|
Wie doet wat in de ritueelbegeleiding?
Artkel samen met Harriet van der Vleuten, Uitvaart, 26-09-06
Op het symposium Wilde Rituelen in mei
van dit jaar troffen de traditionele hoeders
van de rituelen – vertegenwoordigers
en studenten van de theologische
faculteiten – en de nieuwe hoeders – zoals
ritueelbegeleiders, uitvaartbegeleiders,
geestelijk verzorgers – elkaar. Deze
ontmoeting riep de vraag op: wie doet
wat in het begeleiden van uitvaartrituelen.
Een terugblik en reflectie.
Veel mensen voelen zich niet meer thuis in de gevestigde kerkgemeenschappen, maar willen wel voorkomen dat de scharniermomenten van het leven onopvallend voorbij gaan. Zo ook bij de dood. De uitvaart is al lang niet meer het primaat van de kerken. Waar vroeger de pastoor of de
domi nee als eerste werd gebeld bij een overlijden,
is dat tegenwoordig eerder de uitvaartverzorger
of uitvaartbegeleider. Het aantal kerkelijke
uitvaarten daalt ieder jaar langzaam maar
gestaag. In de jaren 2000 tot 2004 is het aantal
katholieke kerkelijke uitvaarten met 1,4 procent
gedaald. Waar vroeger de taakverdeling tussen
uitvaartverzorger en pastor heel helder was – en op veel plaatsen nog steeds is – vinden er
tegenwoordig ook daarin verschuivingen plaats.
Ter opvulling van het ‘gat’ dat de pastor laat vallen,
ontstaan allerlei nieuwe beroepen en bedrijven:
voor stervensbegeleiding, funerair spreken,
ritueel- en rouwbegeleiding, rent-a-priest, uitvaartbegeleiders
die meer doen dan het verzorgen
van de uitvaart, nazorgconsulenten.
Behoefte aan emoties
Een ritueel bevindt zich ergens op de grens van uitersten.
Rituelen zitten tussen deductie en inductie. Dat betekent dat
bij elk ritueel de vraag gesteld moet worden of de individuele
wensen van de mensen die het ritueel ondergaan voorop staan
of dienen zij te kiezen uit een (beperkt) aantal bestaande rituelen?
Om een klein voorbeeld te geven: dienen de nabestaanden
bij een kerkelijke uitvaart bij de keuze van de liederen te
kiezen uit het kerkelijke repertoire (aansluiten bij de traditie
van die kerk) of moeten juist die liederen gekozen worden
die het beste bij de overledene passen (bijvoorbeeld Queen of
Frans Bauer?).
Een ritueel bevindt zich ook altijd tussen het individuele en
het collectieve. In de steeds verdergaande ontkerkelijking
en individualisering is de mens zelf verantwoordelijk geworden
voor het reguleren van de eigen emoties in situaties
die eigenlijk niet te vatten zijn, zoals het overlijden van een
dierbare. Mensen kunnen zich niet meer zo maar vinden in
een bepaalde (kerkelijke) traditie, maar moeten bij zichzelf
op zoek naar wat bij hen past. Zijn ‘rituele huishouding’ werd
altijd aangeleverd door een religieuze omgeving, zoals kerk of
godsdienstige gemeenschap. Nu deze omgeving grotendeels verdwenen is, maar de behoefte eraan onveranderd
aanwezig blijft, wordt een andere context
gezocht. Dat gebeurt in de collectiviteit – in onze ‘samenleving zonder kerk’ bijvoorbeeld tijdens
voetbalwedstrijden of rond de dood van een
bekende Nederlander – of het gebeurt door het
experimenteren met nieuwe vormen van de zogenoemde ‘rituelen op maat’. En natuurlijk zijn er
tal van tussenvormen.
In aangepaste vorm
Rituelen bengelen ook altijd tussen het hier-en-nu
(immanentie) en het ‘daar ergens’ (transcendentie).
Thomas Quartier, theoloog aan de
Radboud Universiteit te Nijmegen, bevestigt dat
het bij rituelen altijd gaat om datgene ‘wat boven
de individuele mens en zijn problemen heen
wijst’: het transcendente. Maar wat hem betreft
hoeft die transcendentie niet opgesloten te
blijven binnen de muren van één kerk of traditie.
Christiane Berkvens, eveneens theoloog aan de
Radboud Universiteit en ritueelbegeleider, bevestigt
dit. Binnen de muren van de traditionele kerken
is echter wel een schat aan rituelen te vinden
die door ritueelbegeleiders – in aangepaste vorm
-– ook gebruikt worden.
De pastor is een voorganger in een geloofsgemeenschap.
Die geloofsgemeenschap is echter
steeds vaker vervangen door een toevallige
gemeenschap om de overledene heen. En voor
de verkondigende boodschap van de voorganger
is steeds minder gehoor. Daardoor worden ook
pastores steeds meer begeleiders in plaats van
voorgangers, met name waar het gaat om crematieplechtigheden.
Die verschuiving biedt natuurlijk
ruimte voor andere professionals.
Er is veel mogelijk in de vijf dagen vóór de uitvaart.
De uitvaartbegeleider heeft daarbij unieke
mogelijkheden omdat hij of zij als eerste bij
een familie arriveert. Terwijl ritueelbegeleiders– zoals een van hen tijdens het symposium met
spijt constateerde – vaak te laat bij de familie zijn
om meer te kunnen doen dan de afscheidsplechtigheid
goed mee helpen voorbereiden.
Eigen beperkingen
Binnen de uitvaartopleiding Marjon Klaassen
leeft de visie dat een goede uitvaart begeleider
geen ritueelbegeleider nodig heeft. In de opleiding wordt studenten symboolgevoeligheid aangeleerd,
er wordt benadrukt platvloersheid te voorkomen en altijd de
vraag te stellen naar het ‘waarom’. Als je de tijd neemt om
met naasten na te denken over de inhoud en vorm van een
afscheidsplechtigheid, kom je een heel eind. Maar uiteraard
moet een uitvaartbegeleider ook de eigen beperkingen goed
voor ogen houden. Als een familie een overweging wil op
basis van bijbelteksten of teksten uit een andere traditie dan
zal dat de meeste uitvaartbegeleiders boven de pet gaan, zoals
de praktijk ook uitwijst. Ritueel begeleiders worden vooral
ingeschakeld door de wat traditionelere of de grotere ondernemingen.
Een ritueelbegeleidster vertrouwde ons toe dat zij
blij is in een regio te werken waarin niet zo veel ‘vernieuwers’
actief zijn.
Opleiding
Theologische faculteiten denken er over na een Opleiding
algemeen ritueelbegeleider aan te gaan bieden: een academische
opleiding van vier jaar. Het is nog niet helemaal duidelijk
op welke doelgroep zij zich gaan richten en hoe de afgestudeerden
zich zullen verhouden ten opzichte van de traditionele
pastores en de andere nieuwere beroepsgroepen. Henk van
Hout, directeur van het theologisch instituut Luce, vertelde dat
hij bij onderzoekje, voorafgaand aan het sym posium,gemerkt
heeft dat veel mensen uit de uitvaartbranche actief zijn op het
terrein van de ritueelbegeleiding: ‘rijp en groen door elkaar’.
Vandaar kwam de vraag: wat zijn de grote vragen waar deze
mensen mee zitten? Inmiddels wordt nagedacht over een soort
keurmerk voor ritueelbegeleiding, afgegeven na een speciale
masterstudie (bovenop de bachelor theologie) of na een postacademische
nascholingscursus.
Persoonlijk symbool
Ton Overtoom van het opleidingsinstituut Het Moment geeft
aan dat opleidingen ritueelbegeleiding erg in trek zijn. Zijn
eigen instituut start komend jaar met de vierde lichting
studenten. Inmiddels zijn er bijna honderd gediplomeerd.
Ongeveer twintig daarvan hebben er een betaalde baan in de
ritueelbegeleiding. Het uitgangspunt bij de opleiding is een
inductieve opvatting van het ritueel, een persoonlijk symbool.
Dat symbool, dat ook kerkelijk kan zijn, vormt het uitgangspunt
van de uitvaartplechtigheid. De studie is bedoeld als
aanvulling op een afgeronde HBO- of universitaire opleiding.
Wie van de professionals rond de uitvaart neemt welke rol
op zich als het gaat om het ruimte geven aan rituelen? Dat
zal zich in de komende jaren verder uitkristalliseren. Op dit
moment is het vooral van belang dat de verschillende professionals
goed op de hoogte zijn van de eigen mogelijkheden en
beperkingen en die van de anderen. En goed samenwerken in
het belang van de nabestaanden. Zowel mensen uit de praktijk
van alledag als opleidingsinstituten en universiteiten moeten
daartoe de komende jaren de handen ineen slaan.
Bron: www.Uitvaartmedia.com en Reliflex
Zie ook: Uitvaartbegeleiding Harriet van der Vleuten
|