Home
lijn

Columns
lijn

Journalistieke artikelen
lijn

Opinie-artikelen
lijn

Interviews e.d.
lijn

Wetenschappelijke publicaties
lijn

Podcasts
lijn

Cultuur
lijn
Films
Muziek
Games
Boeken
Reclames

Fictie
lijn
Proza
Poëzie

Dossiers
lijn
Religie en internet
Medische ethiek
Politiek en religie
Esoterisch christendom
South Park
Perry Rhodan
Benedictus XVI
Bisdom 's-Hertogenbosch

Speciale acties
lijn
Meest spraakmakende theoloog
@Kathochismus
Wij blijven katholiek
Wij luiden voor Oranje

Kritieken en plaaggeesten
lijn

Contact
lijn

Disclaimer
lijn

Loftuitingen

"de Nico ter Linden van de RKK: speelse narratieve theologie"
- Ruard Ganzevoort (VU A'dam)

"eerste hulp bij vragen over populaire relikunst" - Trouw

"de meest geciteerde theoloog in de media" - Brabants Dagblad

"een van de geheime wapens
van de katholieke kerk"
- NRC Handelsblad

"de angry bird onder de theologen"- isidorusweb.nl

"de Theoloog des Vaderlands"
- GoedGelovig.nl

"het midden tussen een gedreven docent en een begenadigd prediker" - De Scherper

The Nativity Story: Maria tussen legende en historie
Artikel, Isidorusweb.nl, 08-12-06

The Nativity Story vertelt het verhaal rond de geboorte van Jezus, maar de film draait feitelijk om de zwangerschap van Maria en haar moederschap. De Nativity Story is inhoudelijk-theologisch gecontroleerd door christelijke, joodse en islamitische theologen, en er zijn geen ongerechtigheden gevonden. Op zich niet vreemd, want het filmverhaal wijkt op geen enkel punt af van het bekende kerstverhaal dat we elk jaar keer op keer aan onze kinderen vertellen. Aan de andere kant is dat eigenlijk des te vreemder, omdat het ons collectief kerstverhaal een bonte mix is van twee canonieke evangeliën (Lucas en Mattheus), zeker één apocrief evangelie (pseudo-evangelie van Jacobus) en allerlei interpretaties van deze gegevens in latere eeuwen.

Omdat de Nativity Story eigenlijk draait om het leven van Maria in de periode dat zij het Christuskind in zich draagt, is het interessant om eens te zien welke Maria precies uit de evangeliën naar voren komt. Hoe schilderen Mattheus en Lucas elk hun eigen ‘Maria’? Wat is de rol van het pseudo-evangelie van Jacobus in de vorming van een volksdevotie die zijn weerga niet kent?

Betekenissen naam ‘Maria’

De betekenis van de naam Maria wordt verschillend geduid: van het Hebreeuwse woord voor ‘mirre’ en ‘lichtdrager’, ‘stilla maris’ (Hieronimus, ‘een druppel van de oceaan’) tot ´Marah´ (zoals Mozes het water zoet maakte, zo maakt Maria’s schoot de bittere zonde van de Val weer zoet, Exo. 15,23-25).

Mattheus: vanuit het oude naar het nieuwe

Mattheus wil een Jezus schetsen die in de lijn van de oudtestamentische messiasvoorspellingen staat. Hij laat Jezus bijvoorbeeld zeggen: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” (5,17) Hij begint met Jezus in een lange geslachtslijn te plaatsen waarin alle belangrijke figuren uit de Joodse geschiedenis geplaatst zijn. Hij eindigt dan met “Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.” (1,1-17)

'Zwanger van de heilige Geest'

Mattheus verwijst vijf keer expliciet naar oudtestamentische teksten.

“Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest.” (1,18) en “De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’” (1,23) verwijzen naar “Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.” (Jes. 7,14)

Bethlehem

"En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden." (2,6) verwijst naar “Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer. Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten.” (Mi. 5,1-2)

'Uit Egypte'

“Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.” (2,15) verwijst naar “Toen Israël nog een kind was, had ik het lief; uit Egypte heb ik mijn zoon weggeroepen” (Hos. 11,1) Jezus wordt hier vergeleken met Mozes, die door God weer naar Egypte geroepen werd nadat hij gevlucht was. Mozes had immers een Egyptenaar in zijn woede vermoord. Op Gods gebod moest hij terug.

'Rachel beweent haar zonen'

“Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.” (2,18) verwijst naar “Dit zegt de HEER: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.” (Jer. 31,15) De kinderen die Rachel beweent zijn dezelfde als de zuigelingen die op Herodes' bevel worden vermoord.

'Nazoreeër'

“Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden'.” (2,23) zou naar een oudtestamentische tekst moeten verwijzen, maar is tot op heden onvindbaar, noch binnen noch buiten de canon.

De Ster van Bethlehem

Mattheus verwijst ook ‘verborgen’ naar oudtestamentische teksten:

De 'ster van Bethlehem' verwijst (hfd.2) naar “Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel.” (Jes. 60,3) en magiërs die goud, wierook en mirre komen aanbieden verwijzen naar dezelfde passage “Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud.” (Jes. 60,6). De kerkvader Origines vertaalt deze 'magiërs' met drie Arabische koningen op basis van de parallellen met Jesaja. In de traditie krijgen deze 'koningen', spoedig 'wijzen' genoemd, de namen Casper, Melchior en Balthasar.

De Vlucht naar Egypte

De vlucht van Jezus, Maria en Jozef naar Egypte en hun terugkeer naar Israël (hfd. 2 en 3) is een omkering van de vlucht uit Egypte van Mozes en zijn terugkeer om de Israëlieten te bevrijden, en een parallel met de uittocht van Israël uit Egypte (niet veel later) en de intocht in het Beloofde Land (40 jaar later). Jezus is de nieuwe Mozes. En zoals Mozes het Oude Verbond (10 geboden) bracht, zo brengt Jezus het Nieuwe Verbond. Deze Mozes/Jesus-parallellie wordt later door Mattheus versterkt bij de zgn. 'transfiguratie van Jezus (17,1-6) die sterke overeenkomsten vertoont met die van Mozes (en Elia) zelf. Bovendien worden Mozes en Elia voorgesteld staande naats de verheerlijkte Jezus.

Dromen

Jozef, de man van Maria, weerspiegelt met zijn drie dromen ('Neem Maria tot je vrouw', 'Ga naar Egypte' en het bevel tot terugkeer) zijn oudtestamentische naamgenoot, Jozef, de zoon van Jacob en dromenuitlegger aan het Egyptische hof. Door Jozef komt het volk/het kind Jezus in Egypte.

Lucas: subtieler

Lucas schetst eenzelfde Jezus (in de lijn van het Oude Testament), maar doet dit subtieler dan Mattheus. “Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten.” (24,27) Lucas is de schriftuurlijke bron voor bekende verhalen rond de Annunciatie (aankondiging), de Visitatie (van Maria aan haar nicht Elisabeth), de Geboorte en de Opdracht in de Tempel (inclusief het terugvinden van de discusiërende geleerden).

Johannes de Doper

Lucas verweeft de geboorteverhalen van Johannes (de Doper) en Jezus met elkaar:

Gabriël zegt tegen Maria “Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” (1,28); Elisabeth zegt tegen Maria: “De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!” (1,42)

Maria “schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.” (29) net als “Zacharias hevig schrok bij het zien van de engel en hij door angst werd overvallen.” (12)

Rafaël stelt Maria op haar gemak “ ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken” net als een onbekende engel dat bij Zacharias doet “Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord” (13)

Beide engelen vertellen van de geboorte van een zoon die beide een belangrijke missie voor de boeg hebben: “Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. ] Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.” (31-33) en “Je vrouw Elisabeth zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.” (13-17)

Verzet

Beiden sputteren tegen: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.” (34) en “Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd'.” (18)

Beiden krijgen een goddelijk teken: Maria krijgt te horen “Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap.” (36) Zacharias wordt met stomheid geslagen: “Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.” (20)

Gabriël

Ook Lucas verwijst – net als Mattheus – ‘verborgen’ naar oudtestamentische teksten. Lucas verwijst in de hele constructie van zijn geboorteverhalen (van Jezus en Johannes) naar oudtestamentische verhalen en verzen.

De geboortes van Jezus en Johannes echoën de verschijning van de engel Gabriël aan Daniel (9,21). De engel profeteert over de geboorte van de Messias. Hij groet Daniël net als Maria “kekaritomene” (“plena” in het Latijn). Ook stelt de engel Daniel gerust (10,2) en slaat hij hem met stomheid net als Zacharias.

In Rechters wordt ook Gideon door een engel gegroet “de Heer is met je” (6,12) net als de woorden aan Maria. Gideon vraagt net als Zacharias een teken.

Gabriël vertelt Maria dat “zij overschaduwd zal worden door de kracht van de Allerhoogste” net zoals de de wolk van God de Ark van het Verbond overschaduwd aan het einde van Exodus (40,34). Maria wordt voorgesteld als de Nieuwe Ark van het Nieuwe Verbond.

Als Maria haar nicht Elisabeth bezoekt, roept deze laatste uit: “En hoe komt mij dit toe, dat de moeder van mijn heer naar mij toekomt”. Vergelijk David: “Hoe zal de ark van heer naar mij komen?” (2 Sam. 6,9)

Maria blijft drie maanden bij Elisabeth net zoals de ark “drie maanden in het huis van Obededom de Gittiet bleef” voordat het naar Gods stad werd verhuisd (2 Sam. 6,11)

Dienstmaagd

Hannah en haar zoon Samuel worden ook als voorafspiegelingen van Maria en Jezus geschetst. In het eerste hoofdstuk van het boek Samuel noemt Hannah zichzelf meer dan vijf maal 'dienstmaagd'. En haar hymne is de bron van Maria's eigen Magnificat. Als het Magnificat werd gezongen door Elisabeth (zoals o.a. Irenaeus) beschrijft, is de overeenkomst nog sterker: zowel Hannah als Elisabeth danken de heer na jaren van onvruchtbaarheid.

De stal van Bethlehem’

Er is geen sprake van een ‘stal’, alleen van een ‘kribbe’ (‘thaten’). De beroemde os en de ezel zijn een vermenging van twee ‘kribbes’. De ‘thaten’ in Lucas en die in “De os kent zijn meester en de ozel zijn meesters voerbak” (Jes. 1,3)

Lucas vermeldt dat de baby in een voerbak werd neergelegd omdat er geen plaats was in de “herberg”. “Katalemna” duidt op een ‘tijdelijk onderkomen’. In de Septuagint (de oude en zeer gezaghebbende Griekse vertaling van het Oude Testament) wordt hetzelfde woord voor Nathan gebruikt: “hij woonde in een tent en een tabernakel” (2 Sam. 7,6). Lucas suggereert hier een verplaatsing van God: van het tabernakel in de Tempel van Jeruzalem naar zijn zoon.

Maria in Paulus, Johannes en de Handelingen

Mattheus en Lucas hebben hoofdstukken vol geschreven over Maria en de gebeurtenissen rond de verwekking en geboorte van Jezus. De andere bijbelboeken zijn een stuk zuiniger in de mededelingen.

'Geboren uit een vrouw'

Paulus meldt Maria eenmaal in zijn brieven: “Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw ...” (Gal. 4,4). Marcus noemt haar tweemaal: “Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten en zoeken u.” (3,31-32) en “Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem.” (6,3)

Geen geboorteverhaal bij Johannes

Johannes noemt Maria nooit bij naam en verhaalt ook niets van de Mariaverhalen van de andere evangelisten. Johannes begint zijn evangelie met zijn proloog over ‘In het begin van het Licht…’ en schakelt dan over op de volwassen Johannes de Doper die de volwassen Jezus doopt.

Bruiloft van Cana

Maria speelt in twee scènes een rol: bij de bruiloft te Kana en tijdens de kruisiging. Zijn moeder meldt aan Jezus dat de wijn tijdens het feest op is. Jezus antwoordt bits: “Vrouw, wat heb ik met jou van doen. Mijn uur is nog niet gekomen.” Zijn moeder zegt dan aan de knechten: “Doe maar wat hij jullie zeggen zal.” (Joh. 2,3-5) Doordat de wijn op de bruiloft in de traditie zo sterk verbonden is (als voorafspiegeling) aan de eucharistische wijn, wordt Maria (wederom in de traditie) voorgesteld als de kerk, die de genade van Jezus bemiddelt.

Johannes Chrysostomos (+ 407) interprteert Maria’s afstraffing als voorkomend uit moederlijke trots en ongeduld. De westerse traditie heeft deze vernederende behandeling aan het adres van Maria niet kunnen verdragen en interpreteert deze meestal als niet gericht aan moeder Maria, maar aan de kerk die komen zal na zijn kruisiging.

'Geliefde moeder'

Onder het kruis geeft Jezus zijn “moeder” aan zijn “zoon” en omgekeerd (Joh. 19,26-30). Deze scène wordt traditioneel geïnterpreteerd als het moment waarop Maria met een soort universeel moederschap bekleed wordt. De geliefde leerling staat dan voor de gelovige christenen.

'Mater Ecclessia'

In Handelingen beschrijft Lucas dat “Maria, de moeder van Jezus” present was in de “bovenzaal” in Jeruzalem waar de apostelen, de “vrouwen” en zijn “familieleden” samen bidden na zijn hemelvaart (Hnd. 1,14). Omdat in de volgende scène van de geestuitstorting direct hierop volgt, kan worden aangenomen dat Maria ook daarbij aanwezig is. In devotionele kunst wordt zij vaak als de ‘Mater Ecclesia’ voorgesteld, vaak in het midden van de apostelen en soms is juist zij het door wie de genade van Gods geest naar de apostelen stroomt.

Maria in de apocrieve geschriften

De belangrijkste gegevens voor de mariale devoties wordt – behalve uit de canonieke evangeliën – voornamelijk betrokken uit het ‘Proto-Evanglie van Jacobus’. Andere documenten zijn hierop gebaseerd, zoals o.a. het ‘Evangelie volgens de Pseudo-Mattheus’, het ‘Evangelie volgens Thomas’, het ‘Verhaal van de Geboorte van Maria’ en de ‘Gouden Legende’ (Jacob de Varagine).

Joachiem en Anna

In het PEvJ wordt de vader van Maria (Joachiem) voorgesteld als een rijke, vrijgevige en godsvruchtige man. Helaas zijn hij en zijn vrouw Anna kinderloos gebleven. Tijdens een zoveelste vruchteloos offer in de tempel krijgt Joachiem een schrobbering van de hogepriester omdat hij nog geen kinderen heeft. Joachiem vlucht in de woestijn en verblijft er 40 dagen om te vasten. Anna huilt thuis om het verlies van haar man. Als zij gekleed in haar buidsjapon door de tuin loopt, ziet ze een nestje met jonge vogels, wat haar verdriet alleen maar erger maakt. Maar dan krijgen Joachiem en Anna een boodschap van een engel dat hun een kind zal worden geschonken.

Opdracht in de tempel

Anna blijkt inderdaad zwanger. Van blijdschap besluiten ze het kind op haar derde aan de tempel op te dragen. En zo gebeurt. Engelen brengen haar voedsel en het eerste jaar raken haar voeten de grond niet. Als ze haar pubertijd bereikt, worden de tempelpriesters bang dat ze door haar naderende menstruaties de tempel zal verontreiningen. Ze moet dus worden uitgehuwelijkt. Jozef wordt door een godsgericht (aan zijn zijn staf bloeien bloemen) aan Maria gekoppeld. Hij sputtert tegen, maar neemt haar toch onder zijn hoede, doch zonder haar maagdelijkheid te verbreken (‘matrimonium ratum non consumatum’). In opdracht van de tempel weeft ze met zeven dienstmaagden een rood-paarse doek voor de tempel.

De opdracht van Maria in de Tempel wijst als het ware in de compositie van het evangelie vooruit naar die van haar zoon, Jezus.

Gifbeker

Het PEvJ vertelt in zo;n beetje dezelfde woorden als Lucas het verhaal van de Aankondiging, alleen krijgt Maria de engel nu tweemaal te zoen. Ze wordt zwanger en reist naar haar nicht. Bij thuiskomst ontdekt Jozef dat ze zwanger is. Net zoals in Mattheus wil hij in stilte van haar scheiden, maar wordt in een droom gerustgesteld. Dan plagen de priesters in de tempel het echtpaar aan omdat “de maagd die aan hem was toevertrouwd” door hem was bezoedeld. Ze drinken een gifbeker bij wijze van godsgericht, maar blijven leven.

Visioen

Tijdens de reis naar Bethlehem krijgt Maria een visioen van “twee volkeren”, één huilend en één juichend (waarschijnlijk allegorieën voor de joden die Jezus zullen afwijzen en voor de heidenen die hem aan zullen nemen). Een wolk van licht overschuwt de grot en verdwijnt pas als het kind er is. De opgestrommelde vroedvrouw prijst de heer, maar Salome – een andere vroedvrouw – is sceptisch. Als zij Maria toucheert, verbrandt haar hand. Door het kind aan te raken, geneest zij. In de Latijnse versie aanbidden de os en de ezel daadwerkelijk het kind. Net als in Mattheus komen herders en koningen het kind aanbidden en wordt Jozef gewaarschuwd voor de aankomende kinderslachting. Het gezin vlucht naar Egypte.

Splijten

In sommige versies van het PEvJ vlucht ook Elisabeth naar Egypte – samen met Johannes de Doper – en wordt in een in tweeën splijtende berg verborgen voor Herodes’ mannen. Zacharias wordt in de tempel doodgeslagen. Jezus noemt deze vermoorde Zacharias in zijn klaaglied over Jeruzalem (2 Kron. 24,20-21; Mt. 23,35; Lc. 11,50-51). De splijtende berg doet denken aan de Rietzee die Mozes deed splijten zodat de joden aan de Egyptenaren konden ontsnappen, en aan de rots die Mozes later in de woestijn deed splijten zodat er water uitkwam.

Mythische wezens

Tijdens de vlucht naar Egypte aanbidden draken, leeuwen en luipaarden het kind. Twee dieven (die later naast Jezus aan het kruis hangen) beroven de familie. Eén krijgt spijt en brengt de buit terug. Jezus belooft hem als beloning het eeuwige leven. Water en voedsel verschijnt voor hun ogen. In Egypte van de heidense goden van hun sokkels (Jes. 19,1) en de plaatselijke gouverneur bekeert zich.

Terug in Nazareth krijgt Jezus’ wat ‘balorige’ trekjes. Hij slaat zijn leraren met stomheid door zijn wijsheid, straft vriendjes af, etc. Dit laatste gedeelte van het PSvJ wordt in de mariale devotie en iconografie niet gebruikt.

Het twee belangrijkste elementen uit PEvJ zijn de bevestiging van de maagdelijke staat van Maria en de verklaring die het geeft voor ‘de broers en zussen’ van Jezus (Jozef was immers weduwnaar)

De Maagdelijkheid van Maria

Zowel Lucas als Mattheus noemen Maria een ‘parthenos’ (Grieks voor ‘maagdelijke vrouw/meisje’). Het is de Septuagintvertaling van het Hebreeuwse ‘almah’ wat ‘vrouw van huwbare leeftijd’ betekent. ‘Almah’ wordt ook gebruikt voor Rebecca (Gen. 24,43) en de meisjes in de harem van het Hooglied (7,3; 6,8). De Griekse equivalent van ‘Almah’ zou niet ‘parthenos’ moeten zijn, maar ‘neanis’ (algemeen voor ‘meisje’).

De door Mattheus aangehaalde tekst “Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.” (Jes. 7,14) leest ‘jonge vrouw’ en heeft niet de fysieke – laat staan de morele – connotatie van ‘maagdelijkheid’. Paulus bevestigt dit min of meer door in Galaten te spreken over Jezus “geboren uit een vrouw” en niet “uit een maagd”. (4,4)

Lucas verwijst bovendien tweemaal naar Jozef als de “vader” van Jezus (“je vader en ik zochten naar je”, 2,41; 48; 50) en Mattheus éénmaal (1).

Jezus’ broers en zusters

De verschijning van Jezus “broers en zussen” met zijn moeder (Lc. 19,21; Mc. 3,31; Mt. 12,46) en het belang van “Jacobus, de broer van Jeus” (Gal. 1,19) stelt de maagdelijkheid van Maria ter discussie. O.a. Origines en Gregorius van Nyssa claimden dat deze broers Jozefs kinderen uit zijn eerste huwelijk waren. Hieronimus stelt dat deze ‘broeders en zussen’ dat zijn vanuit (bloed)verwantschap en niet vanuit erfelijkheid. Het Hebreeuws heeft niet het uitgebreide vocabulair voor allerlei familiebanden, maar doet het met algemene termen.

Slotwoord

Maria is in de evangeliën dus welliswaar een hoofdfiguur, maar wel één met een duidelijke verhaaltechnische doelstelling. In haar persoon wordt de grootsheid van haar zoon voorafgebeeld. Waar Maria in de volksdevotie soms tot goddelijke hoogte kan stijgen, is en blijft ze in de evangeliën een richtingwijzer, naar Jezus als de god-mens. Dit fundamentele verwijzende karakter van de bijbelse Maria is de schrijvers van het Nativity-script toch wel een beetje ontgaan. En dat is jammer.

Bron: Isidorusweb.nl

...

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing. Deze site wordt niet gesponsord, noch door reclame financieel ondersteund.
Overgenomen teksten zijn van de eigenaar van deze site zelf of noemen hem bij name.

Valide CSS!