| |
Ritueel Bezit
Journalistiek verslag symposium Wilde Rituelen, Luce.nl, 02-06-06
Een verkenning n.a.v. het symposium Wilde Rituelen dat Luce, het Instituut voor Theologische Vorming van de Katholieke Theologische Universiteit (KTU) te Utrecht op 19 mei hield. Wetenschappelijke experts, pastores, predikanten, ritueel- en uitvaartbegeleiders kwamen bij elkaar om met elkaar van gedachten te wisselen over het karakter van de nieuwe ritualiteit en wat dit betekent voor ritueelbegeleiding en de opleidingen daartoe.
Rituelen bij geboorte, huwelijk en sterven zijn niet meer noodzakelijkerwijs de bekende christelijke rituelen. Velen voelen zich niet meer thuis in de gevestigde kerkgemeenschappen, maar voelen wel de behoefte om de scharniermomenten van het leven niet zo maar voorbij te laten gaan. De markt heeft deze 'nieuwe ritualiteit' inmiddels ook al gevonden: ritueelbegeleidingsbureaus schieten als paddestoelen uit de grond, niet altijd met dezelfde wetenschappelijke vorming en inhoudelijke kwaliteit.
Veel vragen
Op deze dag kwamen veel belangrijke vragen naar voren. Mag iedereen dopen en huwelijken sluiten of behoren deze rituelen aan een bepaalde kerk toe? Hoe weet je als 'ritueelconsument' (particulier of als uitvaartondernemer) met welke begeleider je in zee kan gaan? Bestaat er zo iets als een 'keurmerk ritueelbegeleiding' of zou die er moeten komen? Hoe zit het met de nazorg nadat de rituelen voltrokken zijn? Traditioneel gezien vallen bijvoorbeeld nabestaanden na de begrafenis terug op de kerkelijke gemeenschap, maar als die gemeenschap er nu eens niet (meer) is? En kunnen rituelen zo maar, zonder meer worden 'verkocht'? Of behoort elk ritueel – om zinnig en zinvol te zijn – te behoren tot een (eventueel religieus) zingevingskader? En de ritueelbegeleider zelf: hoe komt hij of zij aan de eigen spirituele voeding zonder in een geloofsgemeenschap verankert te zijn, zoals een pastor of predikant dat is? Niet op elke vraag werd een antwoord gegeven, maar wel een richting gewezen waar het zou kunnen liggen.
Trivialisering
Volgens drs. Thomas Quartier van de Radboud Universiteit Nijmegen (één van de inleiders) bewegen alle rituelen, maar zeker ook de zogenaamde 'nieuwe rituelen' rond stille tochten, de begrafenissen van Pim Fortuyn en André Hazes, zich op een aantal spanningsvelden. “Er is een verschil tussen 'rite' en 'ritualisering'.” De eerste zijn traditionele vormen van ritueel gedrag die vastgelegd zijn en zich binnen een vastomlijnd kader voltrekken, terwijl ‘ritualiseringen’ geen vaste context hebben. Een paar individuen komen bij elkaar om samen iets te beleven (een popconcert of een stille mars bijvoorbeeld), maar daarna valt alles weer uit elkaar: de groep, maar ook het gedeelde gevoel. “Het 'gevaar' van deze 'ritualiseringen' is dat de heilige, rituele handelingen geen enkele overbruggende kracht meer hebben om de mens met het hogere te verbinden.” Quartier spreekt van “trivialisering” als het alledaagse niet met het heilige wordt verbonden. Deze versmalling wordt mede veroorzaakt doordat mensen wel allerlei nieuwe rituelen willen bedenken en uitvoeren (die “vooral niets met de kerk te maken mogen hebben”, zo zou prof. Berkvens het later die dag formuleren), maar dat mensen niet zinvol kunnen spreken en handelen zonder een voorafgaande, zingevende context.
Deze context hoeft niet per se christelijk of gelovig te zijn, maar moet wel zin en duiding geven aan het menselijk handelen. Prof. Christiane Berkvens (Radboud Universiteit Nijmegen): “Twee mensen willen elkaar huwen. Ze tekenen in het zand een cirkel en gaan er samen in zitten.” Om Quartier te parafraseren: dat samen-zijn kan alleen zinvol worden als beiden een bepaalde context delen waarin een cirkel staat voor eenheid, eeuwigheid en geborgenheid. Geen enkele rite kan zonder mythe.
Ritueel bezit
Eén van deelnemers aan het forum spreekt haar vrees uit: “Het lijkt wel of de kerken alle rituelen willen gijzelen. De kerken bezitten de rituelen toch niet? Als ik iemand doop, dan doe ik dat toch gewoon.” Een niet gemakkelijk te beantwoorden vraag, zo blijkt. “Van binnenuit de kerken gezien lijkt het ‘buiten’ een wilde tuin. En de kerken weten er nog steeds niet goed mee om te gaan.” Aan het woord is een andere inleider, prof. Gerard Lukken (Universiteit van Tilburg). Hij is een vurig pleitbezorger van een kerk die van onderaf aan haar rituelen werkt. “Ik denk dat het gaat om een serieus zoeken naar adequate vormgevingen van het seculiere, algemeen religieuze en christelijke ritueel in onze cultuur, maar dan van onderaf. Dat is weldadig voor de kerken.”
Toch blijft de vraag liggen of een willekeurige ritueelbegeleider een ander kan dopen of kan huwen. Theologe Marianne Geurts (KTU): “Het doopsel kan alleen in een kerkelijke context gebeuren, omdat dopen ook inhoudt: opgenomen worden in de gemeenschap.” Bij veel 'wilde rituelen' is die kerkelijke of religieuze gemeenschap afwezig. Dit blijkt ook van belang bij het hele traject van nazorg. Waar nabestaanden of gehuwden in beginsel door de geloofsgemeenschap worden opgevangen in de periode ná het ritueel, dreigen de klanten van ritueelbegeleiders in de kou komen te staan. Berkvens: “De gemeenschap bestaat uit mensen die hier en nu bij het ritueel aanwezig zijn. Daarna verdwijnt dat weer.” Quartier: “In veel jongerenculturen bestaan de rituelen inderdaad eenmalig met een willekeurige groep mensen, die elkaar misschien één keer of zelfs nooit meer zien. Zij ervaren dat niet als negatief.” “Maar die hebben familie en vaste vriendenkring tot hun beschikking,” aldus een andere forumdeelnemer.
Keurmerk
Vanuit uitvaartkringen klinkt nog wel eens de roep om meer structurering rond ritueelbegeleiders. Uitvaartondernemer Marianne Jager: “Waar pastores en predikanten over het algemeen kundig en met veel pastorale feeling opereren, lopen er in rituelenland nog veel rijp en groen door elkaar heen.” “Waarom eigenlijk vooral bij uitvaarten?” vraagt een deelnemer zich af. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat allerlei nieuwe ontwikkelingen op het gebied van rituelen zich het eerste lijken voor te doen rond afscheid, dood en rouw. Uitvaartondernemers en hun cliënten stoten dus ook als eerste op allerlei 'groeistuipen'.” Tijdens de discussie klinkt de roep om een soort keurmerk voor ritueelbegeleiders. “Wellicht dat de beroepsgroep zelf en anders de overheid hier toe het initiatief kan nemen” oppert drs. Henk van Hout (directeur Luce). Er bestaan in Nederland een aantal opleidingen voor ritueelbegeleiding naast elkaar en er is geen enkele vorm van toezicht op in de vorm van keurmerk, accreditatie door de overheid of iets dergelijks. De bezorgdheid wordt gedeeld, maar overeenstemming over een oplossing lijkt verder weg te liggen.
Voeding
Berkvens, die ook zelf ritueelbegeleider is, vertelt in haar lezing over allerlei rituelen die zij heeft uitgevoerd. “Ik doe veel huwelijksrituelen, maar ook scheidingen en pensioneringen. Wat mij betreft is heel veel mogelijk. Toch trek ik ook een grens, bijvoorbeeld toen men mij vroeg een huwelijk in te zegenen tijdens een Egyptische Farao-bruiloft.” Het marktdenken lijkt dus definitief doorgebroken in de rituelenbranche. In zijn lezing verzet prof. Herwi Rikhof (KTU) zich hier fel tegen: “In de christelijke liturgie draait het om een andere economie en niet om efficiëntie en marktmechanismen. Het gaat om het herinneren en vieren van Gods initiatief en mensenliefde. Liturgie is geen ego-trip.” Quartier bevestigt dat het bij rituelen altijd gaat om datgene “wat boven de individuele mens en zijn problemen heen wijst”, het transcendente. Maar wat hem betreft hoeft die transcendentie niet opgesloten te blijven binnen de muren van één kerk of traditie.
Bron: www.Luce.nl
|