
De opkomst van de ‘niet-religieuze niet-gebonden’ zinzoekers zou volgens de WRR kunnen nopen tot overheidsingrijpen. De overheid moet de ‘zin in de samenleving’ aanreiken aan deze ‘ontevreden buitenstaanders’. Maar de overheid kan dit helemaal niet doen, tenminste niet zonder in totalitaire reflexen te schieten. Hoe kan een overheid een zingevende, maatschappelijke binding geven als deze niet door de burgers die haar kiezen, aangedragen wordt? Wat verwacht de WRR? Een overheid kan geen zin geven of maken, hoogstens de voorwaarden maken en bewaken voor groepen of individuele burgers om samen die zin ‘uit te vinden’.
Scheiding Kerk en Staat
Het bekendste voorbeeld van zinzoekende en –makende burgergroeperingen is de traditionele kerk. Binnen een gemeenschap van min of meer gelijkgelovenden wordt de realiteit van alle dag voorzien van een bepaalde zin en doelmatigheid. De in ons land zo felgeprezen scheiding van Kerk en Staat bestaat er juist in dat deze laatste zich juist verre houdt van de religieuze (zinzoekende) inborst van haar onderdanen. De overheid creëert alleen de mogelijkheden om samen naar een zin op zoek te gaan. De overheid zorgt ervoor dat kerkgemeenschappen gebouwen kunnen kopen en onderhouden, goed geschoold personeel in dienst kunnen hebben en zelfs onder een schappelijk belastingsregime vallen.
Geen bemoeien
Een staat of een regering die de rol van de kerken wil overnemen door zelf een zingevende binding aan te geven of op te leggen, verhuist direct naar de duistere Middeleeuwen waarin het geloof van de onderdanen werd bepaald door het geloof van de toevallig heersende vorst. Reformatie, Verlichting en de scheiding Kerk en Staat hebben ervoor gezorgd dat dit juist tot het verleden behoort. De Staat bemoeit zich niet met zingeving en religie, maar is er – quia samenstelling - in zekere zin slechts het electorale gevolg van.
Hoe kan de WRR nu pleiten voor een zingevende overheid? Een moderne overheid kan geen zin geven, zij zou dit dan ook niet moeten willen, en wetenschappelijke raad zou dit al helemaal niet moeten adviseren.